Profiel

De professor die België sinds oktober de coronacrisis door loodst

Frank Vandenbroucke Ondanks zijn vaak weinig opbeurende boodschappen werd minister van Volksgezondheid Frank Vandenbroucke in een half jaar een van de populairste politici van België. Al wekt zijn houding ook wrevel.

‘Meester Frank’, luidt de bijnaam van de ex-hoogleraar.
‘Meester Frank’, luidt de bijnaam van de ex-hoogleraar. Sebatien Pirlet/EPA

Frank Vandenbroucke houdt „heel erg van de Nederlanders”. Maar in december vorig jaar even niet. „Blijf weg. Kom alsjeblieft niet, hoe graag we jullie anders ook zien.” De boodschap van de Belgische minister van Volksgezondheid, waarmee hij Nederlanders probeerde te ontmoedigen om te komen shoppen, was typisch Vandenbroucke: „hartverwarmend beleefd”, zoals een presentatrice van Radio 1 het noemde, „maar de boodschap is duidelijk”.

De 65-jarige Vandenbroucke heeft op het oog weinig van een stemmenkanon: een onopvallende, smal gebouwde man die graag naar klassieke muziek luistert, geen alcohol drinkt omdat hij daar hoofdpijn van krijgt, en liever genuanceerd dan in soundbites praat. Toch is hij na iets meer dan een halfjaar veruit de meest markante minister in het relatief jonge team van de regering-De Croo, die in oktober aantrad.

‘Meester Frank’, zoals de bijnaam van de ex-hoogleraar luidt, valt op door zijn eigenzinnige koppigheid (bekenden noemen hem liever ‘overtuigd’) en grote kennis van zaken. In tv-studio’s trekt hij de aandacht met zijn laagdrempelige manier van spreken, die België het woord van het jaar ‘knuffelcontact’ opleverde: een inmiddels ingeburgerd woord dat verwijst naar een persoon met wie tijdens de coronapandemie nauw contact mag zijn.

Vandenbroucke houdt een weinig rooskleurige lijn aan: enkel versoepelen als het écht kan. Maar het lijkt veel kiezers wel te bekoren. De sociaal-democraat groeide uit tot de derde populairste politicus van het land, bleek onlangs uit een peiling. Zaterdag heropenen, later dan velen hoopten, de terrassen in België.

Politiek zwaargewicht

He’s back, bitches”, schreef Conner Rousseau, partijvoorzitter van de Vlaamse sociaal-democratische partij Vooruit, op Instagram toen hij Vandenbroucke in september als minister lanceerde. Vandenbroucke was toen al negen jaar niet meer politiek actief. Het politiek zwaargewicht, opgeleid tot econoom, was eind jaren tachtig de jongste partijvoorzitter van wat toen de SP heette. Als federaal minister was hij afwisselend verantwoordelijk voor sociale zaken, gezondheidszorg, pensioenen en werkgelegenheid.

Na een post in de Vlaamse regering als minister van Werk en Onderwijs, kwam aan zijn politieke carrière een abrupt einde. Door hoogoplopende meningsverschillen tussen hem en de partijleiding over de koers kreeg Vandenbroucke een ‘functie elders’: de toenmalig voorzitter besloot de eigenwijze politicus na de verkiezingen niet weer minister te maken.

Vandenbroucke, die in Oxford in de sociale en politieke filosofie promoveerde, maakte nog een uitstapje naar de Senaat maar keerde uiteindelijk terug bij een oude liefde: de wetenschap. In 2015 werd hij een van de zes universiteitshoogleraren aan de Universiteit van Amsterdam (UvA). De populaire politicus, die bij de laatste verkiezingen een lading voorkeurstemmen had gekregen, leek de politiek definitief de rug te hebben toegekeerd.

Lees ook ‘Zoveel onzekerheid bij het nieuwe pensioenstelsel is onrechtvaardig’, een interview met Vandenbroucke als hoogleraar aan de UvA

‘Frank hoeft niet herkozen te worden’

Het idee om Vandenbroucke terug te laten keren in de politiek – als vicepremier voor Volksgezondheid en Sociale Zaken in coronatijden nog wel – begon te rijpen tijdens de 493 dagen durende formatie, vertelt Vooruit-voorzitter Conner Rousseau telefonisch: „Ik had iemand op die post nodig die standvastig, verantwoordelijk, bekwaam en stressbestendig was en goed kon communiceren. En ik wilde iemand die het echt zou doen voor het algemeen belang en niet meer voor zichzelf. Frank is 65, hij hoeft niet herkozen te worden.”

