Recensie

Recensie Boeken

Vermoord door een psychisch gestoorde stalker

Filosofie Aan de hand van de Wiener Kreis vertelt David Edmonds een meeslepend relaas over jonge intellectuelen in het Interbellum. Ze zouden door de nazi’s worden verdreven.
Moritz Schlick, de Weense hoogleraar die vermoord werd.
Moritz Schlick, de Weense hoogleraar die vermoord werd. Foto: ANP

‘Zwamneuzen’ is het woord dat te binnen schiet, wanneer filosofen zich te buiten gaan aan ‘feiten-vrije’ beschouwingen over de corona-pandemie. Eenzelfde ergernis over vrijblijvende filosofie was de drijfveer van een beweging in de filosofie die bekend staat als het ‘logisch empirisme’ van de Wiener Kreis.

Na de Eerste Wereldoorlog kwam een groep briljante jonge mannen en een enkele vrouw bijeen om dergelijk gezwam in de filosofie te bestrijden. Organisator van hun wekelijkse bijeenkomsten was de deftige Duitser Moritz Schlick, sinds 1922 hoogleraar aan de Universiteit van Wenen, wiens onfortuinlijke levenseinde de titel heeft opgeleverd van David Edmonds nieuwste boek The Murder of Professor Schlick. Misleidend, want dit is een meeslepend relaas over jonge intellectuelen, Wenen in het Interbellum, geassimileerde Joden, de aanzwellende dreiging van het fascisme en de rol van de filosofie daarin.

De leden van de Wiener Kreis zijn jonge wetenschappers, de meesten met een achtergrond in de exacte vakken, afkomstig uit alle hoeken van het voormalige Habsburgse rijk, vrijwel allen van Joodse komaf. Ze waren verbonden door ongeduld met de stagnatie in de filosofie. Wetenschap was de weg vooruit. Haar methode moest ook in de filosofie worden toegepast.

Zinloze metafysica

In de Tractatus Logico-Philosophicus van de eveneens uit Wenen afkomstige Ludwig Wittgenstein vonden ze inspiratie. Stelling 4.024 van dat werk luidt: ‘Een zin begrijpen, houdt in, weten wat het geval is, indien hij waar is.’ De Wiener Kreis maakte hiervan: ‘De betekenis van een zin is de methode van zijn verificatie.’ Dit werd hun wapen in de strijd tegen de in hun ogen zinloze metafysica.

De gedachte achter dit beginsel van verificatie is alleszins redelijk. Als je iets beweert, moet je weten hoe je erachter kunt komen of die bewering waar is. Kun je dat niet, dan beweer je maar wat en is je bewering zinloos. De zin ‘Op de achterkant van de maan staat een Japanse magnolia in bloei’, is zinvol, omdat we weten hoe we erachter zouden kunnen komen of die zin waar is. Maar hoe zouden we in hemelsnaam een zin als ‘Het niets nietst’ kunnen verifiëren?

Dat zinloze metafysica toch machtig kan zijn, werd in Duitsland duidelijk, waar de filosoof die deze zin over het niets in zijn oratie had gebezigd, Heidegger, in 1933 rector werd van de Universiteit van Freiburg, vooral omdat hij sympathiseerde met de NSDAP. De dreiging die daarvan uitging was ook in Wenen voelbaar. In de jaren twintig was dat nog een rode stad, waarin het democratisch socialisme onder meer een achturige werkdag, werkeloosheidsuitkeringen en volkshuisvestingsprojecten voor elkaar kreeg.

De Britse schrijver en filosoof David Edmonds waarschuwt de lezer echter: de werkelijkheid was grimmig; in 1927 werden 89 betogers doodgeschoten, toen drie paramilitairen werden vrijgesproken van de moord op een blinde Eerste-Wereldoorlogveteraan en zijn achtjarige neefje, die in een sociaal-democratische betoging meeliepen.

Moordende student

Op 12 februari 1934 brak de burgeroorlog uit. Tegen die tijd waren de meeste leden van de Wiener Kreis Oostenrijk al ontvlucht, vaak geholpen door collega’s die ze hadden leren kennen in Europa en Amerika op jaarlijkse congressen over hun visie dat filosofie en wetenschap een eenheid vormen.

Schlick, die was achtergebleven, werd in 1936 door een psychisch gestoorde student die hem al jaren stalkte, op de trappen van de universiteit vermoord. Het luidde het einde van de Wiener Kreis in, maar hun gedachtegoed was springlevend; vooral in Amerika kreeg het navolging.

Edmonds heeft een fascinerend boek geschreven. Het is moeilijk te zien hoe dit beter had kunnen worden gedaan. Hij legt de centrale ideeën van de Wiener Kreis begrijpelijk en correct uit. De biografische details van alle leden zijn telkens relevant. Het leven tijdens het Interbellum in het teleurgestelde Wenen wordt evocatief en indringend beschreven. Subtiel toont hij hoe aan inhoudelijke meningsverschillen persoonlijke tegenstellingen ten grondslag liggen. Maar bovenal maakt hij duidelijk dat, hoewel vrijwel alle concrete stellingen van het logisch positivisme onhoudbaar bleken te zijn, de ‘spirit’ onverdroten waar is. Die houding is er niet een van ‘ieder zijn eigen waarheid’ en als filosoof lekker zeggen wat je overal van vindt. Nee, die houding is er een van respect voor de wetenschap, alle woorden op een goudschaaltje wegen en nooit iets zeggen waarvoor je geen bewijs hebt.