‘Testen is voor musea niet de toekomst’

Museumweek Tijdens de Nationale Museumweek mochten zeventien musea in april heel even open. Maar de animo voor de sneltesten en entreekaarten viel tegen.

Boven: De Hermitage in Amsterdam kleurt rood om aandacht te vragen voor de problemen in de cultuursector. Midden: Demissionair minister Ingrid van Engelshoven opent de Nationale Museumweek in het Groninger Museum. Onder: Het Bonnefantenmuseum in Maastricht was een van de zeventien deelnemende musea aan de pilot.
Boven: De Hermitage in Amsterdam kleurt rood om aandacht te vragen voor de problemen in de cultuursector. Midden: Demissionair minister Ingrid van Engelshoven opent de Nationale Museumweek in het Groninger Museum. Onder: Het Bonnefantenmuseum in Maastricht was een van de zeventien deelnemende musea aan de pilot. Foto’s Evert Elzinga, Siese Veenstra, Frans Lemmens/ ANP

Peter Miedema, directeur van het Jopie Huisman Museum in Workum, was dolgelukkig dat er weer mensen naar binnen konden in ‘zijn’ museum. Het Jopie Huisman Museum, gewijd aan de in 2000 overleden autodidactische schilder, was een van de zeventien musea die in april meededen aan de door het ministerie van OCW georganiseerde pilot met sneltesten. Drie dagen mocht het museum open, tijdens de Nationale Museumweek, voor 125 bezoekers per dag. „De medewerkers, het publiek, de vrijwilligers – iedereen was zo blij dat we eindelijk weer konden doen waar we goed in zijn.” De pilot is nu afgerond en de musea zijn weer dicht.

„Inderdaad”, beaamt Annabelle Birnie, directeur van de Hermitage en de Nieuwe Kerk in Amsterdam: „Mensen die naar kunst kijken, publiek dat met elkaar over kunst praat – hoe mooi is dat? Het hele managementteam stond te helpen in de hal.” Stijn Huijts van het Bonnefantenmuseum in Maastricht benadrukt de vreugde die hij zag bij het publiek dat kwam kijken naar de tentoonstellingen over Berlinde de Bruyckere en Brueghel. En Harry Tupan, directeur van het Drents Museum in Assen, voegt daaraan toe: „Ja, we deden graag mee aan die pilot, want goh, het afgelopen jaar is toch inhoudelijk helemaal verloren gegaan?”

Wij mochten maximaal 1.800 bezoekers verwelkomen, maar er zijn er maar 363 echt gekomen.

Maar naast de vreugde was er ook teleurstelling. Het animo van bezoekers om zich te laten testen voorafgaand aan hun museumuitje bleek niet al te groot. De Museumvereniging maakte dit weekeinde bekend dat van de 37.000 kaarten die beschikbaar waren, er slechts 16.000 werden verkocht. „Er zijn zoveel barrières in deze pilot ingebouwd dat de bezoekersaantallen tegenvielen”, zegt Harry Tupan van het Drents Museum. „Wij mochten maximaal 1.800 bezoekers verwelkomen, maar er zijn er maar 363 echt gekomen.”

Aan de entree moest het publiek een negatief coronatestbewijs overleggen dat bij een speciale teststraat moest worden afgenomen. Dat bewijs kon alleen via een app op de mobiele telefoon worden overhandigd bij entree. Daarnaast mochten uitsluitend bezitters van een Museumkaart van tevoren een ticket bestellen. Claudia Urru van het Zeeuws Museum in Middelburg: „De spontaniteit van gezinnen die langslopen en denken: leuk, we gaan het museum even in – ja, die gaat zo wel verloren.”

Museumprotocol

Het museumprotocol dat vorig jaar na de eerste lockdown gold, is ook nu van toepassing geweest. Het Zeeuws Museum (160 bezoekers, waar er 330 waren toegestaan) heeft dat protocol voor deze pilot zelfs uitgebreid. Urru: „Behalve dat we een heel strikt tijdslot hanteerden van zes mensen per tien minuten, hebben we onze hele entree en wc-ruimtes naar buiten verplaatst. In ons smalle museum hebben we een looproute aangelegd. Bezoekers kwamen elkaar niet tegen, en ze hoefden binnen niets aan te raken.”

