Reportage

Delhi is een gebroken stad in rouw

Covid-19 in India Overal in de Indiase hoofdstad is verlies, van de overvolle ziekenhuizen met gebrek aan zuurstof tot de crematoria die overuren draaien. „We moeten mensen helpen, want het systeem heeft gefaald.”

Een zorgmedewerker loopt woensdag in een noodziekenhuis voor coronapatiënten in een stadion in New Delhi.
Een zorgmedewerker loopt woensdag in een noodziekenhuis voor coronapatiënten in een stadion in New Delhi. Foto Money Sharma / AFP

‘Het spijt me”, zegt de chauffeur. „Vandaag is niet zo’n goede dag.” Een seconde zoeken zijn ogen via de achteruitkijkspiegel de mijne, dan schiet zijn blik weer terug naar de weg. Even ervoor zette hij mij af bij een crematorium aan de rand van Delhi, zijn witte taxi ver geparkeerd van de ambulances die in een slinger voor de ijzeren hekken wachtten. Nu gaan we door naar het volgende adres. Althans, dat is de bedoeling. „Zijn we klaar?”, vraagt hij plots.

Taxichauffeur Anand Lal is net weer terug in de hoofdstad. Bijna een jaar bracht hij door in zijn dorp in Rajasthan, herenigd met zijn vrouw en twee kinderen naar wie Lal iedere maand zijn verdiende chauffeursgeld opstuurde. Tot maart 2020, toen het coronavirus in India om zich heen begon te grijpen en de regering het land van de ene op de andere dag op slot gooide. Wanhopig probeerden miljoenen arbeidsmigranten steden als Delhi en Mumbai te verlaten. Ook Lal.

Toen kwam maart 2021. Lals voormalige baas van een taxistandplaats in mijn buurt in Delhi had chauffeurs nodig en hij werk: in het dorp lukte het hem niet voldoende te verdienen. Bovendien, India had het coronavirus verslagen, hoorde Lal zijn regeringsleiders verkondigen. Sindsdien reed hij mij rond wanneer ik op pad moest, zijn taxi walmend van de zoetige antibacteriële spray die hij in het dashboard bewaart.

Open ramen

Door de open ramen van de auto waait de warmte van Delhi in mei naar binnen. „Twee vrienden uit mijn dorp zijn vanochtend overleden.” Terwijl Lal de woorden uitspreekt, knijpt hij in zijn stuur. „Een van hen was pas 35 jaar.” Corona, zegt hij. „De situatie is heel slecht sister.” Lal wil terug naar zijn dorp, liefst vandaag nog. „Zijn we klaar?”

Lees ook: Overal in Delhi staan rijen. Voor het ziekenhuis, voor zuurstof en voor de brandstapels

Delhi is in rouw. Gesprekken tussen vrienden, buren, in de winkel gaan deze dagen over verlies. Over de oom die is overleden. Iemands zus. Ze was nog zo jong. Zo snel kan het gaan. Nog maar enkele maanden geleden werd gesproken over ‘het wonder’ dat zich hier net als elders in India ogenschijnlijk had voltrokken. De eerste coronagolf kwam en ging, maar het gevreesde scenario, een implosie van India’s chronisch ondergefinancierde zorgsysteem, bleef goeddeels uit.

Niet langer. De coronabulletins die de autoriteiten op Twitter delen zijn een opeenvolging van records. Meer dan 400.000 nieuwe besmettingen per dag, bijna 4.000 doden. Niemand kijkt er meer van op. Ook niet van de kanttekening van experts dat de werkelijke aantallen vele malen hoger liggen. Want het verlies is overal. Vooral in Delhi, waar patiënten de afgelopen weken stierven voor de deuren van ziekenhuizen, omdat er geen enkel bed meer vrij was, en de medische zuurstof op. Scènes uit een gebroken stad.

Urnen met de as van mensen die zijn overleden, onder meer aan Covid-19, staan bij een crematorium in Delhi te wachten op verstrooiing in de rivier.

