Rust, stilte en Dutch Design staan centraal in het Nederlandse Songfestival-decor

Decor De vormgeving van het Songfestival ademt volgens de ontwerper rust en stilte. En voor wie het anders wil: „Alles kan! Driemaal in de rondte en hupsakee.”

Foto Nathan Reinds

‘Het Songfestival is erg belangrijk als visitekaartje voor een organiserend land, zeker wat de techniek en de productie betreft. En Nederlandse bedrijven staan hoog aangeschreven in de evenementenwereld”, zegt Florian Wieder, de Duitser die dit jaar het decor ontwierp. Bijna alles op het Songfestival is in Nederlandse handen: het decor is gemaakt door Unbranded, de televisieregistratie wordt gedaan door United en de Nederlandse tak van NEP – alle drie uit Hilversum. NEP verzorgt ook de ‘augmented reality’, de videoschermen komen van het Friese Faber uit Sint Annaparochie (een NEP-dochter), de videovormgeving van het optreden van Jeangu Macrooy wordt gedaan door Maincourse, Eindhoven.

Die Nederlandse dominantie klinkt logisch, het festival is immers in Rotterdam. Maar de aanbesteding is Europees. En Nederlandse bedrijven hebben echt geen voorrang gekregen, bezweert hoofd productie Erwin Rintjema. Ze hebben volgens hem gewoon de beste prijs-kwaliteitverhouding. En ze hebben veel ervaring: de bedrijven hebben eerder in het buitenland songfestivals en vergelijkbare evenementen gedaan. Rintjema: „Nederlanders zijn gewend om onder hoge financiële druk en tijdsdruk te werken. Daar word je vanzelf efficiënt van.”

Omdat de bouwers en technici door de coronacrisis een jaar lang nauwelijks evenementen hebben gehad, kwamen ze begin april in Ahoy aan „als koeien die voor het eerst weer de wei in gaan”, zegt Rintjema. „We hadden de tweede dag allemaal spierpijn. Te lang stilgezeten.” Voor deze bedrijfstak komt het Songfestival als een godsgeschenk. Volgens branchevereniging VVEM telt de Nederlandse evenementensector zo’n twaalfduizend bedrijven, met honderdduizend werknemers, inclusief zzp’ers, en een gezamenlijke jaaromzet van zo’n zeven miljard euro. Die omzet is het afgelopen coronajaar met zo’n 80 procent gedaald.

Decorontwerper Florian Wieder, die zeven Songfestival-decors ontwierp, roemt deze editie als uitzonderlijk goed georganiseerd en geproduceerd. Volgens hem dankzij de ervaring van de Nederlandse bedrijven waarmee hij werkt. Verder vindt hij de mensen op de vloer opvallend relaxed en efficiënt. „Het helpt natuurlijk dat we er dit keer twee jaar over konden doen, in plaats van één. Dat scheelt een hoop stress.”

Foto Nathan Reinds

Niet volgepropt

Wieder ontwierp eerder de decors van de MTV Awards en van grote popconcerten, zoals de Europese stadiontour van Rammstein (2019), Beyoncé in Revel (2012) en U2 bij de Brandenburger Tor (2009). Hij mag dan wel uit München komen, Wieder zegt dat hij het decor heeft ontworpen in de Nederlandse modernistische traditie. „Natuurlijk heb ik de voor de hand liggende Nederlandse kenmerken erin verwerkt – het vlakke land, de nabijheid van het water, de grachten en bruggen. Maar het is vooral een ode aan Dutch Design: onnadrukkelijk, functioneel en minimalistisch.” Dat komt terug in de klare lijn die hij hanteert, in slanke horizontale lichtstrepen. Wieder: „Niet volgepropt, maar simpel, stijlvol.”

Klinkt goed, maar dat zijn niet direct de kwaliteiten die je aan het Eurovisie Songfestival toedicht. Die show moet toch juist overdonderend en overdadig zijn? En hoe rijmt die rust en stilte met bijvoorbeeld de enorme videowand van 52 meter breed, die deels om zijn as kan draaien? Hoofd productie Rintjema: „Nou ja, de artiesten hoeven ook weer niet op een zeepkistje te gaan staan. Maar het decor is inderdaad slank en rustig. Verder is het aan de afzonderlijke landen om dat verder in te vullen. Alles kan – driemaal in de rondte en hupsakee – maar als een land met een ingetogen, zacht liedje komt en zegt: ‘Zet alles maar uit’, dan kan dat ook. Juist mooi.”

