Jacob Diederiks, Jaap voor zijn vrouw Paulien, met hond Rhea in hun flat in Emmeloord.

Foto Sake Elzinga

Interview

Het nieuwe leven van Jacob Diederiks (80): eindelijk uit de kast

Jacob Diederiks Na een huwelijk van bijna vijftig jaar kwam Jacob Diederiks (80) als 71-jarige uit de kast. Hij en zijn vrouw zijn nog steeds bij elkaar. Onlangs verscheen zijn autobiografie.

Kort nadat Jacob Diederiks na bijna vijftig jaar huwelijk als 71-jarige uit de kast is gekomen bij zijn vrouw, zaagt hij in een impuls hun kingsize bed in tweeën. Zij wilde niet meer naast hem liggen, vertelt Diederiks, terwijl hij juist dan zo’n behoefte heeft aan aanraking. Een door verdriet gevoede rite de passage.

Nu, bijna tien jaar later, zitten Jacob en Paulien Diederiks naast elkaar in hun appartement op driehoog in Emmeloord, Noordoostpolder. Ze zijn nog altijd getrouwd. Zij zit links, hij rechts, beiden in een ivoorkleurige lederen fauteuil, een bijzettafeltje tussen hen in.

Als achtjarige voelt Jacob Diederiks (nu 80) zich al aangetrokken tot jongens, maar hij groeit op in een streng christelijk milieu en weet gewoonweg niet dat homoseksualiteit bestaat. Ook niet als adolescent, terwijl jongens dan steeds vaker zijn aandacht trekken. Op een trektocht door de Alpen van de Gereformeerde Reisvereniging leert hij als twintiger Paulien kennen. Beiden voelen vanuit hun omgeving druk om met een partner thuis te komen. Ze vinden elkaar aardig en krijgen verkering. Een jaar later, in 1967, trouwen ze en na nog een jaar krijgen ze de eerste van hun vier kinderen.

Zij zegt: eigenlijk had ik vanaf moment één in de gaten dat hij homo was. Bij Diederiks zelf zou dat nog zo’n tien jaar duren.

Gayroman

Paulien zit niet op media-aandacht te wachten. „Mijn vrouw zal hoe dan ook niet bij een gesprek aanwezig zijn”, had Diederiks voorafgaand aan het interview gemaild. Het liep dus anders – maar de eerste anderhalf uur spreken we Diederiks alleen. Hij draagt een blouse met roze, blauwe en paarse stippen. Naast hun flat staat een kerkgebouw, van een gereformeerde gemeente „die groeit als kool”.

De kerk – voor hem verleden tijd. Als hij zo’n tien jaar terug uit de kast komt bij de dominee van zijn eigen kerk, voelt hij zich eerst „bevrijd van een levenslange last”. Maar dan wijst de predikant naar hem met een beschuldigende vinger en zegt dat ‘ze’ dat allemaal zeggen, „maar jouw vrouw zit er maar mee”. Dat zijn kerk later ondertekenaars van een ‘anti-homoverklaring’ – de voorloper van de Nederlandse Nashvilleverklaring – uitnodigt om te komen preken, is in 2019 voor hem de laatste druppel.

Het is alsof hij op hoge leeftijd nog een nieuw leven is begonnen. In 2013 publiceert hij de gayroman Schapen in schaapskleren, in veel opzichten een verbloemde autobiografie. Dit jaar volgt de onverbloemde versie, Oudroze. Op 80-jarige leeftijd heeft hij weinig geheimen meer en door zijn breuk met de kerk verloor hij al met „héél veel” mensen contact – sommigen groeten hem zelfs niet meer. Maar er komen nieuwe contacten voor in de plaats, dankzij zijn boeken en doordat hij actief is op online lhbt-platforms, zoals het christelijke Wijdekerk. Ook bezoekt hij ‘roze’ vieringen.

Na een interview in het Nederlands Dagblad in februari krijgt hij een mailtje van een man die hem zijn schouder aanbiedt. Ze hebben gebeld, Diederiks lag al in bed. „Een van mijn eerste vragen was: hoe oud ben je? Je kunt wel een jonge knul zijn. Toen begon-ie hard te lachen.” De man bleek begin zeventig, is ook homo en gescheiden van zijn vrouw. „Misschien gaan we elkaar wel eens opzoeken”, zegt Diederiks. „Maar ik wil niet te hard van stapel lopen. Ik weet nog niet goed wat ik wil, heb ik tegen hem gezegd.” Hij hoopt nog eens „een maatje” te vinden. „Maar dan niet om hier mijn biezen te pakken, het moet ernaast kunnen.” Hij denkt dat zijn vrouw daar dan voor openstaat.

Lees ook School duwt kinderen ongevraagd uit de kast

Diederiks is veel opener sinds zijn coming-out. Eerder gedroeg hij zich conservatief, rechtlijnig, afstandelijk, ook in zijn werk als leraar in het speciaal onderwijs. „Ik stond bekend als man van orde en regelmaat, iemand die de dag nog begon met een Bijbelverhaal, zingen en gebed”, schrijft hij in Oudroze. „Veel anderen deden dat later op de dag of alleen als het ze zo uitkwam. Of niet. Nee, dan moest je Jacob hebben, lid van een gereformeerde kerk, op zondag liefst tweemaal naar de kerk en nog ouderling ook!”

