Foto Roger Cremers

Interview

Stylist Euro Songfestival: ‘Ik wilde uit de buurt blijven van clichés en het romantische, fee-achtige’

Styling Diek Pothoven is verantwoordelijk voor de ‘look and feel’ van de presentatoren, de dansers en de tussenacts. „Ik wilde uit de buurt blijven van clichés en het romantische, fee-achtige.”

Vraag Diek Pothoven om het oer-Hollandse thema ‘water’ in kleding te vangen, en hij komt niet met iets blauws en glitterends. „Dat zou een tv-stylist normaal doen”, zegt hij. Maar Pothoven, die weliswaar ‘head of styling’ is van het Eurovisie Songfestival dit jaar, is geen stylist, maar ontwerper.

En dus experimenteert hij met materialen en vormen, „om het spel met het water poëtisch te vertalen”. Het resultaat hangt naast hem aan het systeemplafond, midden in het atelier van zijn label Martan, aan het Amsterdamse Rokin. In de hoeken staan grote rollen stof. De tafels in de krappe ruimte zijn bezaaid met kartonnetjes, voorzien van artiestennamen als ‘Glennis’. Vandaag gaat Pothoven met zijn team aan de slag met de jurk van Glennis Grace, die tijdens de finale optreedt. De creatie die al aan het plafond hangt is „de ingewikkeldste” van de 330 outfits die het team voor de drie shows moet ontwerpen, en de Nederlandse zangeres Davina Michelle mag hem dragen. Zij is de pauze-act tijdens de eerste halve finale op 18 mei.

Hoe zou hij de jurk zelf omschrijven is de vraag – foto’s van de outfits mogen absoluut niet uitlekken voor het optreden. Hij begint over een „eclectisch verhaal”, „een collage van materialen”. Er is een scheepstouw, een transparant halsstuk. Het opvallendst zijn de stukken spiegel, beplakt met een motief van parelmoerschelp, die in kettingen naar beneden hangen. Het was alleen nog even spannend of de microfoon het gerinkel op zou vangen (nee).

Zijn vooronderzoek naar hoe hij kleding „golvend en doorweekt” kon laten lijken, had hij toevallig al achter de rug in 2019, toen hij ongeveer hetzelfde probeerde te bereiken voor zijn modefilm House of Salt. Daarvoor bewerkte Pothoven stof met een soort rubber dat helder-transparant opdroogt. Bij het maakproces kwam een giftige stof vrij, waardoor een allergische reactie zich over zijn lichaam verspreidde. Zijn gezicht zwol op, er verschenen korsten. Hij moest er twee weken van bijkomen, en nog had hij geluk gehad: volgens de dokter had de reactie ook op zijn longen kunnen slaan. Na het lezen van de bijsluiter werkten ze door in een soort ruimtepakken.

Foto Roger Cremers

Ander niveau

Pas eind 2019, toen de voorbereidingen al in een vergevorderd stadium waren, besloot de organisatie van het Eurovisie Songfestival een ‘head of styling’ aan te stellen, iemand die verantwoordelijk is voor de ‘look and feel’ van alle optredens buiten de landenacts – de dansers, de presentatoren, de tussenacts. „Ze dachten: kunnen we het niet eens naar een ander niveau tillen door er een ontwerper op te zetten”, vertelt Pothoven, die springerig rond de hoge ontwerptafel beweegt. „Zo wilden ze niet een doorgewinterde tv-stylist, omdat die lastiger out of the box kan denken.” Die zou volgens hem eerder „effectkleren” verzamelen, die zich al hebben bewezen op televisie.

Pothoven bleek een logische keuze, omdat hij naast ontwerp- ook regie-ervaring heeft. Zijn leeftijd (hij was toen 26, nu 27) vond de organisatie wel een ding, maar telefoontjes naar L’Oréal, kappersketen Rob Peetoom en ontwerper Iris van Herpen, voor wie Pothoven modeshows regisseerde, stelden gerust.

