Zo gaat het met eerdere Nederlandse Songfestivaldeelnemers

Hoe gaat het nu met? Ze deden mee met het Songfestival, maar bleven niet altijd in de spotlight. Hoe gaat het met ze?

Foto’s ANP

Duncan Laurence: Een hit in de VS

Duncan Laurence won in 2019 het Songfestival en zijn ‘Arcade’ is nu populair in Amerika

Foto ANP/Sander Koning

De dingen die je met ‘Arcade’ kan doen op TikTok. Een meisje toont de puistjes op haar rug. Een ander meisje betuigt haar medeleven met de trillende handen van Selena Gomez. Een Canadese actrice doet de ‘Acting Challenge’: zo snel mogelijk uiteenlopende emoties acteren, van verdrietig naar euforisch in dertig seconden. Ze heeft een echte traan.

Een paar maanden geleden begonnen duizenden jonge Tiktokkers het twee jaar oude Songfestivallied van Duncan Laurence te gebruiken als soundtrack voor hun filmpjes. Het begon met Harry Potter-montages, maar het dramatische liefdeslied („Whohohoho, all I know, all I know, loving you is a losing game”) leende zich ook goed voor filmpjes over depressie, angststoornis, en voor coverversies. Duncan reageert met eigen filmpjes op de huisvlijt van de jongeren.

Dankzij TikTok begon ‘Arcade’ opnieuw flink te lopen op streamingplatform Spotify, waar het inmiddels bijna 400 miljoen keer is beluisterd. Het lied staat nu op 90 in de Amerikaanse top-100. Toen Duncan in de VS een half miljoen platen had verkocht, juichte hij op Instagram: „GOLD IN THE USA. GOLD… IN…THE…U.S.A. !!!!!!” Hij verscheen in maart en april ook op de Amerikaanse tv, onder meer in de talkshow van Ellen Degeneres. Vanaf de pier in Hellevoetsluis – waar hij opgroeide – bracht hij ‘Arcade’ in de nieuwe duetversie met de Amerikaanse zangeres Fletcher, die negenduizend kilometer verderop aan het Californische strand stond te zingen.

„A small town boy in a big arcade”. Zo voelde de 27-jarige zanger zich toen hij in 2019 in Tel Aviv voor Nederland het Songfestival won. En nu voelt hij zich weer zo. Als kind werd Duncan de Moor (Spijkenisse, 1994) jarenlang gepest op school. Hij componeerde vanaf zijn dertiende popsongs. Vanuit zijn slaapkamer begon de lange weg omhoog. Voor de Nederlandse kijkers kwam hij uit het niets, maar de student van de Tilburgse Rockacademie had jarenlang nauwgezet aan zijn eigen geluid gewerkt.

Vorig jaar kreeg Laurence last van angstaanvallen. Toen de coronacrisis zijn agenda leeg veegde, zo legde hij uit in Beau, was hij „bang dat het succes opeens op zou houden”. In het vervangende Songfestivalprogramma vorig jaar bleek hij niet in staat om te zingen. In plaats daarvan werd een eerder opgenomen repetitie uitgezonden. De coronastilte gaf hem wel de ruimte en tijd om zijn eerste album, Small Town Boy, op te nemen in Los Angeles. Muziek trok hem uit zijn angsten, zei hij in het AD: „Vroeger vluchtte ik als reactie op een slechte dag vaak m’n slaapkamer in om muziek te maken. Daar vond ik een veilige wereld. Dat bleek nu weer hetzelfde te werken.”

En met de liefde als een ‘losing game’ valt het wel mee: zijn Amerikaanse vriend heeft hem vorige herfst ten huwelijk gevraagd. Ze hebben al twee rode katertjes, Stevie en Kurt.

Michelle: ‘Mijn haar had ik zelf geknipt’

Michelle haalde in 2001 slechts 16 punten. Ze maakt nu een album met muziek van Benny Neyman en is verpleegkundige.

Foto ANP

Tussen al het Songfestivalgeweld probeert Nederland zich vaak te onderscheiden met een ingetogen presentatie. Dat werkte goed bij Duncan, bij The Common Linnets en bij Anouk.

Maar het werkte niet bij Michelle. In 2001 opende zij als 19-jarige het Eurovisie Songfestival in Kopenhagen met de kleine ballad ‘Out On My Own’. Zij zat op de vloer met blote voeten. Na twee minuten stond ze op, wankelend. „Dat ging nog bijna mis, zag je dat?” Michelle kreeg slechts zestien punten, waardoor Nederland het jaar daarop helemaal niet mocht meedoen.