Als scriba – secretaris van de kerk – was hij „een echte regelaar, dat was een kolfje naar mijn hand. Dingen organiseren, afspraken maken, dat vond ik heerlijk om te doen. Maar ik zat wel met kromme tenen als bepaalde dingen werden gezegd”. Hoe bijvoorbeeld samenwonen zonder getrouwd te zijn werd veroordeeld. Maar dan, vertelt hij gelaten, „hield ik mij in”.

Hij wil de kerk „niet in een slecht daglicht stellen”, zegt Diederiks. „Mijn missie is om de boel wakker te schudden, want we zijn er nog lang niet.” Zijn autobiografie is een pleidooi voor volledige acceptatie van lhbt’s in welke kerk dan ook. Hijzelf zal dat niet meer beleven, „maar ik doe mijn verhaal ook voor jongeren van nu, zodat zij niet hetzelfde hoeven mee te maken”.

Ziekenfondsbrilletje

Ook thuis, bij zijn gezin, verborg Diederiks decennialang zijn ware identiteit. „We hadden wel contact met elkaar, maar oppervlakkig.” Als hij zo’n vijf jaar geleden met zijn jongste zoon voor een tripje naar Londen gaat, merkt die op dat het de eerste keer is dat ze samen ergens heengaan. „Hij had gelijk”, zegt Diederiks. Hij dúrfde gewoon geen hechtere relatie aan te gaan, zegt hij, bang als hij was dat zijn homoseksualiteit uit zou komen en hij alles zou verliezen.

„Ik wilde nooit opvallen”, zegt Diederiks. Op de lagere school al blijft hij aan de kant als klasgenoten buiten spelen in de pauze. „Ik durf niet”, schrijft hij in Oudroze. „Ik ben bang omdat ze me steeds uitschelden voor schele. Met zo’n stom ziekenfondsbrilletje op zie ik er ook niet uit.” En dan was er nog het geloof: zijn opa en oma kende hij niet anders dan in het zwart gekleed, zijn ouders waren ook streng christelijk. „Je levensloop lijkt voorgeprogrammeerd”, schrijft Diederiks. Later stort hij zich op zijn werk: hoe drukker hij is, hoe kleiner het geheim in zijn hoofd lijkt. Wanneer zijn jongste zoon zélf uit de kast komt, afscheid neemt van de kerk en elders gelukkig wordt met zijn vriend, maakt dat Diederiks stikjaloers.

Er lag een sluier over alles heen. Nu denk je: dat was toch eigenlijk niet nódig

„In zekere zin” voelen de tientallen jaren in de kast als verloren jaren, zegt hij. „Er lag een sluier over alles heen. Nu denk je: dat was toch eigenlijk niet nódig?”

Een zinnetje in zijn autobiografie suggereert dat hij er zelfs over heeft gedacht een eind aan zijn leven te maken, niet lang voor zijn coming-out. Diederiks schrikt als we erover beginnen. „Poeh.” Dan: „Ja, ik had een kant-en-klaar plan.” Hij wilde niet langer toneelspelen. Maar hoe langer hij wachtte, hoe moeilijker het werd daarmee te stoppen. „Ik dacht ten einde raad: ik weet wel een oplossing – wat natuurlijk geen oplossing is.” Of zijn vrouw ervan weet? „Nee.”

Een paar minuten later komt zij thuis.

Broer en zus

Paulien Diederiks (78) was gaan wandelen met Rhea, hun kortharige bruine hond uit het Griekse Rhodos, en had niet verwacht dat de interviewer er nog zou zijn. Maar ze reageert hartelijk en komt er toch bij zitten. En dan ontstaat een steeds intiemer gesprek. Er worden dingen gezegd die niemand had verwacht. Zij niet, hij niet. „Het was net of we bij een psycholoog zaten”, zal Jacob Diederiks later zeggen. En: „Het heeft ons nog dichter bij elkaar gebracht.”

Op verzoek gebruiken we voor Paulien haar tweede voornaam, ze is bang voor negatieve reacties op straat of in de kerk (zij is nog wel lid). Zij heeft „toch wel moeite” met het praktiseren van homoseksualiteit, zegt ze, maar doordat man én zoon homo zijn, „ga je toch wat anders denken. Als homo’s echt van elkaar houden, dan kan ik dat toch moeilijk als zondig zien”.

Zij slaapt beneden sinds haar mans coming-out, hij boven. Scheiden hebben ze niet serieus overwogen, want wat een gedoe – en ze hebben geen ruzie. Ze gaan met elkaar om als broer en zus, zegt zij.