Foto Danish Siddiqui / Reuters

Maar 60 minuten om 250 levens te redden

Naar hoeveel mensen kun je om hulp schreeuwen? Aashish Chaudhry, de leidinggevende arts van Aakash Healthcare, een privaat ziekenhuis in het westen van Delhi, gooit achter zijn bureau zijn handen in de lucht. Afgelopen zondag wisten zij net aan een ramp te ontsnappen. In het ziekenhuis liggen ruim 250 coronapatiënten en voor de tweede keer in amper twee weken tijd dreigde het ziekenhuis door haar allerlaatste restje medisch zuurstof heen te raken.

„Iedereen heb ik gebeld”, zegt Chaudhry. Zijn leveranciers hadden niks. De SOS-hulplijn van de lokale regering een beetje. „In een tijdsbestek van 36 uur kregen we via die hulplijn duizend liter vloeibaar gas en vijf SOS-cilinders terwijl we vijfduizend liter en honderd cilinders nodig hadden.” Ten einde raad wendde de arts zich tot Twitter. „NOODKREET: ons rest niet meer dan 60 minuten om de levens van meer dan 250 patiënten te redden.”

Zeker vier andere ziekenhuizen in Delhi plaatsten die dag soortgelijke SOS-berichten, waaronder een kinderziekenhuis met 25 pasgeboren baby’s op hun intensive care. Tegen de tijd dat een tanker bij Aakash Healthcare voorreed, stonden er nog 30 minuten op de klok. „Dit had een catastrofe kunnen zijn”, zegt Chaudhry. Kort daarvoor voltrok die zich wel bij drie andere ziekenhuizen in de hoofdstad. Hun leveringen kwamen te laat, meer dan vijftig patiënten stierven.

Inmiddels wordt vanuit de hele wereld hulp ingevlogen. Onder andere uit Nederland, dat deze week een eerste lading beademingsmachines (449) en zuurstofconcentrators (100) stuurde.

Wachten op zuurstof

Het geklink-klink-klink van het over de straat rollen van staal is al vanuit de verte hoorbaar. Van alle kanten komen mensen aanlopen, rijden autoriksja’s voor, gaan kofferbakken open. Allen met dezelfde lading. Manshoge cilinders worden neergezet in een lange slinger die tientallen meters verder eindigt bij de open werkplaats van Hukam Chand & Son. Eromheen staan evenzoveel mensen, wachtend tot zij eindelijk aan de beurt zijn. En wachten. „Vijf uur nu al”, zegt Samreen Ali (32) haar gezicht grotendeels verborgen achter een groene sjaal.

Lees ook: In India is het nu jagen op zuurstof: ‘Help, mijn familielid stikt’

Hukam Chand heeft het druk. Hij heeft wat iedereen in Delhi wil: medisch zuurstof. Aan de lopende band, van ’s ochtends vroeg tot ook hun voorraad op is, vullen hij en zijn werknemers de ene cilinder na de andere. Om zoveel mogelijk mensen te kunnen helpen, wordt iedere cilinder maar voor de helft gevuld.

„Het zijn goede mensen”, knikt Samreen Ali. „Ze vragen een eerlijke prijs. 400 roepies [zo’n 4,50 euro]. Op sommige plekken rekenen ze het vijfvoudige.” Zoals de schaarste voor alles een levendige en vooral dure zwarte markt heeft doen ontstaan. Een dosis van het medicijn Remdesivir kostte in India tot voor kort zo’n 30 euro. Nu is dat meer dan 500 euro, blijkt uit een analyse van de lokale krant The Hindustan Times. Een cilinder voor zuurstof: 700 euro in plaats van 90.

Het gebutste exemplaar dat Ali met beide armen tegen haar lijf drukt, kreeg ze mee van het ziekenhuis waarin haar vader met Covid-19 is opgenomen. Of familieleden alsjeblieft zelf achter zuurstof aan konden gaan, kregen zij en anderen te horen. Het is een liefdadigheidsinstelling, zegt Ali zacht. „We hebben geen geld om hem ergens anders heen te brengen.”

