Langs ‘de dodenweg’ wachten omwonenden op de volgende klap

Verkeersveiligheid ‘Kanaal Zuid’ loopt in flauwe bochten van Apeldoorn tot Dieren. Over het hele tracé zijn tientallen doden gevallen.

Omwonenden hadden genoeg van de ongelukken. Ze kochten 100 meter autoband en bonden het om elke boom bekend van een ongeluk, als rouwband. Na dertig bomen was het materiaal op.
Omwonenden hadden genoeg van de ongelukken. Ze kochten 100 meter autoband en bonden het om elke boom bekend van een ongeluk, als rouwband. Na dertig bomen was het materiaal op. Foto Bram Petraeus

Een doodsklap klinkt anders, heel anders dan blikschade. Eerst het gillen van de banden (iiiiieeeee), daarna de klap (boem) en dan de stilte, doodse stilte. „Die is het ergste”, zegt Jan Kruimer (60). „Bij schreeuwen weet je: die leeft nog. Maar nu?”

Na het verstijven – „duurt altijd even” – springt Jan Kruimer op uit zijn stoel, of uit zijn bed, loopt naar de deur, trekt zijn klompen aan en snelt naar buiten, zijn vrouw erachteraan met de telefoon. Meestal komt ook buurvrouw Saskia erbij, en buurvrouw Corrie. Dit is het naarste moment: je weet niet wat je aantreft. Hij heeft een sterke maag, dat scheelt. Maar sommige beelden – een vrouw die zo het kanaal in reed en door het ijs zakte, „ze schoot als een wilde kat door de auto” – gaan niet meer weg.

En dan gaat hij handelen. Hij móét handelen, wie doet het anders? In zijn schuur ligt alles klaar. Een EHBO-doos, een bouwlamp voor in het donker, een touw, een lasso, een haak om een auto naar de kant te trekken, een bijl om de ruiten in te slaan – hij heeft ze allemaal wel eens gebruikt. Eén keer, hij was niet thuis, konden de buurvrouwen in blinde paniek de bijl niet vinden. Nu ja, die ligt dus in de schuur.

Is er een tegen de boom gereden, aan de weg staan dikke eiken, dan trekt Jan Kruimer in de motorkap de accupolen eraf „om te zorgen dat de boel niet in de brand vliegt”. Staat de auto al in fik, dan haalt-ie de inzittenden eruit. En anders: laten zitten. Ga je lopen trekken, weet hij inmiddels, dan kun je het erger maken. Daarna is het wachten op de hulpdiensten en deelt Jan Kruimer alvast oranje hesjes uit aan de buren. De politie is de laatste jaren wat zuinig met verkeersregelaars, vandaar. „Buurvrouw Saskia heeft er wel eens twee uur gestaan.”

‘Kanaal Zuid’ is een 80-kilometerweg parallel aan het Apeldoorns kanaal. De weg, achttien kilometer lang, loopt in flauwe bochten van Apeldoorn naar het zuiden via Loenen en Eerbeek tot aan Dieren. In de herfst kleuren de Hollandse eiken langs de route rood en oranje. Bij mooi weer schittert de zon in het heldere water en tuffen oldtimers in colonne langs klassieke boerderijen met weitjes en paarden. In koude winters loopt de omgeving uit om te schaatsen op het kanaal, ooit gegraven onder Koning Willem I. Warme chocolademelk bij eetcafé Ruysch.

‘De dodenweg’ heet Kanaal Zuid ook wel. ‘De racebaan van Apeldoorn.’ In een verraderlijke bocht, zoals die bij de Albaplas, zijn door de jaren heen zeven mensen omgekomen. De bocht waar Jan Kruimer woont, bij de overgang naar Oosterhuizen: twaalf doden. En zo zijn er over het hele tracé nóg wel twintig doden gevallen. Ze belandden in het kanaal, tegen een boom of tegen een andere weggebruiker. Klappen zijn het, omwonenden schrikken ervan op in hun slaap, voor de tv of snoeiend in de tuin. De meeste klappen – een verkeersbureau telde er 79 in de afgelopen vijf jaar – leiden tot verwondingen of blikschade, maar dit jaar vielen er ook drie doden kort na elkaar.

