Reportage

De Brexit frustreert de Overijsselse tapijtstad Genemuiden. ‘We zijn twintig jaar terug in de tijd gegaan’

Brexit De zolder, de badkamer, de wc – Britten leggen overal tapijt. In Genemuiden zijn ze blij met zulke trouwe klanten, maar de Brexit maakt de handel taai. „Alleen dossiertijgers houden hiervan.”

De enorme tapijtfabriek van Betap in Genemuiden. „Wij kunnen elke week de weg van Schiphol naar Genemuiden heen en terug stofferen.”
De enorme tapijtfabriek van Betap in Genemuiden. „Wij kunnen elke week de weg van Schiphol naar Genemuiden heen en terug stofferen.”

Britten en tapijt, wat is dat toch? Zelfs in tapijtstad Genemuiden zijn ze er na al die decennia nog niet helemaal achter. Als ze ergens weten wat voor prachtig product het is, dan toch in dit plaatsje in het noorden van Overijssel. Hier vindt 60 procent van de Nederlandse vloerbedekkingproductie plaats, en een groot deel van de bevolking werkt in die industrie. Ze houden er van het materiaal, van de huiselijkheid die tapijt creëert in je interieur, de warmte die het geeft aan je voeten.

Maar dat Britten het op zolder leggen, in de badkamer, zelfs op de wc, dat vinden ze ook in Genemuiden toch wel fascinerend. „Ze eten het nog net niet op”, zegt Joost de Kaste, verantwoordelijk voor de verkoop in het Verenigd Koninkrijk bij tapijthandelaar ITC.

Met zo’n markt kan elke sector zich gelukkig prijzen. Behalve als die markt opeens buiten de Europese Unie komt te liggen. Dan wordt het plots knap ingewikkeld en frustrerend, zoals ook ITC de afgelopen maanden merkte. Eerst kon het bedrijf (acht werknemers) gewoon één document meesturen voor één container vol tapijt. Nu zijn dat er soms wel tientallen, voor elke order één. „Terwijl: het is een land dat náást je ligt!”, zegt ITC-directeur Mark van Koningsveld op kantoor in Genemuiden. „Je moet gewoon meer werk doen om hetzelfde stukje tapijt die kant op te krijgen.”

Tientallen miljoenen vierkante meters tapijt gaan elk jaar vanuit Genemuiden (10.000 inwoners) over de N759 de wereld in. Op een bedrijventerrein aan de rand van het christelijke stadje, tussen het historische centrum en het meanderende Zwarte Water, vind je groothandels, importeurs, productpresentatie-ateliers en de gigantische fabrikanten Betap en Condor (met z’n tweeën 1.250 werknemers). Precies in het midden ligt het honderden meters lange distributiecentrum van familiebedrijf Verhoek: een transporteur die gespecialiseerd is in het vervoer van tapijtrollen (450 vrachtwagens, 950 werknemers).

Daar binnen is het een wirwar van heftrucks met vier meter lange, steekspel-achtige lansen die rollen tapijt op trucks laden. Die gaan heel Europa door – maar toch met name naar de liefhebbers aan de andere kant van Het Kanaal. Ongeveer een derde van de Genemuidense productie vindt haar weg naar de veerhavens of de Kanaaltunnel, om te belanden in Britse tapijtwinkels, van de zaak van de zelfstandige ondernemer op de hoek in het dorp tot één van de honderden Carpet Right-vestigingen.

Hoe vlot dat allemaal ging – ja, daar stond eigenlijk niemand de afgelopen decennia bij stil. Totdat de Britten de Europese Unie verlieten en eind 2020 de transitieperiode afliep. Genemuiden was een van de plekken waar dit het hardst aankwam.

NRC bezocht Genemuiden de afgelopen maand twee keer en sprak met zeven mensen uit vier bedrijven over de gevolgen van het Britse vertrek uit de EU. De grootste chaos blijkt inmiddels wel opgelost. Maar de gigantische bureaucratie is er nog. En daar is het als ondernemer maar lastig aan wennen.

