Squid: Ollie Judge (links), Louis Borlase, Arthur Leadbetter, Anton Pearson en Laurie Nankivell.

Foto Holly Whitaker

Interview

De post-postpunk van Squid klinkt hoekig, buiten de hokjes

Nieuw album De Britse band Squid is de postpunk voorbij. Improvisatie en originele invalshoeken zijn cruciaal. „We zijn snel verveeld en blijven niet hangen bij beproefd materiaal.”

Noem het liever geen postpunk, zegt Laurie Nankivell over de muziek van zijn groep Squid. „Post-futurisme komt meer in de richting. Postpunk is een uitgekauwde term geworden. We voelen ons verwant met bands als Black Midi en Black Country, New Road. Niet omdat we hetzelfde klinken, maar juist omdat we allemaal een eigen koers varen.”

Laurie Nankivell neemt als trompettist en bassist een centrale plek op het podium in naast zingende drummer Ollie Judge, toetsenman Arthur Leadbetter en gitaristen Anton Pearson en Louis Borlase. Ze kennen elkaar van de universiteit in de Engelse kustplaats Brighton. Squid klonk van meet af aan anders dan andere bands. Hun instrumentarium lijkt op dat van een rockband, maar de invloeden variëren van elektropop en jazz tot afrofunk. Improvisatie is het uitgangspunt. Laurie Nankivell vervult een cruciale rol met zijn trompetspel, soms harmonisch en dienend, dan weer schril en boven de anderen uit piepend.

Altijd maar on the road zijn doet gekke dingen met je geestelijke gezondheid

„Voor mij als trompettist is het de kunst om in ieder nieuw muziekstuk een originele invalshoek te vinden”, zegt Nankivell via Zoom vanuit zijn woonplaats Bristol. „We zijn toch al buitenissig, met een zingende drummer en songs die meestal niet binnen de drie minuten blijven. De trompet is niet het meest voor de hand liggende instrument in een rockband. Ik heb een vrije opdracht, maar ook de verplichting om grenzen op te zoeken.”

Squid: Louis Borlase, Anton Pearson, Laurie Nankivell, Arthur Leadbetter, Ollie Judge

Foto Holly Whitaker

Hoekig

De eerste, digitaal uitgebrachte single ‘Perfect Teeth’ verscheen in 2016. Met nummers als ‘The Cleaner’ en ‘Houseplants’ vestigden ze hun naam als een band met hoekige, niet makkelijk in een hokje te vangen muziek. Vorig jaar verscheen het nummer ‘Sludge’ op een 10”-vinylplaat via hun nieuwe label Warp. Geen van die oudere songs haalde het album Bright Green Field. „We zijn snel verveeld en we blijven niet hangen bij beproefd repertoire”, zet Nankivell over het gemak waarmee nieuwe muziek blijft vloeien bij Squid. „De pandemie heeft ons beknot in de mogelijkheden om live te spelen en op tournee te gaan. Een geluk bij een ongeluk is dat we onze muziek daarom niet dood gespeeld hebben.”

Herkenbaar en specifiek aan Squids muziek is de opgewonden, altijd licht hysterische spreekzang van drummer Ollie Judge. In het nummer ‘Narrator’ echoot hij LCD Soundsystem met zijn opgewonden kreet „I’m losing my flow”. Zangeres Martha Skye Murphy brengt tegenwicht met zalvende fluisterzang die aan het eind ontaardt in een gierende waanzinaria. „De werkelijkheid achter al die opwinding is dat Ollie in het dagelijks leven een rustige, bedachtzame jongen is”, zegt Nankivell. „Toen we begonnen met samenspelen was het nog helemaal geen uitgemaakte zaak dat we er een zanger bij nodig hadden. Ollie is dat op zeker moment gewoon gaan doen. Drummen en zingen tegelijk gaat hem makkelijk af. Zijn stem kwam zonder veel moeite boven de rest uit.”

De geëxalteerde toon die Ollie Judge meestal opzet past goed bij Squids favoriete onderwerpkeuze: de nietigheid van de mens in een hedendaags stedelijk landschap. In het nummer ‘G.S.K’ neemt Judge het als een donquichot op tegen de schaduw die het immense gebouw van de farmaceutische industrie Glaxo Smith Klyne op de periferie van de stad Londen werpt. „We putten inspiratie uit de dystopische werkelijkheid van het moderne leven, zoals beschreven in de romans van J.G. Ballard”, legt Laurie Nankivell uit. „Het nummer ‘G.S.K’ is niet specifiek bedoeld als een protest tegen of zelfs maar een commentaar op de farmaceutische industrie. Waar het ons om gaat is het primaire gevoel van nietigheid dat een mens ervaart in de schaduw van zo’n groot en futuristisch flatgebouw. Met de hoesillustraties van Bright Green Field hebben we geprobeerd te weerspiegelen hoe de werkelijkheid wordt vertekend door de vervreemding die modern leven met zich meebrengt. Op het eerste gezicht zie je een man die zich uitstrekt op een grasveld. Alleen: het is geen man. En het is geen grasveld.”

Het is maar een naam

Het minst originele aspect aan Squid is de naam. De pophistorie kende al vele Squids, 28 om precies te zijn. De bassist van de New Yorkse punkband Lunachicks noemt zich Squid, net als een Goa-tranceproject van eind jaren negentig. Giant Squid is een doem-metalband uit San Francisco. De tentakels van al die andere inktvissen hebben geen vat op zijn band, lacht Nankivell. „Een naam is maar een naam. We zochten iets met één lettergreep, liefst met een verwijzing naar een dier. Een andere mogelijkheid die geopperd werd was Hoof. Die is het niet geworden. Mensen die onze muziek zoeken weten ons heus wel te vinden.”

Engeland maakt zich op voor een terugkeer naar een zo normaal mogelijke situatie op het gebied van optredens en festivals, vertelt de trompettist. „We hebben een tour gepland die Fieldworks gaat heten en waarbij de veilige afstand tussen concertbezoekers in acht wordt genomen. Voor ons is dat een opwindend vooruitzicht, want het stelt ons in staat om in kleinere zalen te spelen dan we voor de pandemie gewend waren, in steden en dorpen waar we nog niet geweest zijn. De muziek wordt nog experimenteler dan gewoonlijk, met nieuw materiaal dat we aan het ontwikkelen zijn voor een volgend album. Voor de jonge band die we zijn hebben we al flink wat tourervaring. Altijd maar on the road zijn doet gekke dingen met je geestelijke gezondheid. In dat opzicht is het fijn dat we een stap terug konden doen. We komen extra krachtig terug. Ook in Nederland, zo snel als we kunnen.”