Jan Kruimer, bewoner aan Kanaal-Zuid, met het materiaal wat hij gebruikt om mensen uit het water te halen. Foto Bram Petraeus

Elk ongeluk is anders

De bewoners hadden er zo genoeg van dat ze half maart op Bol.com honderd meter autogordelband bestelden en als rouwbanden knoopten om elke boom die ze kenden van een ongeluk. Na dertig bomen was het materiaal op. Daarna startte een vrachtwagenchauffeur een petitie waarin hij vroeg om aanpassing van de weg. De petitie werd bijna vierduizend keer getekend, door nabestaanden, hulpverleners, automobilisten die er aan de dood zijn ontsnapt, een oud-brandweerman die er genoeg uit het kanaal had gevist – meestal te laat. Kanaal Zuid, zo bleek, was de regisseur van vele lotsbestemmingen en iedereen had zijn eigen verhaal.

De omwonenden hebben er talloze. Hoe vaak Erna Ketel (57) als kind niet zag hoe de politie te hulp schoot onder de gruwelijkste omstandigheden – ze is daarna zelf bij de politie gegaan. De schade-afhandeling was vaak in Ruysch, het eetcafé van haar ouders, „in een rustig hoekje naast de biljart.” Hoe vaak Corrie Willemse (78) niet bibberende automobilisten thuis opving met dekens en koffie, onder wie een agent onderkoeld bij haar onder de douche. „Zijn pistool had-ie in de kast gelegd.”

En dan al die verongelukten: overstekende kinderen, jongeren op hun brommertje, de vier militairen in het Volkswagenbusje van wie twee overleefden. Elk ongeluk is anders, weten de omwonenden. Ze ontvangen geregeld bloemen, kaarten en bezoek van mensen die hen dankbaar zijn. Elk jaar een kerstkaart, zegt Jan Kruimer, van een moeder wiens zoon hij had gered uit het kanaal. Die jongen, hoorde hij laatst, heeft er zoveel hersenletsel aan overgehouden dat-ie ’m misschien beter had kunnen laten zitten.

De omwonenden vragen al sinds de jaren tachtig om een veiligere weg. Verlaag toch de maximumsnelheid, smeekten ze, over het hele tracé scheelt dat maar drie minuten reistijd. Maar de drie gemeenten die Kanaal Zuid doorkruist – Apeldoorn, Brummen en Rheden – wilden er niet aan. De omgeving staat bekend om haar bossen en zuiver water, daar kun je goed karton mee maken. De papierindustrie in Eerbeek, ontstaan in 1850, zorgt voor duizenden banen en bloeit als nooit te voren: sinds de e-commerce ontvangt iedereen zijn bestellingen in een kartonnen doos. Voor de honderden vrachtwagens die de kartonindustrie bevoorraden is Kanaal Zuid een van de drie ontsluitingen richting snelwegen A50 en A1. Maar zou je de snelheid dáár verlagen, is de vrees, dan gaat het elders knellen. Zoals in Loenen, gemeente Apeldoorn, waar een provinciale weg het dorp doorkruist en de weg oversteken naar de Spar soms minuten kost. Ook daar leidt de drukte tot gevaarlijke situaties, en ook daar zijn ze al jaren in verzet tegen het verkeer. In de hele regio leidt de situatie al veertig jaar tot een puzzel waar vele adviesbureaus zich op hebben stukgebeten.

Lees ook: Meer fietsers omgekomen in coronajaar

Er is heus wel wát veranderd. In 2002, toen een verkeersbureau op de weg 700 ongevallen in 6,5 jaar telde, kwamen de omwonenden ook in verzet. Na drie ongelukken – twee dodelijk – in de bocht van Jan Kruimer spon hij samen met zijn vrouw rood-wit lint om de bomen. De gemeente kwam langs en vroeg waarom. „Voor de veiligheid”, zei hij, „want jullie doen niks”. Sindsdien kwam er een inhaalverbod, de markering verbeterde, bij Brummen kwam een houten vangrail en op alle kruisingen stoplichten, ook werd daar de snelheid verlaagd.

Maar op de rest van de weg bleef 80 toegestaan en dat hebben de omwonenden geweten. Auto’s razen er soms met honderd per uur overheen, halen ongeoorloofd in. De verkeersintensiteit nam toe, misschien ook wel de haast, en de vrachtauto’s van de papierindustrie worden almaar breder, terwijl: de weg groeit niet mee. De wortels van de eiken – Corrie Willemse heeft ze als kind nog geplant zien worden – vechten zich een weg omhoog, te zien aan het golvend asfalt langs de berm. Een middenstrook ontbreekt, daar is de weg te smal voor, dus om uit de berm te blijven denderen de vrachtauto’s rakelings langs elkaar. De zijspiegels liggen wekelijks, soms dagelijks, langs de weg.

