Opinie

De grens tussen oorlog en vrede in Europa is dunner dan we denken

In Europa

Europeanen, en zeker West-Europeanen, denken vaak dat er nooit meer oorlog komt. Dat wij daar ‘boven’ staan. Maar de grens tussen oorlog en vrede is dunner dan we soms denken. Ook in het verlichte Europa. Dat is ons deze week weer tweemaal ingepeperd.

Eerste voorbeeld: schermutselingen tussen vissersboten in de baai van Jersey. Velen maakten er grappen over: Franse en Britse vissers, die elkaar ramden in een ruzie over wie waar zijn netten mag uitgooien na Brexit. Vanaf een rots knalde een kerel met een ludieke steek op zijn hoofd wat met een antiek geweer, kruitdamp en al. Lachen! Maar de marines van beide landen waren ter plekke – landen die, sinds Brexit, geen beste relaties hebben. Britse media meldden dat een ‘Franse armada’ opstoomde, en trokken vergelijkingen met de nazi-bezetting van Jersey. Gunboat diplomacy was trending op Twitter. Eén ongelukje of faux pas, en de boel had militair kunnen escaleren.

Van het tweede voorbeeld zijn de geestige kantjes allang af, voorzover die er ooit waren: Bulgarije zette een Russische diplomaat uit, als vergelding voor explosies in vier wapendepots tussen 2011 en 2020, en voor poging tot vergiftiging van een Bulgaarse wapenhandelaar. Er zijn drie daders geïdentificeerd, die tot de Russische militaire inlichtingendienst GRU zouden behoren. Moskou ontkent en zal ‘op gepaste wijze’ antwoorden. Nog een uitzetting, waarschijnlijk.

Deze manoeuvre, in Nederland overschaduwd door de Rotterdamse woontorengekte en de seniorenperikelen van Liane den Haan, laat zien hoe snel de westerse betrekkingen met Rusland verslechteren. Sinds 2018 zijn er over en weer ruim zeshonderd diplomaten uitgezet, volgens Le Monde – meer dan alle uitzettingen in de laatste twintig jaar van de Koude Oorlog. Kennelijk zitten we al in de ‘tweede golf’. De eerste kwam nadat voormalig dubbelspion Sergej Skripal, in Engeland werd vergiftigd door twee GRU-agenten. Londen vroeg, en kreeg, solidariteit op basis van artikel 5 uit het NAVO-verdrag (een aanval op een is een aanval op allen): NAVO-landen, waaronder achttien EU-landen, wezen 144 Russische diplomaten uit – een move die de Russen, in de gebruikelijke ontkenningsmodus, meteen pareerden.

Daarna volgde wat klein grut: uitzetting van Russische agenten die trainden in de Haute-Savoie, die in Napels en Rome waren betrapt bij de aankoop van NAVO-informatie, of een Georgiër in Berlijn hadden vermoord. De tweede golf uitzettingen begon in april, toen Tsjechië zei bewijs te hebben dat GRU-agenten – onder wie de twee van de Skripal-zaak – in 2014 een Tsjechische wapenfabriek hebben opgeblazen. Daarbij vielen twee doden. Praag en Moskou hebben tientallen diplomaten uitgezet.

Dit is geen klassieke spionage. Ook geen Russisch terrorisme. Dit is militaire agressie van een staat op het grondgebied van een andere staat, lid van de NAVO en EU. Toch toonden maar vijf EU-landen zich solidair met Tsjechië. Er zijn weinig Russische diplomaten – of wat ervoor doorgaat – meer om uit te zetten. En Europa is verdeeld over de vraag wat het hiermee moet. Dit is grey zone warfare: geen oorlog, geen vrede. Sommigen willen hard zijn, anderen – zie Angela Merkels CDU-speech woensdag – willen de Russische beer niet op de staart trappen.

Precies wat Rusland wil, betoogt Jan Sir van de Karel Universiteit in Praag: „Het rekt de grens tussen oorlog en vrede op om te kijken hoe westerse landen reageren: hebben die dezelfde perceptie van een gebeurtenis? Nee. Dus kan Rusland doorgaan met deze operaties.” Zo vervaagt Rusland het bestaande internationale regelsysteem – zoals ‘gij zult geen andere landen annexeren’ – steeds verder. Zodat het zijn gang kan gaan.

Twee uitdagingen die niet bij vredestijd horen, in één week. Waar ligt de grens? Betekent artikel 5 nog iets? Wat als we geen diplomaten meer kunnen uitzetten? We zullen dit gesprek een keer moeten voeren. Voor er echte ongelukken gebeuren.