Zij zijn échte Songfestivalfans

Fans De een groeide er thuis mee op, de ander mocht er ooit zelf optreden. Maar allemaal raakten ze verknocht aan het Songfestival.

‘Als kind was ik al gefascineerd’

Robbert Kalff (51) is voorzitter van Utrecht Pride en eigenaar van Café Kalff aan de Oudegracht.

„Toen ik tien jaar geleden gaybar Café Kalff opende aan de Oudegracht, wilde ik zo snel mogelijk een aantal tradities creëren om bezoekers te trekken. Ik heb mijn hele leven in de gayhoreca gewerkt, dus ik ben gewend overal een feestje van te maken. En voor een feestje leent het Songfestival zich natuurlijk goed. Iedereen vindt wel iets van de liedjes, de friemeltjes aan de jurken. En gays vinden het niet erg om iets truttigs leuk te vinden.

„In het begin stond binnen gewoon een televisie aan. Maar toen deed in 2013 zangeres Anouk mee, en het jaar erna won dragqueen Conchita Wurst. Mensen stonden buiten met hun neus tegen de ramen geplakt om te kunnen kijken. Zo is de Eurovisie-steeg ontstaan – met een groot scherm buiten en feest in de hele straat, alsof we met z’n allen naar een voetbalwedstrijd van het Nederlands elftal kijken. Van 300 bezoekers groeide het uit naar 3.000.

„Als kind al was ik door het Songfestival gefascineerd. We woonden in een boerderij in Woudenberg, hadden een aparte televisiekamer. Ik verstopte me daar om stiekem te kunnen kijken – mijn moeder had dat zogenaamd niet door. Voor mij draait het om de liedjes. Veel van die nummers zijn echt klassiekers geworden.

„Om eerlijk te zijn heb ik dit jaar nog vrijwel niets gezien of gehoord. Alleen het nieuwe lied van IJsland, dat is er wel eentje die blijft hangen. Wat we dit jaar kunnen doen, weet ik ook nog niet. Het zou wel raar zijn om niet open te zijn als het Songfestival er is, vooral nu het in eigen land is. Maar dan kijk ik thuis, en doen we het volgend jaar weer. Want die Eurovisie-steeg gaat niet meer weg.”

‘Ik had het graag met hem gezien’

Journaliste Natascha van Weezel (34) groeide op met het Songfestival.

„Van een intellectuele man als mijn vader, journalist Max van Weezel, verwachtten mensen niet zo snel dat hij liefhebber was van het Songfestival. Maar het was echt een familietraditie. Mijn opa en oma keken vanaf het allereerste begin in 1956. Mijn vader groeide ermee op, en ik vervolgens ook. Al weken van tevoren luisterden we de liedjes op YouTube en keken we naar de voorspellingen van de bookmakers. Die ene dag in mei zaten mijn ouders en ik steevast voor de televisie met pen en papier in de hand, punten geven. Het was ook altijd een beetje competitief: wie heeft het goed?

„In 2015 mocht mijn vader voor de Volkskrant verslag doen van de zestigste editie van het Songfestival in Wenen. ‘Ik ga mee!’, riep ik. En terwijl hij een heel programma afwerkte, liep ik door de stad en praatte ik met mensen uit heel Europa. Zoals een paar homoseksuele mannen uit Armenië, die alleen die ene week per jaar even helemaal zichzelf konden zijn.

„Drie jaar geleden hebben we voor het laatst samen gekeken, mijn vader was toen al ziek. Israël won – voor ons een tweede thuisland, omdat we Joods zijn. Mijn vader zei dat hij het jaar erna graag met mij naar Tel Aviv wilde gaan om Nederland te zien winnen. Dat raakte me diep, omdat ik vreesde dat hij dan misschien niet meer zou leven.

„Nederland won inderdaad, maar mijn vader heeft dat niet meer mogen meemaken. Ik was blij en verdrietig tegelijk, ik had het zó graag met hem willen delen. Dit jaar gaan mijn moeder en ik zeker kijken. Dan praten we over hem, en of hij voor Armenië of Finland zou zijn geweest. Ik vind het mooi om die traditie voort te zetten. Maar het zal nooit meer hetzelfde zijn als toen hij er nog bij was.”

