Ensemble bouwt zelf aan superstream voor livemuziek

Livestream Samen musiceren vanaf verschillende locaties, via Zoom gaat dat niet. Ensemble Insomnio bouwt daarom zelf aan een supernetwerk.

Ulrich Pöhl ontwikkelt met het Insomnio Ensemble een techniek om met meerdere musici op grote afstand van elkaar te spelen via digitale verbinding.
Ulrich Pöhl ontwikkelt met het Insomnio Ensemble een techniek om met meerdere musici op grote afstand van elkaar te spelen via digitale verbinding. Foto Andreas Terlaak

Het is donderdagmorgen en het miezert op het troosteloze bedrijventerrein De Loeten in Amstelveen. Het enige dat je hoort zijn de vrachtwagens op de hoofdweg ergens achter een van de vele loodsen. Verder is het stil. Niemand in de wijde omtrek hoort dat dit terrein deze ochtend een muzikaal middelpunt is. Op zeven andere plekken in Nederland spelen musici hiernaartoe. Er is zelfs iemand in Boedapest met het terrein verbonden.

Op één plek hoor je het wel: in de loods van Da Capo, een bedrijf gespecialiseerd in orkestversterking. Achter een groot mengpaneel en vijf schermen en omringd door minstens zo veel speakers zitten Ulrich Pöhl, dirigent van ensemble voor hedendaags klassieke muziek Insomnio en geluidstechnicus Rob Strolenberg geconcentreerd te luisteren.

Insomnio is een van de ensembles die in de eerste lockdown op afstand probeerden te repeteren via videobelprogramma Zoom. Al snel kwamen ze erachter dat dat via dat programma niet ging werken. De geluidsvertraging is veel te groot, tegelijk spelen is onmogelijk. Sindsdien bouwt Pöhl met een team van ict’ers en geluids- en videotechnici aan een ‘netwerkperformance’-techniek. Met Raspberry Pi’s, minicomputers waarop je eigen software kunt programmeren en draaien, bouwen ze een eigen netwerk. Een netwerk dat enkel gericht is op zo snel mogelijk geluid overbrengen. Geld voor de techniek kwam uit het Cultuurmakersfonds, en later ook uit het Cultuur Innovatiefonds Provincie Utrecht.

Eerste test

Eind maart probeerden ze hun techniek voor het eerst uit, voor online kijkers en Radio 4: drie musici speelden in de foyer van TivoliVredenburg in Utrecht, drie in Akoesticum in Ede, één in Muziekgebouw aan ’t IJ in Amsterdam en één in haar studeerkamer in Boedapest. Ze speelden Longing for a hug van componist Dai Fujikura. Nergens hoorde je afstand. Ze slaagden voor de test met vlag en wimpel.

Vandaag test Insomnio de volgende stap. Geen vier, maar acht verbonden huiskamers, van Nieuwe Niedorp tot Oirschot. Ook Boedapest zit weer in het netwerk. Voor de repetitie kreeg iedereen thuis een goede microfoon, een geluidskaart en een Raspberry Pi die zo is voorgeprogrammeerd dat hij alleen maar aangezet hoeft te worden. De Pi’s maken automatisch verbinding. Dat komt neer op zeker 45 directe verbindingen, van iedereen naar iedereen.

Er lopen meer van veertig directe netwerkverbindingen: van iedereen naar iedereen

Feitelijk zelfs nog tien meer. Het snelle netwerk werkt wel met een kraakje hier en daar; voldoende om te kunnen spelen, maar geen cd-kwaliteit. Daarom loopt er van elke speler nóg een verbinding naar Amstelveen: een kraakheldere, met vertraging. Dat geluid krijgt alleen geluidstechnicus Rob Strolenberg op zijn mengpaneel te horen, zodat hij het naar het publiek kan sturen.

Om elkaar te zien, gebruiken ze nu nog Zoom. Tijdens het musiceren hebben ze er niks aan, maar voor de cohesie is het fijn. Pöhl: „Beeld vraagt simpelweg te veel data om zonder vertraging te ontvangen.” Voor een mooi beeld op de stream van maart werd het geluid voor het publiek digitaal vertraagd, om beeld en geluid synchroon te laten lopen.

Foto Andreas Terlaak

Na de repetitie toont Pöhl zijn musici nu het nieuwste foefje: als ze allemaal even de mobiele telefoon erbij willen pakken, kan hij laten zien hoe ze op een zelfgebouwde app het geluid dat zij horen kunnen afstellen. Met een grote ‘Tap (tap) boem’-knop kunnen ze elkaar nu ook een kort piepje in de oren seinen, handig om op cruciale momenten muzikale ‘cues’ aan elkaar door te geven.

Wat in Amstelveen opvalt: de rol van de dirigent verandert compleet. Normaal dient een dirigent zijn bedoelingen duidelijk te maken met gebaren, nu geeft Pöhl iedereen met een microfoon verbale aanwijzingen in hun koptelefoon: „Esther, 3, 2, 1…”. „Nu vibrato allemaal.” En: „Mooi! We doen één herhaling extra.” Het sociale gemis van samenzijn is natuurlijk groot, maar voor een goede uitvoering hoef je elkaar niet per se te zien, volgens Pöhl: „Eigenlijk klinkt het nu zelfs beter. In een livesituatie heb je door de afstand onderling méér vertraging dan je nu in je koptelefoon hoort. Nu zit je vlak naast iedereen.” Zelfs het middelpunt in Amstelveen is niet per se nodig. Als een paar musici onderling willen repeteren, hoeven ze hun Pi maar in te prikken en ze hebben verbinding.

Bij harpist op schoot

Ook geluidstechnicus Rob Strolenberg ziet zijn functie veranderen. Ineens is hij geen meester meer in geluidsreproductie – het zo realistisch mogelijk namaken van de klank in de fysieke speelruimte – maar geluidsontwerper van een niet bestaande zaal. Hij kan zelfs de luisterervaring van elke individuele luisteraar naar wens aanpassen. Houd je van harp? Hij zet je zo bij de harpist op schoot. „Goedkope kaartjes zetten we naast de grote trom”, lacht Pöhl.

„Het is niet de bedoeling om Mahler nu zo uit te voeren. Mahler schreef voor een concertzaal.” Hij ziet vooral kansen voor hedendaagse componisten. „Bedenk je eens wat er nu allemaal mogelijk wordt. Je kunt een opera uitvoeren die zich niet in één, maar in vier operahuizen afspeelt; sopraan in Amsterdam, tenor in Milaan, koor in Tokio. Terwijl de componist in New York elke repetitie thuis bijwoont. Je kunt een compositie maken waarin alle instrumenten in een choreografie surround om je heen dansen. Je kunt muziek zelfs van binnenuit laten horen, door het te laten klinken alsof je door het orkest wandelt.”

Pöhl verwacht nog een jaar te experimenteren. In de zomer staat Solstices van Georg Friedrich Haas op het programma, met een ongetwijfeld nog verder uitgebouwd netwerk. Uiteindelijk wil hij de techniek vrij aanbieden aan wie het maar wil gebruiken.