Omarmt Rotterdam zijn diversiteit? Was dat maar zo

Essay Hoe kan er op het Songfestival worden gepronkt met termen als diversiteit, schrijft , als elders in de stad geen ruimte is voor mensen die het minder hebben.

Sloop sociale huurwoningen in de Tweebosbuurt in Rotterdam.
Sloop sociale huurwoningen in de Tweebosbuurt in Rotterdam. Foto Walter Herfst

Laatst fietste ik over de glooiende heuvels van de Van Brienenoordbrug. Vanaf de top keek ik uit over de stad in de bocht van de rivier, de blakende skyline van Rotterdam. Altijd overvalt me dan een kinderlijke hartstocht. Hier kom ik vandaan. Kijk dan wat mooi. Katzwijm.

Maar sinds kort bekijk ik de skyline een tikje anders.

Komt door een boek dat een vriend me tipte. Hij is een betrokken Rotterdammer, werkt als postbode, komt op plekken. De skyline is de beroemdste plek van de stad maar de meeste Rotterdammers komen er nooit, hij wel. Vertelt me over de wereld van marmer, expats en valet parking, het wonderschone universum, afgeschermd door portiers. Slechts voor pasjeshouders.

En hij tipte dus een goed boek om de skyline te begrijpen. Het heet Twilight of the Elites (Le crépuscule de La France d’en haut), van de Franse sociaal geograaf Christophe Guilluy. Het gaat over hoe de winnaars van de globalisering zich verschanst hebben in een beperkt aantal metropolen, waar de banen en kansen zijn. Niet zelden vermomd als hipsters trekken ze financiële en culturele muren op waarmee ze de verliezers buiten houden. Ze bezingen diversiteit en openheid, stemmen vaak links – ze geloven ook oprecht dat zij de nobele ridders van de open stad zijn – maar intussen vallen de poorten dicht voor mensen zonder geld of goede opleiding.

„De Middeleeuwse citadel is terug”, schrijft Guilley. Hij heeft het over „de leugen van de open samenleving”.

Het lied van diversiteit is slechts een rookgordijn.

Klinkt wat dramatisch? Het ís ook dramatisch. Ga eens naar Funda met drie ton en probeer Rotterdam binnen te komen. Prijzen stegen in vijf jaar met 50 procent. Ons vastgoed is ongekend intolerant en xenofoob geworden.

Enfin, nu zie ik de skyline dus als gesloten citadel. Een fort dat wordt verdedigd met een lied van openheid. En daarom is het thema van het Songfestival zo tekenend.

Let’s open up, again’, zo luidt het. Het klinkt als een echo van die Coca Cola-campagne: ‘Open Like Never Before’. Op zich een mooie boodschap. Maar hoe kun je zingen van openheid in een stad die rsitzich sluit als een oester?

„In Rotterdam is plek voor iedereen!”, aldus Host City Rotterdam in een promovideo voor het Songfestival. „Want in Rotterdam mag je 100 procent jezelf zijn, Rotterdam omarmt diversiteit, hier is ruimte voor talent…!”

Foto Walter Herfst

Maar het grote thema voor veel (aspirant-)Rotterdammers vandaag is dat er juist geen plek is. Zelfs geen repetitieruimte. En erger dan Funda-wanhoop is het gevoel ongewenst te zijn. Want de citadelvorming die Guilluy beschrijft, voltrekt zich overal op aarde, maar op weinig plaatsen zo openlijk als in Rotterdam. Dat in enkele decennia veranderde van volksstad in no-go-area voor gewone mensen.

Rotterdam is de stad die doodleuk de definitie van ‘betaalbaar huis’ omhoog bijstelde van 140.000 euro naar 220.000 euro, zoals Trouw onderzocht. Zo léék het alsof er opeens riant veel betaalbare huizen bij waren gekomen. En had de gemeente zogenaamd een extra reden om driftig te slopen. De afgelopen jaren verdwenen er tienduizenden corporatiewoningen terwijl luxetorens verrezen.

Rotterdam bouwt bitcoins van baksteen, geen woningen. Echte huizen, thúízen, moeten tegen de grond

Alleen in Rotterdam erkent de wethouder openlijk dat ‘inclusiviteit’ ook betekent dat er plek moet zijn „voor wie een penthouse wil”. Dat is de betekenis van inclusiviteit hier. Zie de nieuwe Zalmhaventoren, de hoogste woontoren van de Benelux, een fraaie middelvinger. De kopers van de miljoenenappartementen zijn inderdaad divers: er zitten beleggers bij uit China, Hong Kong, Monaco, et cetera.

Rotterdam bouwt bitcoins van baksteen, geen woningen. Echte huizen, thúízen, moeten tegen de grond. (Ook trouwens het huis van de postbode die me dat boek tipte, Ahmed.)

Rotterdam wil een andere bevolking. Paupers uit, penthouses in. Dat is geen geheim, dat is officieel beleid, gesteund door een regenboogcoalitie van links tot rechts.

Foto Walter Herfst

Dit is de stad van de Rotterdamwet, die het mogelijk maakt om woningzoekers te discrimineren op basis van hun inkomen en etnische achtergrond. Lees na wat onderzoekers en journalisten als Cody Hochstenbach, Gwen van Eijk, Hasna El Maroudi en Zihni Özdil er over schreven.

In welke straten of buurten die wet geldt, wordt mede bepaald met de zogeheten ‘Leefbarometer’. Volgens die ‘meter’ daalt de leefbaarheidsscore van een buurt als er méér mensen met Marokkaanse, Turkse of Surinaamse roots komen wonen.

Het Songfestival in Rotterdam is als een regenboogvlag op Mordor.

Precies in de maand van het Songfestival gaat de diverse Tweebosbuurt naar de grond. Op een paar kilometer van Ahoy klinkt het ritme van de drilboor. Maar Ahoy is vast goed geïsoleerd.

Hoe kun je van openheid zingen in een stad die je uitspuugt? Mijn hoop is gevestigd op onze afgevaardigde, Jeangu Macrooy. Hij kan toch al niet stuk, omdat hij een protestsong durft te zingen. Protest is nodig. Al was het maar omdat volgens de eerder genoemde Leefbarometer de Leefbaarheidscore van deze stad zou dalen als er iemand met Surinaamse wortels zoals hij zou rondlopen.

Zing, Jeangu. Laat met je stem de skyline trillen. Zing tot de torens beven, zing vestingmuren aan gort. Zing alsjeblieft de hele stad open.