‘De natuur is bij de stad vogelvrij’

Stadsecoloog Martin Melchers Zijn hele werkzame leven lang zette stadsecoloog Martin Melchers zich in voor de flora en fauna van Amsterdam. Er is veel om „grimmig van te worden”, maar gelukkig is Moeder Natuur ook veerkrachtig en inventief. In zijn boek Geluksvogel beschrijft Melchers zijn ervaringen en het spanningsveld tussen natuurbehoud en beleid. „De gemeente en de wilde natuur zijn water en vuur.”

Foto Niels Blekemolen

Dit is uitgesproken Martin Melchers-biotoop: de industriële rafelranden aan de westzijde van de stad, de spuitvelden daar, de overslagplekken voor schepen, de ruigte van een pionierslandschap en ja, vooral de flora en fauna die zich hier veelal tijdelijk nestelen. Voor Melchers vormen die spuitvelden een „ongestoorde biotoop en als je, zoals ik, al bijna vier generaties lang in de natuur van Amsterdam rondloopt dan ontdek je telkens een verrassende soortenrijkdom op verborgen plekken”.

Eieren van de kleine plevier. Foto uit boek

Martin Melchers (76) geniet bekendheid als stadsecoloog van Amsterdam, een functie die hij, naast zijn werk als fysiotherapeut, vervulde van 1992 tot 2009. „Ook dat was pionieren”, zegt Melchers, „want de gemeente Amsterdam en de wilde natuur zijn water en vuur, dat botert niet. Als ik het bij de gemeente had over planten en dieren dan werd ik in de wandelgangen soms staande gehouden en werd me toegevoegd: ‘De stad is voor de mensen. Als wilde planten en dieren hier zo nodig willen leven, gebeurt dat op onze voorwaarden’.”

Voor iedereen die van de natuur houdt en weleens somber wordt over de toekomst ervan is Melchers’ nieuwste boek even hoopgevend als bemoedigend: Geluksvogel heet het toepasselijk, met als ondertitel Een kleine biografie van de Amsterdamse natuur. Het boek is rijk geïllustreerd met foto’s uit Melchers’ eigen archief die een mooi beeld geven van de Amsterdamse natuur én van Melchers gedurende de laatste decennia.

En nog steeds wijdt Melchers zich aan het bestuderen en beschermen van de natuur: het is als „buiten spelen” en de natuur is voor hem als „balsem”, zoals een van de hoofdstukken heet. Hij verwierf faam met boeken als Haring in het IJ. De verborgen dierenwereld van Amsterdam (1991) en De wilde stad. 100 jaar natuur van Amsterdam (2001). Ook maakte hij samen met Merel Westrik de uiterst succesvolle film Amsterdam Wildlife (2015). Een nachtversie is nu in de maak, met als werktitel Amsterdam by Night. Verrassende natuur in de stad. Van hun beiden verscheen in 2019 ook de bundel In de bosjes, met korte verhalen over verwonderingen over de dieren en planten in Amsterdam en hun onderlinge vriendschap.

Lees ook: Lowbudget-film werd dé kaskraker van Amsterdam

Natuurbehoud en politiek

We gaan op zoek naar de spontane natuur die opkomt op schraal, braakliggend gebied, zoals in het Westelijk Havengebied. „Eigenlijk”, vervolgt Melchers onderweg vanuit de Watergraafsmeer, „is er geen enkele partij in deze stad waarbij de natuur in veilige handen is”. Na enig nadenken voegt hij eraan toe dat de Partij voor de Dieren „zich de natuur wel aantrekt”.

Zijn hele werkzame leven lang manoeuvreerde Melchers tussen natuurbehoud en politiek, tussen liefde voor rugstreeppadden, vossen, bijzondere vogels en beleid.

Foto Merel Westrik
Foto Merel Westrik

Al pratend bevestigt hij wat zijn boek zo overtuigend betoogt: „Mensen vragen me waarom ik nog zo enthousiast kan zijn als de natuur zo bedreigd wordt. Zeker, ik maak me soms grote zorgen, maar telkens kom ik er ook weer achter niet te pessimistisch te zijn: Moeder Natuur zorgt altijd voor verandering, dat is de enige constante. Daarom verschijnt en verdwijnt er aldoor van alles, steeds opnieuw. De wilde natuur in de stad heeft zichzelf uitgenodigd, daar vraag je niet om. Nooit had ik kunnen bedenken dat er slechtvalken zouden broeden aan de Zuidas en zelfs belangstelling tonen voor de torens van het Rijksmuseum en de Westertoren. Nu leven overal langs de stadsrand boommarters. Wie had dat kunnen verzinnen? De verandering als constante geeft me ook houvast.”

‘IJburg is een grote zonde’

Melchers’ motto, zou je kunnen zeggen, luidt: „Wat verdwijnt, daar komt ook iets voor in de plaats”. Maar desalniettemin kan hij ook „grimmig” worden als hij met lede ogen moet aanzien dat er geen plek meer is voor zijn allergeliefdste vogelsoort, de kleine plevier, die ook het omslag van zijn boek siert. Of dat er enorme beleidsfouten worden gemaakt, zoals met de bouw van IJburg: „Dat is een grote zonde. Het huidige IJburg is neergeplempt in een Europees Vogelrichtlijn- en Habitatgebied. Het Natuurnetwerk Nederland wordt hier niet erkend. Ik kom er zo weinig mogelijk. Afspraken zijn geschonden, en nu met de voorgenomen komst van een windmolenpark zal dat alleen maar erger worden. De natuur is bij de stad min of meer vogelvrij, dat heeft IJburg ons geleerd.”