Hoogleraar Brian Burgoon werkte aan de UvA intensief met Vandenbroucke samen. „Frank kon eindeloos vergaderen over een heel specifiek punt. Soms leverde dat vergaderingen van zes in plaats van twee uur op. Sommige mensen werden knettergek van zijn oog voor detail, ik vond het verfrissend. Hij is de tegenpool van een praatjesmaker.”

Leiderschap en empathie tonen

Ook als minister houdt Vandenbroucke zich meer bezig met de feiten dan met de stemming aan de vergadertafel. Collega’s roemen zijn „bijna imposante” dossierkennis. In het Overlegcomité met de verschillende regeringen van het land, dat besluit over de coronamaatregelen, zwaait hij met gezaghebbende wetenschappelijke studies.

De minister toont zich empathisch: op persconferenties laat hij op begripvolle toon verstaan het „heel spijtig” te vinden als er weinig versoepelingen zijn. Maar de cijfers blijven steevast leidend. De motivatie bij de bevolking stijgt juist als de politiek de maatregelen goed uitlegt, vindt Vandenbroucke – niet door er twijfel over te zaaien.

Lees ook: „Ik hou heel erg van de Nederlanders, maar nu niet”, zei Vandenbroucke in december toen hij Nederlanders opriep niet de grens over te steken.

„Politici moeten leiderschap tonen en de waarheid zeggen, ook als mensen dat niet zo leuk vinden”, zei de minister onlangs in zakenkrant De Tijd. Zo besloten hij en bondgenoot in de regering premier Alexander De Croo (Open VLD) eind februari tegen alle verwachtingen in om het land vanwege oplopende coronacijfers op slot te houden, ondanks toenemende druk om te versoepelen. Na de wat stuurloze vorige regering moet deze aanpak een „jojo-effect” voorkomen waarbij zaken steeds open en weer dicht moeten, zo verdedigen ze hun stabiele, maar strenge beleid.

Het lijkt zijn vruchten af te werpen. Na de grote tweede golf die de regering bij haar aantreden te verwerken kreeg, raakten de besmettingen daarna steeds redelijk snel onder controle. De derde golf die vorige maand wel doorzette, lijkt inmiddels beteugeld.

Niet altijd even diplomatiek

Vandenbrouckes gedrevenheid wekt ook wrevel. Tijdens regeringsonderhandelingen in 2009 ergerde Antwerps burgemeester Bart De Wever (N-VA) zich al eens aan de belerende toon van de professor: „Als ik twee uur lang les wil krijgen, volg ik wel een college aan de universiteit.” De minister heeft de reputatie koppig te zijn. Vlaams minister van Economie Hilde Crevits (CD&V), die voor Vandenbrouckes politieke exit met hem in de Vlaamse regering zetelde, werkte altijd goed met hem samen, zegt ze aan de telefoon. Vandenbroucke gaat „vol voor zijn overtuigingen en principes”. Crevits: „Een goede eigenschap voor een politicus, waar ik veel van heb geleerd. Maar soms gaat hij wel tot op de grens van wat aangenaam discussiëren is.” Ex-collega Burgoon: „Frank is niet altijd even diplomatiek als hij het oneens is.”

In het Overlegcomité levert het regelmatig een situatie op van „allen tegen een”, aldus partijvoorzitter Rousseau. Een beeld dat Crevits herkent, nu ze haast wekelijks met Vandenbroucke in dat comité zit. „Hij kan heel drammerig overkomen. Bij sommigen wekt dat irritatie op.” Aanwezigen uitten al meermaals hun ergernis in de media over de dominante aanpak van Vandenbroucke. „Ik ga hier niet weg voor de horeca is gesloten”, zou hij in oktober hebben gezegd.

Bij sommigen leeft het beeld dat de minister te weinig oog heeft voor hoe moeilijk onder andere jongeren, de cultuursector of de horeca het hebben. Maar met goede argumenten kan Vandenbroucke zich wel laten overtuigen, zeggen zijn collega’s. En, wat eerder zeldzaam is in de Belgische politiek: „Hij verdedigt het compromis als de discussie eenmaal gevoerd is wel”, aldus Crevits. De heropening van de horeca komt er iets sneller dan Vandenbroucke eigenlijk gewenst had, nu de intensive care nog verre van leeg is, maar als het aan hem ligt is het wel definitief.