Darryl (14) op pad met perskaart: ‘Ik zou Rutte willen vragen waarom hij niet is opgestapt’

Jonge verslaggever Stichting Childpress wil kinderen meer betrekken bij de journalistiek. Darryl Amankwah kreeg de eerste ‘kinderperskaart’.

Darryl Amankwah: „Ik zou Rutte willen vragen waarom hij niet is opgestapt.”
Darryl Amankwah: „Ik zou Rutte willen vragen waarom hij niet is opgestapt.” Foto Simon Lenskens

De allereerste kinderperskaart gaat vandaag naar Darryl Amankwah (14), verslaggever bij ChildPress. Die organisatie geeft de kaart uit in samenwerking met de Nederlandse Vereniging voor Journalisten (NVJ). Jonge verslaggevers krijgen toegang tot persconferenties en tribunes. De stralende eerste ontvanger krijgt ’m niet zomaar. Een paar dagen voor de uitreiking vertelt Darryl in het buurtcentrum Ala Kondré in Amsterdam Zuidoost: „Ik wil met die pas naar de Tweede Kamer. Zie je daar al ineens een kind tussen zitten? Ik zal meneer Rutte eens laten zien hoe geïrriteerd ik wel niet ben.” Hij kijkt om zich heen. Als Darryl iets spitsvondigs zegt, kijkt hij direct om zich heen. Glimmende ogen en er piept al snel een al even glinsterende slotjesbeugel tevoorschijn.

De ruimte is een sober lokaal in het buurtcentrum waar hij straks feestelijk de perskaart ontvangt. Na de uitreiking strijkt hier ook een kinderredactie van ChildPress in het stadsdeel Zuidoost neer. Het internationale kinderpersbureau valt onder uitgeverij Fysio Educatief. Jonge verslaggevers maken de dienst uit binnen hun redacties die huizen in buurtcentra zoals deze, maar ook op scholen en in bibliotheken.

Terechte vraag

Darryl is een van de meest opvallende ‘reporters’ onder hun hoede. Zoals zijn verwijzing naar de uitspraak van Rutte al verraadt. Hij weet wat er speelt. En die uitspraak van de minister-president tegenover „mevrouw Sylvana Simons” vond-ie stom. „Eerst zegt hij dat hij er geen actieve herinneringen aan heeft en als iemand een terechte vraag stelt, is ze volgens hem geïrriteerd. Als ik een vraag op de toets krijg die ik niet snap, zeg ik toch ook niet: juffrouw was u geïrriteerd toen u de toets maakte?”

Voor hij verslaggever werd, was Darryl kinderdirecteur van de Openbare Bibliotheek Amsterdam. Ook is hij acteur in onder meer een kinderserie. Alles past in zijn vurige ambitie om een rolmodel te zijn. „Mijn ouders spreken allebei niet goed Nederlands. Hier in Zuidoost is veel laaggeletterdheid en het is niet de meest veilige buurt. Ik wil laten zien dat je dan toch veel kunt bereiken en niet het verkeerde pad op hoeft. Het is niet makkelijk, je moet echt klimmen naar je doel. Toen ik werd gevraagd als kinderdirecteur twijfelde ik bijvoorbeeld over of ik wel goed genoeg kon praten. Maar ik wil dat mensen zien hoeveel er ook positief is in Zuidoost.”

Hij kan het weten, hij werd er geboren, zit er op school en is elke dag in dit buurtcentrum. Zijn begeleider, „juf Lydia”, is ook directrice van het pand. Prominent op de bar staat een foto van Darryl met Prinses Laurentien. „Van mijn eerste interview met haar, maar ik heb haar al vaker gezien hoor. Ik heb haar nummer ook.” Die interviewt hij het liefst: mensen met invloed. „Ik wil oproepen tot actie. Daarvoor moet je eerst iets los krijgen. De afgelopen verkiezingen interviewde ik politici. Zij vertelden mij als kind juist heel veel. Sommigen proberen er ook bij mij omheen te praten, hoor. Dan moet je kritisch doorvragen. Als iemand naar de andere kant van de rotonde wil, moet jij in de tegengestelde richting weer op hetzelfde punt uitkomen. Botsing! Echt cool als dat lukt.”

Wie zou hij als eerst willen spreken met je perskaart in de Tweede Kamer? Darryl: „De minister-president. Ik zou vragen: waarom bent u niet opgestapt? Weet u wie ik ook echt een vraag zou willen stellen? Geert Wilders. Wilt u erin schrijven wie ik allemaal wil interviewen? Want meneer Wilders heeft hele… ik moet het goed verwoorden. Nou ja, hij heeft ook wel goede ideeën. Terwijl hij ook zoiets over Marokkanen zegt. Ik wil weten waarom hij dat allebei zegt.”

Over taalachterstanden

Onderwijs is Darryls „nummer één belangrijkste onderwerp”. Het is de basis voor een kind, zegt hij: „Hier in Zuidoost wil ik nog iets maken over de taalachterstanden. Maar ook klimaat is belangrijk. In mijn buurt ligt heel veel vuil. Hoelang kan de aarde dat allemaal nog dragen? En ik zou ook gelijke rechten zeggen. Want discriminatie en racisme zijn heel erg. Je voelt je buitengesloten en alsof je minder waard bent. Laat iemand zijn wie hij of zij is. Als je het niet leuk vindt, ga je, dan… Ik kom niet eens uit mijn woorden zo irritant is het.”

Meer dan eens buitelt Darryl over z’n zinnen. Hij heeft haast. Haast om vragen te stellen, haast om uitleg te geven, maar vooral haast om van zich te laten horen. „Ik heb best wel het gevoel dat de stem van kinderen wordt gebagatelliseerd. Vaak zeggen volwassenen ‘het is toch maar een kind’. Nou, het is iemand vol ideeën.” Gebagatelliseerd of niet: Darryl zal zich uiten. „Ik hou wel van praatjes. Ik ben ook sociaal en heel sympathiek, maar ik hou er eigenlijk niet van om over mezelf te praten, want dan voelt het alsof ik naast m’n schoenen loop.”