NAM: versterkingsoperatie in Groningen is niet meer nodig

NAM Niet 26.000 maar slechts vijftig huizen zouden versterkt moeten worden, zegt NAM-baas Johan Atema.

Een boerderij in Nieuw-Scheemda die zeer beschadigd raakte door de bodemdaling.
Een boerderij in Nieuw-Scheemda die zeer beschadigd raakte door de bodemdaling. Foto Kees van de Veen

Slechts vijftig in plaats van circa 26.000 huizen zouden in het Groningse aardbevingsgebied volgens de laatste veiligheidsnormen moeten worden versterkt. Dat zegt Johan Atema, directeur van de Nederlandse Aardolie Maatschappij (NAM), in een interview met NRC. Hij baseert zich op een rapport van TNO.

Als dat aantal waarheid wordt, zou dat grote gevolgen hebben voor de versterkingsoperatie, die al jaren zeer stroef verloopt. In Noord-Groningen zouden eerst ongeveer 26.000 huizen versterkt worden, zodat mensen veilig hun huis kunnen verlaten bij een zware beving. Dat is een miljardenoperatie. Tot nu toe zijn pas zo’n 2.000 huizen versterkt. De helft van de 26.000 huizen is nog niet geïnspecteerd. Volgens Atema hoeft dat ook niet meer, omdat de kans op een zware beving fors kleiner is geworden en daardoor het gebied veilig genoeg is. Kortom, „die versterkingsoperatie is niet meer nodig”.

Die conclusie is voorbarig, zeggen de ministeries van Economische Zaken en Klimaat en Binnenlandse Zaken en Koninkrijkrelaties in een gezamenlijke reactie. „Pas na individuele opname en beoordeling kan met zekerheid gezegd worden of een huis aan de veiligheidsnorm voldoet”, schrijft een woordvoerder.

De NAM gaat niet over de versterkingsoperatie, maar moet wel de rekening betalen van alle schade die ontstaan is door gaswinning in het gewraakte gebied. Vorig jaar bedroeg die rekening voor de NAM 1 miljard euro.

De kans dat Groningen een zware beving meemaakt is summier, zegt Atema. De onafhankelijke toezichthouder, het Staatstoezicht op de Mijnen, schat dat de kans op een beving van 3,6 of hoger circa 5 procent is. Die kans neemt verder af als de gaskraan volgend jaar dichtgaat. Groningen is nu even veilig als Friesland of Zeeland, volgens Atema.

Omdat het risico op een zware beving afneemt, tekende het kabinet vorig jaar met de regio een bestuursakkoord over de versterking. Oude afspraken met bewoners blijven staan, dus huizen die versterkt moeten worden, krijgen die versterking. Maar bewoners wier huis nog niet versterkt is, mogen zelf kiezen om onder de nieuwe strengere versterkingsnormen hun huis te laten herbeoordelen. Ongeacht de uitkomst krijgen ze dan 30.000 euro. Hierdoor is de kans groot dat veel bewoners voor het geld kiezen en niet hun huis laten versterken.

Groter conflict over rekening

De discussie over de versterking is onderdeel van een groter conflict tussen de NAM en het kabinet. Naast de rekening van de versterkingsoperatie moet de NAM ook betalen voor de afwikkeling van de schade aan huizen. Wekelijks komen er nog duizend schademeldingen binnen, ook van buiten het aardbevingsgebied. Tegen de zin in van de NAM. „Ik vind het niet terecht dat wij moet betalen voor schades in Noord-Drenthe: dat ligt buiten het bevingsgebied”, zegt Atema.

Lees ook: Interview met de NAM-directeur: ‘Wij kunnen niet alles betalen wat de overheid belooft’

Ieder kwartaal krijgt de NAM rekeningen voor versterking- en schadeherstelwerkzaamheden. Vorig jaar weigerde de NAM een miljoenenrekening te betalen omdat deze naar eigen zeggen onvoldoende gespecificeerd was. Volgens Atema was deze rekening „een grote hoeveelheid onnavolgbare codes”. Bovendien wil de NAM niet langer opdraaien voor beloftes die door de overheid zijn gedaan jegens Groningers, en de verwachtingen die zij door die beloftes hebben gekregen, zegt Atema.

Het kabinet wil „geen juridisch middel onbenut te laten” om de NAM te laten betalen voor de gevolgen van de gaswinning. Terwijl de NAM alleen wil opdraaien voor direct aantoonbare schade. Een dagvaarding heeft de NAM nog niet gekregen. „maar ik zou dat niet eens zo erg vinden”, zegt Atema. „Ik zou hierover wel objectieve arbitrage willen.”

Aanvulling (7 mei 2021): in bovenstaande versie is toegevoegd dat de NAM-directeur zich bij zijn berekening baseert op een rapport van TNO.