Opinie

Academische integriteit ram je er niet in met een tool

Maxim Februari

Er ging mij een licht op toen ik Deborah Feldman op de televisie hoorde vertellen over de fundamentalistisch religieuze gemeenschap waarin ze was opgegroeid. Ze schreef er het boek Unorthodox over. Haar grootste probleem met die opvoeding, zei ze, was het complete gebrek aan privacy. „Wat privacy inhield leerde ik pas veel later, in de buitenwereld.” De chassidische cultuur waarin ze opgroeide kende het concept niet.

„Ze prentten me in dat ik niet mezelf toebehoorde maar de gemeenschap. Ze beslisten alles in mijn leven. Fysiek, psychisch, emotioneel. Dit wordt ervaren als een trauma.” Wanneer elk deel van je persoonlijke ruimte wordt geschonden, laat dat een blijvend litteken over, zei Feldman. Ze dacht dat iedereen dat wel zou aanvoelen, ook buiten een religieuze context. „Het is heel moeilijk om met zo’n schending te leren leven.”

Opeens realiseerde ik me dat dit niet zo is. Niet iedereen beschouwt invasie van de levenssfeer als een schending. Er loopt een belangrijke scheidslijn tussen degenen die alomtegenwoordig toezicht als onveilig ervaren en degenen die zoiets juist veilig vinden. Uit jarenlange gesprekken weet ik dat sommige mensen zich bij uitstek senang voelen als overal camera’s hangen en elke handeling wordt geregistreerd. Warm ingestopt in bed, met een macht daarbuiten die controle uitoefent: knus. Anderen ervaren dit als uitermate stressvol.

In coronatijd is de senange groep aan de winnende hand. Neem ‘proctoring’: studenten in de gaten houden met surveillancesoftware die tijdens online tentamens hun computer overneemt. De studenten moeten hun hele kamer tonen – die vaak ook dienstdoet als slaapkamer – en hun ogen steeds op het scherm gericht houden; ze moeten soms een tweede camera achter zich plaatsen of hun oren laten zien om duidelijk te maken dat ze geen oortelefoons dragen.

Bij de minder senange groep leidt dit wereldwijd tot zorgen. Alleen al over veiligheid in de zin van ‘security’, want kan dit systeem niet gehackt worden en kunnen de studenten er zeker van zijn dat de boel weer uit staat na het tentamen? Daarnaast gaan de zorgen vooral over veiligheid in de zin van persoonlijke ruimte. Daarover worden rechtszaken gevoerd, gewonnen, verloren.

Rechtszaken daargelaten en los van wat juridisch wel en niet mag: aan de commotie ligt een groot meningsverschil ten grondslag over veiligheid. De een ziet proctoring simpelweg als een manier om de samenleving beschermd en op orde te houden. Het gaat er toch maar om dat studenten niet frauderen? Om academische integriteit? Naleving van regels vraagt nu eenmaal om sancties en toezicht en dwang. Dat dit met stress gepaard gaat, wel, boehoe.

Zo vindt een onderwijsadviseur van de Vrije Universiteit „dat online proctoring ook na de coronacrisis grootschalig moet worden ingezet”, lees ik in de Science Guide. Het is handig, goedkoop en bovendien is „het aantal toetsen tijdens de periode van digitale toetsing zodanig toegenomen, dat het nooit zal lukken om datzelfde aantal toetsen af te nemen in de normale situatie op de campus”. Meer proctoring leidt tot meer toetsing en meer toetsing tot meer proctoring. Zo denkt de een.

De ander denkt dat je gedrag niet verbetert met sancties en dwang, maar door intrinsieke motivatie. Waarom frauderen studenten überhaupt? Ze worden nota bene opgeleid tot zelfstandige denkers, tot de verantwoordelijke vormgevers van de samenleving. Frauderen ze? Zorg dat ze er niet over peinzen te frauderen en maak betere tentamens, zegt de University of Michigan Dearborn. Schakel over op authentieke manieren van beoordelen. Laat studenten het geleerde toepassen. Werk met projecten, portfolio’s.

„Don’t just throw tech at everything”, zegt een technologiedeskundige van de Loyola University Chicago. Academische integriteit ram je er niet in met een tool. Waarom maken we ons meer zorgen over fraude dan over het welzijn van de studenten? Als studenten integriteit ontberen, is er iets mis met de universiteiten, zegt ook bestuurskundige Jasper Eshuis van de Erasmus School of Social and Behavioural Sciences. Leer ze integer te zijn. Dat is wel zo plezierig als ze straks de maatschappij gaan besturen.

Het is al met al een klassieke kwestie die het proctoren overstijgt. Je kunt zeggen dat mensen niet integer zijn en dat je dus alle beslissingen voor ze moet nemen.

Je kunt ook zeggen dat al die sancties en dwang mensen juist verhinderen integer te worden. Het deel van de samenleving dat redeneert in de richting van grootschalige dwang heeft het tij mee – maar het moet zich wel realiseren dat het andere deel van de samenleving daar niet alleen ongelofelijk gestresst van wordt, maar ook bar weinig gemotiveerd.

Maxim Februari is jurist en schrijver, www.maximfebruari.nl.