Demissionair minister Ingrid van Engelshoven opent de Nationale Museumweek in het Groninger Museum. Foto Siese Veenstra / ANP

Voor Miedema van het Jopie Huisman Museum (100 bezoekers, waar 375 waren toegestaan) is het duidelijk: „Deze pilot was voor ons geen testfase, want de echte testfase hadden we vorig jaar al gehad na de eerste lockdown. Het museumprotocol van tijdsloten en anderhalve meter afstand hebben we strikt nageleefd en ook toen al bleek dat er geen enkele besmetting via museumbezoek is opgetreden.”

Birnie van de Hermitage in Amsterdam (1.740 bezoekers, waar 2.175 waren toegestaan) stelt: „Deze pilot was leuk, en we deden mee omdat iedere euro voor een particulier museum als het onze telt. Maar testen voor museumbezoek is zeker niet de toekomst.”

De pilot zorgde in het Openlucht Museum in Arnhem, dat het hoogste aantal van 2.500 bezoekers mocht binnenlaten op een terrein van 44 hectaren omvang, voor „een absolute teleurstelling”. Directeur Teus Eenkhoorn: „Het was natuurlijk fijn dat medewerkers weer wat anders konden doen dan historische huisjes opschilderen, maar de opkomst van in totaal 1.300 mensen was bedroevend.” Dat ligt volgens Eenkhoorn aan een aantal factoren. Alleen mensen met een Museumkaart konden een kaartje kopen: „En dat is maar voor de helft ons publiek”. Bij de verplichte teststraat in het Gelredome trad een storing op, zodat er niet getest kon worden. Daarnaast benadrukt Eenkhoorn dat er met deze pilot voorbij is gegaan aan „de onderstroom in de samenleving die principieel tegen testen is.”

Boze reacties

Die onderstroom heeft voor veel boze reacties bij de deelnemende musea geleid. Tupan: „Medewerkers kregen mails met vragen waarom we ons als museum lieten lenen voor een testsamenleving. Inhoudelijk waren die mails zeker niet prettig.” Miedema: „Op sociale media gingen mensen uit hun dak dat we die testen vooraf verplicht stelden. Sommigen zeiden: ‘Jopie zou zich omdraaien in zijn graf als hij dit zou weten.’”

Het Bonnenfantenmuseum in Maastricht was een van de zeventien deelnemende musea aan de pilot. Foto Frans Lemmens / Hollandse Hoogte

Tupan hoopt dat de data die nu zijn verzameld in deze pilot „gaan helpen om de musea versneld te openen. Wij kunnen in ons grote museum heel goed, heel veilig, veel mensen faciliteren. Daar zijn geen verplichte testen vooraf voor nodig.” Dat vindt ook de Museumvereniging. „Door de uitgebreide ervaring met het coronaprotocol, weten we dat musea veilig open kunnen zonder sneltesten”, aldus woordvoerder Janneke Visser.

Hoge verzekeringskosten en de coronacrisis maken grote reisexposities met veel bruiklenen lastig. Gelukkig staan de museumdepots vol bijzondere kunstwerken.

Ondertussen zijn er ook instellingen die niet willen wachten. Presentatie-instelling De Vleeshal in Middelburg is vanaf 1 mei omgedoopt tot ‘winkel’, waar door kunstenaars ontworpen T-shirts, truien, tassen en boeken te koop zijn. En passant kan er, volgens alle veiligheidsprotocollen en met een bezoekersaantal van maximaal drie personen, een tentoonstelling worden bekeken waar werken te koop zijn. Met de functie van winkel brengt directeur Roos Gortzak, zo zegt zij, de oude functie van De Vleeshal terug, de plek in Middelburg waar vlees werd verhandeld.

Gortzak ziet deze heropening niet als slechts een ludieke vorm van protest. „Ik kan dit gewoon niet meer volhouden”, zegt ze. „Niet voor de kunstenaars die eronder lijden en geen inkomen hebben. Maar ook niet voor al het werk dat staat te verpieteren. We hebben een hele mooie groepstentoonstelling in huis die al vanaf januari is ingericht – en niemand die haar kon zien.”