Bidden voor buren

Mijn buurt-app, om 10:18: „R. van nummer X, een geweldige dame en onze buurvrouw, begeeft zich sinds vorig jaar in en uit het ziekenhuis. Nu is ze opgenomen met enkele complicaties en blijkt ze ook Covid-19 te hebben. Haar toestand is kritiek, zegt haar zus. Laten wij allen voor haar bidden.”

10:19: „Word gauw beter R.”

Extra brandstapels

Afstand houden is lastig bij het crematorium van Ghazipur. Rouwende familieleden wurmen zich langs ambulances die de oprit vullen, ieder bankje zit vol. Sommigen nemen plaats op rondslingerende bakstenen op de grond. Die zijn nog over van de lading waarmee tientallen extra brandstapelplekken zijn gemaakt op wat eerder de parkeerplaats was. De geur van wierook, verspreid door een hindoepriester verzonken in gebed, mengt zich met smeulend hout.

Gisteren hebben ze hier 113 lichamen gecremeerd, vertelt Sunil Sharma (45). „Normaal zijn dat er zo’n vijftien op een dag.” Vanuit een klein kamertje waar de muren zijn behangen met beeltenissen van de hindoegod Shiva, ziet Sharma al drie decennia toe op dit crematorium. Van de cijfers die de regering in Delhi publiceert over coronadoden gelooft hij dan ook weinig. „Maar vijftig van de lichamen die we gisteren cremeerden stonden officieel te boek als coronadoden. Die kwamen allemaal uit het ziekenhuis.”

Alleen: mensen sterven ook thuis, zegt Sharma. En lang niet iedereen lukt het te worden getest, want ook de laboratoria kunnen het niet meer aan. Lokale journalisten die in Delhi en elders in het land de officiële data vergeleken met wat werkelijk bij crematoria en begraafplaatsen gebeurde, kwamen allen tot dezelfde conclusie: talloze coronadoden worden niet geteld.

„Mijn jongens zijn moe”, zegt Sharma. „Ze krijgen koorts, zijn bang. Maar ik zeg ze dat we moeten doorgaan, we moeten mensen helpen. Want het systeem heeft gefaald.”

Vaccinsite gecrasht

Eindelijk. Of nee, toch niet. „Het spijt ons. Het registratiesysteem is down. Heb nog even geduld.” De ziekenhuismedewerker kijkt bijna smekend de ontvangsthal in, waar enkele tientallen mensen ongeduldig heen en weer schuifelen. „Welkom bij ’s werelds grootste vaccinatieprogramma”, staat op een groot doek dat tegen de muur hangt. „Het maakt mij niet uit hoe lang ik moet wachten”, zegt Shubham Kalkhuriya, 30. „Ik ga niet weg voor ik die prik krijg.”

Kalkhuriya is een van de gelukkigen. Toen de Indiase regering vorige week het coronavaccinatieprogramma opengooide voor iedereen vanaf 18 jaar, crashte binnen no time de website waarop miljoenen zich tegelijk probeerden te registreren. Techniek bleek niet het enige probleem. Deelstaat na deelstaat kondigde aan nog niet te kunnen beginnen met het vaccineren van deze jongere groep. Er is een tekort aan doses, en nog niet alle kwetsbaren hebben hun prik gehad.

Werden op het hoogtepunt ruim 4 miljoen Indiërs op een dag gevaccineerd, inmiddels is dat nog maar zo’n 2 miljoen. Dat gaat te langzaam, waarschuwen experts. In Delhi is het prikken van 18-plussers inmiddels wel begonnen. Kalkhuriya, wiens vader in december aan Covid-19 overleed, drukte net zo lang op verversen tot hij een plek zag vrijkomen. Zijn broer kon de dag ervoor al terecht. „Alleen met vaccineren komen we hier doorheen”, zegt hij.

Even later klinken door de hal de woorden waar ook ik op wachtte. „Miss Eva? Het is uw beurt.”

Appje van Lal

„Hallo sister hoe gaat het met u ik ben thuis aangekomen wees alstublieft voorzichtig.”