Foto Bram Petraeus
Foto Bram Petraeus
Foto Bram Petraeus
Omwonenden bonden autogordels om bomen die bekend waren van ongelukken.
Foto Bram Petraeus

Wéér een onderzoek

Sommige omwonenden durven er nog amper af te slaan naar hun huis. Ze hebben er hun oprit, maar zie die maar eens te bereiken als een auto achter je met honderd kilometer per uur de linkerbaan op stuift, klaar om zijn voorganger in te halen. Het is maar hopen, weet Elly Punt, die er een jaar geleden een huis kocht, dat ze je op tijd zien. De makelaar plande de bezichtigingen telkens op een rustig moment, anders had ze wel twéé keer nagedacht om hier te gaan wonen. Want ook een fiets- en voetpad ontbreekt, terwijl bestemmingsverkeer wel is toegestaan. „Elke dinsdag brengt een jongen op zijn fiets hier folders rond. Dat-ie nog leeft!” Corrie Willemse, die verderop woont, werd laatst door haar man geroepen naar het raam. „Moet je nou toch eens kijken, Cor! Een meneer op een scootmobiel!”

De omwonenden schakelden dit jaar Veilig Verkeer Nederland in. Een adviseur, Peter Buter, die al twintig jaar de Nederlandse wegen inspecteert, van Friesland tot Gelderland, wist niet wat hij zag. „Zo’n onveilige weg heb ik niet eerder meegemaakt.” Hij reed ’m een paar keer op en neer met 65 op de cruise control, „zitten ze achter je te duwen met hun bumper”, en opeens doemden er voor z’n neus twee fietsers op. „Ik schrok me dood! Dat mag niet voorkomen op een 80-kilometerweg.”

Nul verkeersdoden in 2050 is het streven van de overheid, maar de daling van verkeersslachtoffers stagneerde, waarna alle wegbeheerders, van rijk tot provincie en gemeente, in 2018 beloofden een maximale inspanning te leveren om alle wegen zo veilig mogelijk te krijgen. Kanaal Zuid, zegt Peter Buter, voldoet nog altijd niet aan de inrichtingseisen voor een 80-kilometerweg, waaronder een fiets- en voetgangersvoorziening. Daar is de weg te smal voor, en al die mooie eiken kappen is ook niet gewenst. De enige oplossing, zegt Buter: „De snelheid verlagen naar 60. Dan krijg je een veel rustiger wegbeeld.” En wel per direct, zegt hij, want de situatie is acuut. „Stel dat er nu een ongeluk gebeurt, dan kan de gemeente, wetende dat de weg niet aan de wettelijke eisen voldoet, aansprakelijk worden gesteld.”

De gemeenteraad van Apeldoorn zag de noodzaak in en nam op 1 april een motie aan om de snelheid terug te brengen naar 60 kilometer per uur. Maar niet definitief, en niet direct. De gemeente wilde eerst de bezwaartermijn van zes weken afwachten en beschouwt de verlaging als een proef – de uitkomst van een later gepland regionaal verkeersonderzoek moet uitsluitsel bieden. Peter Buter is teleurgesteld: „Voor zo’n simpele, spoedeisende verkeersmaatregel heb je helemaal geen bezwaartermijn nodig. Die 60-borden hadden er gewoon al moeten staan.” Ook de omwonenden zijn er niet gerust op. „Wéér een onderzoek”, klinkt het.

Lees ook dit interview: ‘Nul verkeersdoden? Je kunt ver gaan’

„Zorgvuldigheid gaat voor, zeker bij zo’n complex dossier”, zegt een woordvoerder van de gemeente. „Een snelheidsverlaging kan juist leiden tot meer inhaalbewegingen, en heeft invloed op andere wegen. Misschien wordt het daar juist gevaarlijker, dat wil de gemeente eerst onderzoeken.” En ja, ook de gevolgen voor de industrie tellen mee. “We kunnen deze weg niet afschrijven als gebiedsontsluitingsweg op basis van emoties alleen, hoe goed we ze ook begrijpen.”