‘Mij gaat het echt om het lied’

Het Songfestival bracht de Ierse zangeres Martina Tobin (54) liefde en een nieuw thuisland.

„In Ierland werkte ik fulltime als zangeres met allerlei artiesten, en had ik een eigen band. In 1993 werd ik gevraagd voor de backing vocals van ‘In Your Eyes’ van Niamh Kavanagh, de zangeres die Ierland dat jaar vertegenwoordigde. Geweldig, want ik was al van jongs af aan fan van het Songfestival.

„Ik kan me nog herinneren dat Ierland voor de eerste keer won: Dana, met ‘All Kinds of Everything’. Zo’n mooi liedje! Ik was nog maar drie, maar zong het al mee met de band die altijd optrad in het hotel waar mijn vader werkte. Ik had nooit durven dromen dat ik ooit zelf zou optreden op het Songfestival.

„Een week lang zaten we met alle muzikanten uit al die verschillende landen op een andere planeet – tot diep in de nacht maakten we muziek. Daar ontmoette ik Han van Eijk, hij was achtergrondzanger van Ruth Jacott, die toen meedeed met ‘Vrede’, de Nederlandse inzending van dat jaar. Zo’n lange blonde zanger in zwart leer met oorbellen en ringen – ik werd stapelverliefd. Ierland won, en dus vond het festival het jaar erna in Dublin plaats. Ik mocht weer de achtergrondzang verzorgen, en Han en ik zongen samen voor Malta. Kort daarna ben ik met hem naar Utrecht verhuisd, waar ik nu al 27 jaar woon.

„Nog steeds kijk ik graag naar het Songfestival, en dan let ik natuurlijk op de zang. Het is heel jammer dat er geen live orkest meer is, want dat maakte het spannender en muzikaal mooier. Die poespas eromheen, die decors en dansers, hoeft van mij niet zo. Mij gaat het om het lied en hoe dat wordt gebracht.

„Ondanks de bombast zijn er nog steeds mooie bijdragen, zoals Salvador Sobral met ‘Amar Pelos Dois’, de Portugese winnaar van 2017. Natuurlijk ben ik geïnteresseerd in wat Nederland en Ierland doen, maar ik kies vooral het mooiste lied. Zo klein en puur mogelijk, daar houd ik van.”

‘Vooral de diversiteit vind ik te gek’

Gerrit-Jan (GJ) Kooijman (33) uit Amsterdam is maker van de Songfestival-podcast Ding-a-Dong.

„Zolang ik me kan herinneren ben ik fan van het Songfestival. Vroeger als kind lag ik al met mijn moeder en broertje lekker op de bank te kijken. Mijn eerste herinnering is aan Dana International, een Israëlische zangeres. Ik begreep toen natuurlijk nog niet dat zij een transvrouw was, maar ik voelde wel dat ze anders was, een beetje excentriek. Die jurk, haar liedje, haar verschijning – ik was gefascineerd.

„Nu volg ik zelfs een aantal nationale selecties, zoals de voorrondes van Zweden. Het Melodifestivalen is daar haast nog groter dan het Eurovisie Songfestival zelf. Wekenlang staat Zweden op zijn kop: wat wordt ons liedje? Ik was bij de voorrondes in Stockholm in 2016, het jaar dat ze ook het Songfestival mochten verzorgen. Ge-wel-dig. Zelfs bij de repetities was er vijftienduizend man publiek.

„Het Songfestival is nooit saai – elk jaar is het anders. Fris. Vooral de diversiteit vind ik te gek: lekkere meiden in jurken met dansers eromheen, maar ook allerlei rare acts en een enorme variatie aan muziek. Net als bij ons is het in veel landen populair in de homoseksuele scene. Behalve in Zweden overigens, daar scoort het festival juist goed bij gezinnen.

„Tot een jaar of vier geleden keek ik vaak in de kroeg, maar sommige mensen komen vooral om te kletsen of alleen te zien hoe Nederland het doet. Dus op een gegeven moment ben ik thuis gaan kijken met een paar vrienden, die het net zo serieus nemen als ik.

„Dit jaar ben ik twee weken lang in het perscentrum van Ahoy om onze podcast te maken! Zó gaaf om erbij te mogen zijn, en dan ook nog eens in eigen land, in een jaar dat er maar vijfhonderd in plaats van vijftienhonderd journalisten worden toegelaten. Veertien dagen backstage, artiesten interviewen, repetities bijwonen. Dat is een droom die uitkomt.”