Foto uit boek

Ondertussen zijn we in het Westelijk Havengebied aangekomen en wijst Melchers op de brug van een schip die wit oplicht tegen een duistere wolkenpartij. „Zo prachtig is het hier”, zegt hij. „Dit noem ik openbaar kunstbezit. Ik ben op veel plekke in de wereld geweest, tot aan de Serengeti in Tanzania en op de Galapagos Eilanden. Maar het liefst keer ik terug naar de wilde natuur van Amsterdam.”

Buiten vrijen krijgt in mijn boek ook een rol. Ik rommelde met dames in de bosjes, ik schrijf dat op. Iedereen herkent dat

Martin Melchers

Verderop zien we een woud van wilgen en bosschages, zomaar spontaan opgekomen op wat eens braakland was: „Als je niets doet, dan komt daar vanzelf een bos van wilgenstruweel: wild, ruig, ideaal voor dieren en planten. Daar heb je geen landschapsarchitect voor nodig.”

Vrijen in de bosjes

Dit soort bosjes speelt in Geluksvogel een onverwachte rol, in bijvoorbeeld het hoofdstuk ‘Baltsende plevieren’ dat vooral over liefde tussen mensen ín de natuur gaat: „Buiten vrijen krijgt in mijn boek ook een rol. Ik rommelde met dames in de bosjes, ik schrijf dat op. Iedereen herkent dat. Meestal lees je dat niet, maar dan worden natuurmensen van die aseksuele wezens.”

We komen aan bij een groot parkeerterrein in the middle of nowhere dat door een autorijschool werd gebruikt voor rijlessen. Melchers wijst op een hoge muur: „Kijk, daar vlak tegenaan vond ik eens het nest van de kleine plevier. Ik heb toen wat stenen eromheen gelegd om het nest te beschermen tegen de rijschoolauto’s, maar ik moet toegeven dat het niet is gelukt. Het is zo dapper van die kleine plevier hier te gaan broeden met zoveel levensgrote gevaren, alleen al de predatie door zwarte kraaien.”

De kleine plevier. Foto uit boek

Het boek heeft weliswaar als ondertitel Een kleine biografie van de Amsterdamse natuur, maar je zou het ook kunnen noemen Een kleine autobiografie van Martin Melchers: het leven van Melchers en de ontwikkelingen van de Amsterdamse natuur gaan prachtig gelijk op. „Ik schreef het voor mezelf als verjaardagsgeschenk voor mijn 75ste. Ik ben een verhalenverteller en zo schrijf ik ook. Mijn stijl is een vertellende.”

Dat dit soort gebieden hem zo aantrekt komt omdat hij vanaf zijn vroegste jeugd in de spuitvelden van de havens kwam. Melchers: „Ik groeide op aan de Admiralengracht 124, dat lag toen aan de rand van de stad. Aan de overzijde van de Postjeskade begonnen de weilanden en daarachter kwam later de havennatuur. Op de Ringspoordijk ving ik mijn eerste zandhagedissen, in de slootjes stekelbaarsjes en op het zand zag ik mijn eerste plevieren. Opgespoten velden zijn gedroomde natuur: 120 paar kleine plevieren broedden er, 70 paar strandplevieren, 60 paar bontbekplevieren. Kieviten, tureluurs en kiekendieven. Orchideeën bloeiden er, 500.000!”

Dat was toen, de tijd van de opgroeiende Melchers. Nu zegt hij: „Ik had hier in het havengebied wulpen, bruine kiekendieven, veldleeuweriken en de drie pleviersoorten zitten, maar die zijn inmiddels bijna allemaal verdwenen. De mensen van de Omgevingsdienst moeten de natuurwetgeving handhaven, maar de basiskennis over wilde natuur ontbreekt bij hen. Ze weten niets van soorten en weten niet hoe ze met dit soort gebieden moeten omgaan. Er zijn hier zelfs festivalterreinen gepland. Ze denken niet mee met de natuur, luisteren niet naar haar. Ik, of beter gezegd, de natuur is veel kwijtgeraakt en daar moet je bestand tegen zijn.”

Vogelkijkhut op de natuurstrook tussen het Geuzenbos en het Atlaspark bij de Conakryweg. Foto Niels Blekemolen

Maar Melchers heeft zichzelf en ons niet alleen dit boek cadeau gedaan, ook was hij betrokken bij een natuurstrook tussen het Geuzenbos en het Atlaspark bij de Conakryweg. Pal naast de immense aluminiumwand van bedrijventerrein de Heining ligt daar een waterberging. Er staat een hardroze picknickbank die Melchers aangeeft als zijn ‘buitenkantoor’. Het Havenbedrijf bouwde op zijn verzoek een ijsvogelwand en ook verrees een vogelkijkhut. We zien de dodaars en krakeend, horen de cetti’s zanger en plots vliegen twee fazantenhanen over.

Het ‘buitenkantoor’ van Martin Melchers: de hardroze picknickbank bij de waterberging. Foto Niels Blekemolen

Melchers wijst naar het dak van het bedrijf: „Daar broeden scholeksters, net als de plevier houdt die van een pioniersbiotoop. Geïnspireerd door de vele slechtvalken bij Amsterdam noem ik die hoge plekken ‘biotoop luchtruim’. Dat vind je allemaal hier, juist waar niemand het verwacht. Ga op pad en je stapt zo het grote avontuur in.”

Martin Melchers: Geluksvogel. Een kleine biografie van de Amsterdamse natuur. Met foto’s van Martin Melchers, J. Walters, Geert Timmermans e.v.a. Uitgeverij KNNV, 187 blz. Prijs € 22,50.

Reageren

Reageren op dit artikel kan alleen met een abonnement. Heeft u al een abonnement, log dan hieronder in.