Zelf pleegde Pothoven ook een belletje voor hij definitief ‘ja’ zei, naar de Arnhemse ontwerper Sjaak Hullekes. „Toen ik hoorde dat het om groepen van veertig dansers ging, die zeven outfits nodig hebben, dacht ik: de enige manier om voor dit budget vette dingen te doen, is de kleding zelf ontwerpen.” Het productieatelier van Hullekes in Arnhem bood de kans alles in Nederland te laten maken. „Tijdens zo’n proces veranderen nog de hele tijd kleine dingen, bijvoorbeeld omdat de regisseur bang is dat een kleur wegvalt tegen de achtergrond.” Vanwege corona bleek een binnenlandse productieketen uiteindelijk ook noodzakelijk.

Dat hij een jaar extra aan zijn creaties kon sleutelen, noemt Pothoven „een zegen”. „Vorig jaar was ik in januari aangesteld. De show stond al, alleen de kleding moest nog bedacht worden. We liepen achter de feiten aan. Nu konden we alles nog eens goed doordenken.” Dat blijkt een understatement: hij heeft alles „totaal omgegooid”. Dit keer is hij al sinds oktober fulltime met het Songfestival bezig, net als Douwe de Boer, ontwerper bij Martan.

Foto Roger Cremers

Macho en sexy

‘Head of show’ Gerben Bakker, die verantwoordelijk is voor het totaalbeeld, „is niet direct een modeman”, zegt Pothoven, „maar niet schuw voor dingen die hij niet kent. De regisseurs zijn terughoudender: waarom zijn de jongens niet macho, de vrouwen niet sexy? Dat beeld heerst heel sterk in Hilversum. Gerben neemt het dan soms voor mij op, soms voor hen. Dus nu is de ene show androgyne performanceart, de andere stoer en sexy.”

Nog zoiets ‘vernieuwends’ voor Hilversum: het Eurovision-team castte een „superdiverse” danserscrew, in de zin van dat ze „alle verschillende maten” hebben. „Dat is natuurlijk ook waar Eurovision voor staat: helemaal zijn wie je bent, body positivity. Maar als het erop aankomt sluipt er onbewust in, ook bij de dansers, dat het ‘wel moet afkleden’, en ‘slank moet lijken’. Hoeft helemaal niet! Flaunt it. We moeten onszelf eraan blijven herinneren dat we zo’n te gekke gemêleerde cast hebben, dat we dat juist moeten laten zien. De slogan is nota bene Let’s open up, again. Dus laten we een bom van creativiteit zijn, in plaats van knappe, onbereikbare types.”

Foto Roger Cremers

Dat geldt dan weer net wat minder voor de vier presentatoren (Chantal Janzen, Edsilia Rombley, Jan Smit en Nikkie de Jager). „Ik begrijp volledig dat de hosts zich prachtig en zelfverzekerd moeten voelen.” Wel wilde hij „uit de buurt te blijven van clichés en het romantische, fee-achtige” en juist voor „scherpe, krachtige kleuren en explosieve looks gaan”. Voor hun kleding ging hij in zee met zes Nederlandse ontwerpers: David Laport, Claes Iversen, Maison the Faux, Tess van Zalinge, Elzinga en Edwin Oudshoorn.

Zo koos hij voor David Laport, de enige die voor alle drie de vrouwen een jurk ontwerpt, omdat hij „supervrouwelijke, elegante kledingstukken maakt, zonder op het silhouet te hameren. Hij weet een zekere abstractie te vinden die niet de prinsessenlijn benadrukt.” Jan Smit zei overigens er „gewoon als James Bond” uit te willen zien. Dus hij krijgt vier Italiaanse maatpakken, in niet al te gekke kleuren.

Over één artiest heeft Pothoven helemaal niets te zeggen, en dat is Duncan Laurence, degene die het Songfestival in 2019 naar Nederland haalde, en die dit jaar twee keer optreedt. „Hij heeft een eigen team om zich heen en bepaalt alles zelf.”

Dat begrijpt Pothoven wel. „Hij wil zich in de markt zetten als wereldster die ook zonder Eurovision bestaansrecht heeft. Hij ploetert heel hard om zich te onderscheiden van de glits en glam van het Songfestival.”