„Daar moet ik het mee doen”, zei Jacob Diederiks eerder in het gesprek. „Ik zou meer willen, hè. Ik zou zelfs nog naast haar willen liggen en haar beetpakken en haar strelen. We hoeven geen seks meer te hebben, maar er is nog zoveel meer dan dat.” Iedere ochtend, voordat hij vijf boterhammen uit de vriezer haalt, wekt hij haar. „Dan snurkt ze vreselijk en raak ik haar aan en wrijf ik haar over de rug. Dan geef ik haar een kus en zeg ik: nou, wakker?”

Hij, wanneer zij erbij is: „Voor mij is het een soort liefdebetoon.”

Zij, verbaasd: „Maar wat doe je dan?”

Hij: „Nou, je hand pakken, je een kus geven op je wang. Of op je oor. Van mij uit is het een stuk genegenheid tonen. Spontaan, niet gespeeld.”

Zij: „Ja maar, wat is de genegenheid dan?”

De klok tikt vijf seconden.

Hij: „Nou ja, moet ik dát uitleggen? Dat je toont: je hoort bij elkaar. Door aanraking.”

Zij lacht: „Maar hóé raak je mij dan aan?”

Hij: „Vanmorgen nog pakte ik je hand, die buitenboord hing. Hoe dan ook: ik raak je aan en dat is niet gespeeld. En het voelt beslist niet zoals je dat bij een zus zou doen.”

Paulien heeft, zegt ze, „een hele nare jeugd gehad”, ergens kwam een homo als echtgenoot haar goed uit. Het voelde veilig: ze had niks van hem te vrezen. Niet dat ze over haar vermoeden van homoseksualiteit durfde te beginnen. Pas veel later vroeg ze hem er een paar keer naar, waarop telkens ontkenning volgde.

Hij: „Ik was, en dat durf ik hardop te zeggen, echt straalverliefd op je, ik was gék op je. Dat vind jij raar om te horen, maar...” Zij, hard: „Maar waarom heb je dat dan nooit laten mérken?” Hij, zacht: „Nou, ik dacht dat ik dat wél liet merken.”

Zij: „Je bent je hele leven al bij elkaar en natuurlijk is er een...”

Hij: „...band.”

Zij: „Een band. Maar niet zoals bij een man en een vrouw.”

Natuurlijk, het is een gemis. Ik had gehoopt dat het later van beide kanten alsnog wel zou komen, de liefde

Dan, met tranen in haar ogen. „Natuurlijk, het is een gemis. Ik had gehoopt dat het later van beide kanten alsnog wel zou komen, de liefde. Maar dat kwam niet, niet van Jaap.”

Hij: „Ik ga meestal als eerste naar bed en dan zit jij nog tv te kijken en dan zeg ik wel eens gekscherend: kom je mij straks nog een nachtkusje brengen?”

Zij: „Ik weet dat je dat gekscherend zegt.”

Hij, emotioneel: „En toch zou ik er enorm blij mee zijn. Dat ik al in bed lig en ik ineens voetstappen hoor en dat jij dan zou zeggen: kom ik toch nog even een nachtkusje brengen en dat ik dan zou zeggen: o wat fijn, kom even hier. Dat zou ik écht zeggen. Even elkaars warmte voelen.”

Zij: „Waarom ik daar niet meer voor opensta? Omdat ik weet dat Jaap in zijn hart anders denkt.”

Hij: „Het gaat niet om denken, het gaat om voelen.”

Zij: „Maar dat je ergens denkt: ik had veel liever een man gehad.”

Hij: „Denk je dat ik daar op zo’n moment mee bezig ben? Totaal niet. Dan ben jij er alleen maar!”

Ineens zegt hij: „Er zijn ook dingen die jij nog nooit van mij hebt gehoord.” Hond Rhea ligt een meter voor zijn baasjes, precies tussen hen in, en brengt zijn kop richting Jacob, die vertelt dat de interviewer vroeg of zijn vrouw wist van zijn suïcidale gedachten.

Zij, met stomheid geslagen: „Of ik wist dat jij zo dacht?”

Hij: „Ja.”

Zij: „Nee, dat heb je nooit... Maar heb je dat echt eh... Maar wanneer dacht je dat dan?”

Hij: „Zeker tien jaar geleden, voordat ik bij je uit de kast kwam.”

Zij, terwijl haar rechterhand speelt met haar kettinkje: „Dat heb je dus nooit verteld, nee. Maar waarom toen?”

Hij: „Omdat ik er nog steeds niet mee voor de dag gekomen was. Het werd zo benauwd om mij heen.”

Zij kijkt weg en vecht tegen tranen: „O... dat heb je dus nooit verteld.”

Hij: „Ik had echt een plannetje al. Ik dacht: laat ik het nu maar opengooien.”

Zij: „En heb je dat nu nog dan?”

Hij: „Nee, gelukkig niet! Daar ben je wel blij om dan...”

Zij: „Ja, natuurlijk.”

Even later buigen ze zich over de menukaart van de plaatselijke Chinees. Vanavond iets makkelijks.

Jacob Diederiks: Oudroze. Uitgave in eigen beheer, te koop bij de (online) boekhandel. 94 blz. € 19,90. Praten over zelfdoding kan bij de landelijke hulplijn 113 Zelfmoordpreventie. Telefoon 0800-0113 of www.113.nl.