Dit Songfestival is het grootste en ingewikkeldste dat Rintjema in twintig jaar evenementen en televisie produceren heeft meegemaakt. Wat het zo ingewikkeld maakt, zegt hij, is dat je niet één avondvullende show hebt, maar 39 zeer uiteenlopende shows van drie minuten. Rintjema: „Ieder land neemt zijn eigen regisseur, lichtman en video-ontwerper mee, die allemaal op hun eigen drie minuten zijn gefocust.” Dat betekent dat het decor vooral ongelooflijk veelzijdig en flexibel moet zijn.

„Ik heb één slapeloze nacht gehad. Het zou je toch gebeuren dat opeens niks het doet”

Licht en video

In de loop der jaren is het Songfestival-decor opgeschoven van fysieke vormen naar voornamelijk licht en video. Het veelvuldig gebruik van videobeelden komt uit de wereld van de dance. Meest in het oog springend in het decor in Ahoy is de enorme videowand van 52 bij 12 meter, die is opgebouwd uit honderden led-tegels van een meter breed. De wand bestaat uit vier beweegbare delen, waarvan de middelste twee kunnen roteren als draaideuren. Het podium is een videovloer van zo’n tachtig vierkante meter – ook opgebouwd uit led-tegels, onder dik, donker glas.

De wand, de vloer en alle andere videoschermen in Ahoy zijn van het Friese bedrijf Faber Audiovisuals, een van de grootste in deze tak. Faber had zo’n dertig mannen rondlopen in de zaal, die vijf weken aan de schermen hebben gebouwd. Tijdens de repetities en de shows zijn er nog eens vijftien bezig met de bediening. Het voordeel van video, zegt Jeroen Jongenelen, directeur verkoop van Faber, is dat je eenvoudig een totaal andere sfeer tevoorschijn kunt toveren, wat het inwilligen van de diverse wensen van de deelnemers gemakkelijker maakt. „Het ene moment zit je in de woestijn, dan weer tussen de ufo’s. En even later sta je op Kinderdijk.”

Foto Nathan Reinds

Augmented reality

Deze editie laat ook de mogelijkheden van augmented reality zien: het vermengen van live-beelden met computeranimatie. Dit gebeurt door de inzet van vier track-camera’s die op de seconde en millimeter nauwkeurig moeten bewegen. Wieder: „Nederland is pionier in AR, de Nederlandse tak van NEP is het belangrijkste AR-bedrijf, dus het zou zonde zijn om daar niets mee te doen.” Om dit technisch overzichtelijk te houden, wordt AR alleen gebruikt bij de Nederlandse openingsact en de pauzenummers.

Niet bij de 39 inzendingen, die dan immers weer uiteenlopende eigen wensen hebben. Rintjema: „Die box van Pandora willen we nog even dicht laten.” Bovendien, zeggen Rintjema en Wieder: AR moet je slechts met mate inzetten, om het live-gevoel niet te verpesten. Wieder: „Het moet ook werken voor de mensen in de zaal, die de AR-toevoegingen niet zien.” Rintjema: „Het moet er niet nep uit gaan zien.”

Het decor is al twee weken af, er wordt nu driftig proefgedraaid. Rintjema: „Ik heb één slapeloze nacht gehad. Dat was toen we overgingen van de bouw naar de repetities. Het zou je toch gebeuren dat dan opeens niks het doet.” Alles ging goed. De eerste repetities worden niet met de artiesten gedaan – die komen pas later – maar met Rotterdamse zang- en dansstudenten van kunstenopleiding Codarts en het Albeda College die als stand-ins de liedjes en de bijbehorende dansen uitvoeren. Rintjema: „Ik heb gehoord dat sommige stand-ins niet onderdoen voor de echte artiesten.”