Foto Bram Petraeus

Papierwerk

Het schroefje uit Taiwan is het probleem. In het kantoor van Decostayle (zestig werknemers) zit Dennis Boes, verkoopmedewerker, over een document gebogen. Het hoort bij een voor de Britten bestemde levering van het product dat Decostayle maakt: presentaties van tapijtcollecties. Dat zijn een soort boeken, of waaiers, waar tapijtstalen in zitten. Klanten in de tapijtwinkel kunnen zo de keuzemogelijkheden ‘doorbladeren’. Voor Decostayle rijdt ongeveer twee keer per week een truck naar het Verenigd Koninkrijk.

De bestanddelen van de boeken komen grotendeels uit de Europese Unie. Maar sommige schroefjes komen uit Azië. Hoeveel dat er precies zijn, willen de Britten graag weten – vanaf een bepaalde hoeveelheid moet je tegenwoordig tóch importheffingen betalen, omdat de schroefjes buiten het handelsakkoord met de EU vallen.

Decostayle haalt die schroefjesdrempel niet, maar moet dat wel aantonen. „De bewijslast ligt bij ons”, zegt Boes met een wrang lachje.

In heel Genemuiden vind je mannen als Boes. Bij ITC heb je Joost de Kaste, bij transporteur Verhoek is het Ivo van Dijk. Bij megafabrikant Betap – „wij kunnen elke week de weg van Schiphol naar Genemuiden heen en terug stofferen” – is het Dick Beens. In kleine kantoortjes op het bedrijventerrein – vaak met een luchtfoto ervan aan de muur – houden ze zich sinds een paar maanden bezig met het in orde maken van papierwerk. Bij de grotere bedrijven vaak in een team van een paar man, bij de kleinere solo.

Praat je met deze mannen, dan hoor je hoe Genemuiden in een nieuwe werkelijkheid is terechtgekomen. De stressvolle dagen rondom de inwerkingtreding van het handelsakkoord heeft het stadje achter zich gelaten. Dat was de tijd tussen Kerst en Oud en Nieuw waarin doordrong dat het handelsakkoord, ondanks uitblijven van importheffingen, alsnog uitgebreide grenscontroles zou brengen – een teleurstelling.

Sommige bedrijven stopten voor de zekerheid even met exporteren. Producent Betap (140 miljoen euro omzet) besloot zoveel mogelijk door te gaan. „Het doel was: die klant moet z’n tapijt hebben”, zegt Dick Beens. „De vloerbedekking zal er moeten liggen voor een verhuizing begint. Anders gooit dat nogal wat roet in het eten.”

Betap, dat van geïmporteerde of zelfgemaakte garens op achtentwintig grote machines tapijten maakt, merkte al snel dat trucks tóch vast kwamen te staan. Niet omdat de eigen exportdocumenten niet klopten, maar wel die van andere bedrijven waarvan de producten toevallig in dezelfde trailer werden vervoerd. „Er zijn Britten die verbouwingen hebben uitgesteld”, zegt Gerard Ekhart van Betap.

Dat is nu grotendeels voorbij: de regels zijn ingedaald, er is een werkwijze gevonden. Sommige bedrijven, zoals Decostayle, hebben een Britse onderneming opgericht om makkelijker te exporteren. Als je Joost de Kaste van ITC nu vraagt wat hij allemaal moet doen voor een levering, komt de twintiger vlot met een voor de buitenstaander onnavolgbare opsomming van een minuut: over exportdocumenten, importdocumenten, inklaringen, expediteurs, douaneagenten.

Maar echt wennen? Nee, dat niet. Daarvoor is de verbazing over de ‘stap terug’ te groot. „Alleen dossiertijgers houden hiervan”, zegt Beens van Betap. In een gezamenlijk videogesprek vult collega Ekhart met ongeloof aan: „We zijn echt twintig jaar terug in de tijd gegaan. De toegevoegde waarde is gewoon negatief.”

Foto Bram Petraeus

Punt is: als iemand daar slecht tegen kan, zijn het Genemuidenaren. Het hechte stadje is trots, merk je al snel, op de ondernemerscultuur. Op efficiënt produceren, concurrerend verkopen, op samenwerken – iedereen die de verslaggever spreekt kent praktisch elke andere geïnterviewde. En ze zijn trots dat ze steeds nieuwe mogelijkheden vonden: van de eerste biezenmatten (gemaakt van biezen die langs de Zuiderzee groeiden – nog altijd te zien in het lokale Tapijtmuseum) tot de omslag in de jaren zestig naar geautomatiseerd ‘tuften’ (een productietechniek).