Tegenwoordig worden deelnemers omringd door een leger aan adviseurs, inclusief een stylist die de ‘look and feel’ bepaalt. In de tijd van Michelle Coutens (Venray, 1981) was daar geen sprake van. „De NOS had me geld gegeven om kleding te kopen, verder mocht ik zelf weten wat ik aantrok. Stond ik daar op het openingsfeest in een joggingpak tussen de galajurken. Mijn haar had ik zelf geknipt. Omdat ik op blote voeten kwam, hadden ze het podium speciaal voor mij geveegd. Ik was niet eens naar de pedicure geweest, geen nagellak, niets.”

Na het festival ging ze gewoon weer terug naar school – ze studeerde zang en cello op het conservatorium. „Drie maanden lang ben je Nederlands grootste interesse, en daarna is dat voorbij. Geeft niet, ik heb nooit de ambitie gehad om beroemd te worden. En ik zat in de jazzwereld, daar hebben ze niets met het Songfestival.” Ze zat in de band EinsteinBarbie. Ook hielp ze mensen met een eetstoornis, met het lied ‘Vleugels’, en zette ze zich in voor de lesbische emancipatie met ‘Boobs ’n Brains’. Met zanger Remco van de Weerdt maakte ze een album met werk van de in 2008 overleden Benny Neyman.

De musicals Chess en Waanzinnig Gedroomd maakten van Michelle ongewild een #metoo-held. Op Facebook onthulde ze het grensoverschrijdend gedrag van regisseur Ruut Weissman. Michelle: „Ik wil niet zwijgen over dat soort dingen. Ik heb het gedaan uit solidariteit met de anderen die hun verhaal niet durven te doen. Voor mij heeft het toch geen gevolgen. Dan maar geen carrière.”

Na een half leven in de muziek liet Michelle (39) zich vorig jaar omscholen tot verpleegkundige. In het Amsterdamse verpleeghuis De Poort helpt ze ouderen revalideren. Waarom de carrièreswitch? „Ik word hier echt gelukkig van. Mijn leven is zo gebalanceerd nu.” Werd ze van musiceren dan niet gelukkig? „Op zich wel, maar als je daar echt je boterham mee moet verdienen, kun je niet altijd de keuzes maken die je zou willen. En het is een onzeker bestaan – dat geeft veel stress. Elke maand was het weer struggelen.” Verpleegkunde is zo puur en duidelijk zegt ze: „Het gaat om voor elkaar zorgen, iemand wassen en in bed leggen; de dagelijkse dingen. Uiteindelijk gaat het om contact maken, om mensen echt bereiken. Eigenlijk net als in de muziek.”

Teach-In: Ding-a-Dong luidde het einde in

Getty Kaspers won in 1975 met Teach-In en zingt komend Songfestival weer ‘Ding-A-Dong’, vanaf het dak van Museum Boijmans Van Beuningen.

Foto ANP

‘Stond ik daar te huppelen in mijn onschuld’’, zegt Getty Kaspers van Teach-In. „Ik zong: You’re walking along with your dingdangdong. Moesten de Engelsen erg om lachen.”

Voor de finale van dit Songfestival houdt Teach-In een reünie. Vanaf het dak van Museum Boijmans Van Beuningen laat de popgroep nog één keer ‘Ding-a-Dong’ door het Rotterdamse luchtruim schallen. ‘Ding-a-Dong’ was het winnende lied in 1975.

Getty (73) komt eigenlijk uit Oostenrijk – ze is opgegroeid in het plaatsje Weiz. Haar vader is onbekend, haar Nederlandse moeder deed na de geboorte afstand van haar. Getty groeide op bij een Oostenrijkse lerares, en vooral bij huishoudster Regina. „Mama haalde alles uit boeken, Regina haalde alles uit haar hart.” Op haar zesde vertelde de lerares aan Getty dat ze niet haar biologische moeder was. „Terwijl ze het vertelde, heb ik de armen en benen van mijn lievelingspop eruit getrokken, en het hoofd.” Toen Getty vijftien was, stond haar Nederlandse moeder ineens voor de deur. Ze nam haar mee naar Enschede. „Dat was min of meer tegen mijn zin. Ik kwam in een volksbuurt terecht, ik sprak geen woord Nederlands. Nog steeds heb ik moeite met de S en de Z.”

Als voordeel van haar ontworteling noemt Getty dat ze zich makkelijk kan aanpassen: „Ik ben een kameleon, ik haal alles uit de kast om in de smaak te vallen. Een soort overlevingsding. Een vriendin zei laatst tegen me: je kan kletsen als de beste, maar uiteindelijk dring ik niet tot je door.”