„Dat is jammer hè, dat ze op het gemeentehuis niet meemaken wat wij meemaken”, zegt Jan Kruimer. Vraag niet hoe het kan, maar zelf heeft-ie ook al eens een ongeluk gehad op Kanaal Zuid, net als zijn buren, de buurvrouw achter, het buurmeisje, de buurvrouw verderop. De spanning van al die klappen, zijn vrouw trekt het amper nog. Ze is er wel eens wakker van geschrokken, hij naar buiten, bleek het ingebeeld. Ze is ook wel eens wakker geschrokken, hij naar buiten, niks. Keken ze de dag erop, aan de koffie, naar buiten, haalde de brandweer een auto uit het kanaal. „De persoon zat er nog in.”

Foto Bram Petraeus

De rijschoolhouder Dick van der Vliet (53) uit Apeldoorn

„De weg is smal en dat vinden leerlingen niet fijn. Sommigen zeggen: mijn ouders rijden ’m niet. Ik rijd er juist wel met ze, dagelijks, als training. Je merkt: leerlingen zijn geneigd in de berm te gaan rijden als er een vrachtwagen aan komt. Maar dat is met 80 per uur niet veilig dus ik zeg: blijf kijken naar het midden van de baan, blijf rustig. In de 21 jaar als rijschoolhouder merk ik: het is drukker geworden op de weg, mensen zijn door mobieltjes eerder afgeleid en de lontjes zijn korter. Ook het begrip voor lesauto’s neemt af. Iedereen wil snel, snel, snel. Middelvingers kreeg ik vroeger nooit, nu elke week.”

De hulpverlener Jos Huis in ’t Veld (67) uit Apeldoorn

„Ik was tot 2010 lid van de duikploeg van de Apeldoornse brandweer en heb de nodige mensen uit het kanaal gehaald. Het is niet diep, anderhalve meter, maar velen raken al bewusteloos door de klap. En als je ondersteboven op het water landt, of met het raam open, dan zink je eerder. In 2012, na mijn pensioen, is de duikploeg in Apeldoorn wegbezuinigd. Eerlijk gezegd, ik begrijp het wel. Kanaal Zuid is zowat het enige water in de buurt en als we na een melding gingen rijden, het duikpak trok je onderweg aan, waren we vaak al te laat. Tussen melding en aankomst zit tien, twaalf minuten. Maar als je dan toch de duikploeg wegbezuinigt, doe dan wel iets aan de veiligheid van de weg, vind ik. Er blijven slachtoffers vallen.”

De overlevende Daniella Karsijns (48) uit Deventer

„Ik heb op deze weg altijd gedacht: goed oppassen. Toch ging het mis, op 18 februari vorig jaar. Ik reed terug van een werkopdracht en opeens zag ik bij een kruising een zwarte auto dwars op de weg staan. Ik weet nog dat ik dacht ‘als dit maar goed gaat’, ik wilde die auto in gedachten de weg af duwen. En toen was het al gebeurd. Het ging zó snel. Ik kon niet meer uitwijken, heb ook niet geremd. Daarna voelde ik pijn op m’n borst van de airbag en raakte in paniek want er was rook in de auto. Iemand hielp me eruit. Ik keek om me heen en zag een ravage. Ik bleek gebotst op een auto die van de andere kant kwam en was uitgeweken voor de zwarte. We hebben het gelukkig allemaal overleefd. Nadien heb ik EMDR-therapie gehad om de beelden van het ongeluk te verwerken. Nu, ruim een jaar later, heb ik vanwege hersenletsel nog steeds mijn werk niet kunnen hervatten. Ik kan weinig prikkels aan, concentreren is moeilijk.”

De nabestaande Samantha Schut (43) uit Drunen

„Ik ben opgegroeid langs het kanaal en heb er prachtige momenten beleefd. We hadden paarden. Maar op 16 juli 2012 kwamen er twee agenten aan de deur. Ik hoorde: mijn moeder is er niet meer, ze heeft een ongeluk gehad. Ze was ondersteboven in het kanaal beland, samen met haar twee hondjes. Ze had de bocht gemist, denk ik. De bocht is heel flauw en het was donker en het regende. De hondjes hebben nog geprobeerd eruit te komen, hun pootjes waren helemaal kapot. Mijn moeder was door de klap waarschijnlijk al bewusteloos. In shock heb ik haar moeten identificeren, ik moest de begrafenis regelen, de crematie van de hondjes, de berging van het wrak; haar spullen waren drijfnat. Twee dagen na het ongeluk ben ik gaan kijken op de plek. Op de bodem – het water is er glashelder – zag ik nog haar aansteker liggen, en een cd-hoesje.”