Wie hier geboren wordt, wil ondernemer worden, zegt Ekhart. Dat kan ook niet anders als je vanaf je kindertijd in de supermarkt alleen maar jasjes van tapijtbedrijven ziet. Er wordt „24/6” gewerkt – uiteraard niet op zondag – en de werkloosheid in de gemeente ligt van oudsher laag. Het is een mentaliteit die ook Urkers snappen; als ze niet op de visvloot gaan werken, komen ze graag naar de tapijtfabrieken.

Dat een politiek besluit dan noopt tot bergen papierwerk voor handelingen die jarenlang geen probleem waren – dat frustreert enorm. De Brexit houdt je van je échte werk af, zegt Mark van Koningsveld, directeur van ITC. Je wilt je tijd besteden aan marketing, aan acquisitie, maar komt er minder aan toe omdat je langer bezig bent met orders afhandelen. „Dat zijn verborgen kosten.”

Betap is naar eigen zeggen net bezig zich te verdiepen in nieuwe marktsegmenten: de bekleding van de achterbakken van auto’s, tapijttegels voor in het kantoor. Makkelijk te leggen, niet makkelijk te produceren. Eigenlijk wil je je dáár vol op richten.

Foto Bram Petraeus

Duurder tapijt

Soms levert de Brexit ook gewoon directe kosten op. Bij Betap zijn er twee mensen bij gekomen, bij tapijttransporteur Verhoek gaat het om een handvol – voorlopig tijdelijke – functies. „Om de exportdocumenten aan de juiste orders te koppelen”, zegt Ivo van Dijk. En dan zijn er ook nog enkele mensen die al langer bij Verhoek werken en die zich nu puur bezighouden met de Brexit.

In Genemuiden hopen ze stiekem dat er nog aanvullende akkoorden komen die de rompslomp doen verdwijnen. Zo nee, dan zijn de gevolgen simpel, zeggen de ondernemers: de prijzen voor de Britse markt zullen stijgen. Een paar procent, maar je ontkomt er niet aan. Een exportdocument kost zo’n 50 à 100 euro. Als je dat bij elke tapijtorder optelt, tikt het flink aan, en dat ga je als bedrijf niet volledig zelf dragen.

Dat de Britten meer tapijt gaan maken, daar zijn ze in Genemuiden niet bang voor. Grote concurrenten, zoals producent Balta, zitten met name in België, waar een tapijtindustrie is ontstaan uit het vlas dat langs de West-Vlaamse rivier de Leie groeide. Britse bedrijven maken wel tapijt, zoals het beursgenoteerde Victoria, maar lang niet genoeg om in de nationale behoefte te voorzien. Het VK is volgens handelsstatistiekbureau Trademap de op een na grootste importeur van getuft tapijt ter wereld: het voerde in 2019 voor 770 miljoen euro in. Twee derde daarvan kwam uit Nederland en België.

„De mensen die toen vóór de Brexit hebben gestemd, gaan betalen”, zegt Klaes-Maarten van der Stege van Decostayle. „De finale consument, the man in the street, is de dupe.”

Dat de Brexit-stem zo is uitgevallen, vinden ze in het stadje nog altijd moeilijk te geloven. Met de economische werkelijkheid had het allemaal maar weinig te maken. „Populistische geluiden hebben de meeste aandacht gekregen”, zegt Van der Stege. Het hele idee dat Groot-Brittannië zichzelf wel kon bedruipen is onzin, meent Ekhart. „Het is gewoon allang een diensteneconomie.”

Lees ook: dit verhaal over ‘papierhoofdstad’ Eerbeek: De bewoners van Eerbeek willen het niet meer: een fabriek in de achtertuin, een truck voor de deur

Toch ziet hij terugkijkend een logica die ze juist in Genemuiden misschien hadden moeten herkennen. Wellicht was de Brexit-stem een uitdrukking van het Britse conservatisme waarvan Genemuiden normaal gesproken juist profiteert. Britten houden van hun tradities. Elders in Europa is tapijt door de jaren heen wat terrein verloren aan pvc, maar niet aan de andere kant van de Noordzee. „Ze hebben daar meer een hang naar het verleden dan een wens richting de toekomst.”