Getty begon jong in Teach-In: „Ik heb nooit gewerkt, begon meteen met zingen.” Eerst was het een coverband die veel in Duitse dancings optrad. ‘Ding-a-Dong’ was het hoogtepunt, maar luidde ook het begin van het einde in: „We moesten op tournee. Liepen alles af te klepperen om onze hit te promoten, zonder een dag vrij.” Na een jaar was Getty opgebrand. „Ik zei: jongens, ik moet vakantie hebben. Maar dat mocht niet. Toen ben ik in 1976 uit de band gegaan.” Na een onsuccesvolle solo-elpee stapte Getty in 1979 helemaal uit de muziek.

Hierna wordt haar leven wat rommelig. Haar tweede man voerde haar naar Portugal („Ook weer zo’n heerlijke misstap”), met haar derde man ging ze terug naar Weiz, waar hij stierf aan ALS. Om het allemaal nog eens rustig terug te lezen, beveelt Getty van harte haar biografie aan: Een leven lang geleden.

De vierde man, vrachtwagenchauffeur Cor, bracht het plezier en de muziek terug in haar leven. Nu zingt ze ieder jaar in de Songfestivalperiode wel weer ergens ‘Ding-a-Dong’. Ze wordt dan bijvoorbeeld uitgenodigd door de OGAE, de organisatie waaronder tientallen fanclubs vallen. „Zo ben ik in Madrid, Wenen en Moskou geweest. Leuke snoepreisjes, ik hoef alleen maar ‘Ding-a-Dong’ te zingen.”

Sieneke: Prinses van het Levenslied

Sieneke strandde in 2010 in de halve finale met 29 punten, nu toert ze (zodra het weer kan) met Frans Bauer.

Foto ANP

Sieneke Baum-Peeters (29) was op theatertournee met Frans Bauer toen de coronacrisis uitbrak en alles stil kwam te liggen. Eind dit jaar pakken ze de tournee weer op. „De polonaises die ik altijd voorbij zie trekken, ik hoop dat ze snel weer terugkomen.”

De zangeres deed in 2010 mee aan het Eurovisie Songfestival in Oslo met het lied ‘Ik ben verliefd (Sha-la-lie)’. Enige maanden eerder zorgde haar zege in de voorrondes voor gedenkwaardig live-televisie: twee acts kregen evenveel stemmen, waarna componist Pierre Kartner te midden van de chaos minutenlang weigerde om een winnaar aan te wijzen.

„Shalalie shalala, shalalie shalala/ Zo gaat het ongeveer/ Shalalie shalala, shalalie shalala/ Ja, ik weet het alweer.” Daar stond Sieneke in Oslo, met achter zich een draaiorgel en twee als draaiorgelpoppen verklede dansers. „Het echte draaiorgel was te zwaar voor de glazen vloer, dus ik had alleen de voorkant mee.” Sieneke strandde in de halve finale met 29 punten – de laatste keer dat op het Songfestival een Nederlandstalig lied klonk. Aan het festival heeft ze mooie herinneringen: „Maandenlang werk je toe naar die paar minuten. Ik was net achttien, zo jong en naïef, ik vond alles leuk en bijzonder.” Ze werd begeleid door zangeres Marianne Weber die al veertig jaar op het podium staat. „Ik vroeg aan Marianne: ‘Is dit normaal?’ Ze zei: ‘Nou, Sien, dit is niet normaal, hoor. Dit ga je nooit meer meemaken.’”

Voor Sieneke was ‘Sha-la-lie’ – een vrolijke jive met draaiorgel en accordeon – een natuurlijke keuze: „Ik wilde verder met het Nederlandse lied.” In haar jeugd waren Bauer, Weber en Hazes al haar idolen. Na het Songfestival bouwde ze gestaag aan een bestaan als Prinses van het Levenslied. Doordeweeks moeder, in het weekend het land in. „Mijn voordeel was dat er in het levenslied niet zo veel zangeressen zijn. Je hebt Marianne Weber, Corry Konings en ik.” Haar dromen zijn uitgekomen, zegt ze: „Ik ben begonnen op het allergrootste podium van de wereld, nu ga ik van restaurants naar bruiloften en festivals. Ik werk met mijn idolen, en elf jaar na het Songfestival kan ik nog steeds de mensen gelukkig maken met mijn muziek.”

Ze had in het begin één hindernis: „Levensliederen gaan over zware problemen: dat je gescheiden bent, dat je alleen met een kind achterblijft. En dat moet je wel met overtuiging brengen. Maar ik was net achttien, ik had die levenservaring niet.” Inmiddels zingt Sieneke overtuigend over mannen die haar bedriegen en verlaten („Mijn hart is bont en blauw/ Dat komt alleen door jou”). Heeft ze nu wel het benodigde levensleed meegemaakt? „Nou, ik ben nog steeds gelukkig getrouwd, en ik heb een dochter van zes en een zoontje van drie. Maar ik ben door het vak wel wat harder geworden. Je leert voor jezelf opkomen.”