‘Ik was de eerste keer al verkocht

Best Withet (28) is getrouwd met Reinout en woont in Nieuwegein.

„In 2000 kwam ik met mijn Thaise moeder vanuit Thailand naar Nederland. We kwamen in het Noord-Hollandse vissersdorpje Den Oever te wonen. Datzelfde jaar keek ik voor het eerst naar het Eurovisie Songfestival. De volgende dag vertelde ik trots tijdens het kringgesprek in de klas dat ik het Songfestival had gezien. Ik sprak nog bijna geen Nederlands, maar muziek leek me iets wat ik kon delen met de andere kinderen.

„Al gelijk die eerste keer was ik verkocht. Die show, die kleding! Als theatervormgever kijk ik nu het meest naar de decors en de kostuums. Soms, als ik de pasvorm zie van sommige jurken, dan denk ik: dat had echt beter gekund. We kijken meestal bij ons thuis met een groepje vrienden, dan geven we de deelnemers punten voor het liedje, de act, de outfit. En sinds het optreden van Conchita Wurst in 2014 ook voor het baardgehalte – de vorm ervan, hoeveel mensen een baard hebben en de hotties: knappe mannen met baarden.

„Ik volg alles, zelfs de voorrondes van de andere deelnemende landen via livestreams. Ik versta er niets van, maar dat vind ik juist zo leuk aan het Songfestival: al die verschillende, mysterieuze talen. Doordat je niet weet waar het nummer over gaat, draait het vooral om de emotie, om wat je erbij voelt.

„Ik ben nog nooit live bij het Songfestival geweest. Vorig jaar hadden we kaartjes voor Rotterdam, maar of we dit jaar alsnog kunnen gaan weet ik nog niet. Ik ga wel bijna altijd in april naar Eurovision in Concert in Amsterdam, waar bijna alle artiesten van dat jaar optreden. In 2019 was Jonida Maliqi van Albanië mijn favoriet – nee, niet Duncan Laurence, haha – en ik mocht met haar op de foto. Dat was voor mij wel een hoogtepunt.”’

‘We zitten aan de buis gekluisterd’

Merve Karpov (30) woont sinds drie jaar in Rotterdam en is trots dat het Songfestival er dit jaar plaatsvindt.

„Mijn liefde voor het Eurovisie Songfestival begon in 2003, toen Turkije won. Ook toen mijn vaderland besloot niet meer deel te nemen, bleef ik het volgen, omdat het zo’n mooi geproduceerd evenement is. Omdat ik industrieel en grafisch ontwerper ben, houd ik van kunst en expressie, en daarom vind ik het zo’n interessante show om te zien. En natuurlijk ook vanwege al die verschillende talen en culturen, hun manieren van zich uitdrukken – het is een manier om andere landen te leren begrijpen.

„Twee jaar geleden woonde ik de Eurovision Conference in Tel Aviv bij, dit jaar ben ik vrijwilliger in Rotterdam. Nu kan ik het dus allemaal met eigen ogen zien. Ik let vooral op het podium, daar heb ik zelfs mijn afstudeerscriptie aan gewijd. Er zit een gigantische techniek achter en het festival wordt ook echt benut om nieuwe technologie uit te testen. Dit jaar zijn er bijvoorbeeld vijf zogeheten ‘augmented reality’-camera’s, waarmee special effects kunnen worden toegevoegd. Alles wordt uit de kast getrokken om er iets geweldigs van te maken. Er hangen lampen die groter zijn dan ikzelf – waanzinnig.

„Met mijn man en dochtertje zitten we straks aan de buis gekluisterd. Katya is nog maar zestien maanden, maar ze vindt het nu al geweldig en begint spontaan te dansen als ze een van de liedjes hoort. Mijn voorkeur gaat dit jaar uit naar Zwitserland, zij vindt het liedje van Oekraïne het mooist. Omdat het vorig jaar niet doorging, hebben ze daar een nieuwe versie van gemaakt. Toen Katya die voor het eerst hoorde, begon ze keihard te huilen. Ik denk dat ze de oorspronkelijke uitvoering mooier vond.”