Waarom Duitsland nog steeds nazi’s vervolgt: de doden

Vervolging In Duitsland is een nieuwe reeks zaken tegen handlangers van het naziregime op gang gekomen. Symbolisch zijn deze processen niet.

In de rechtbank van het Duitse Luenenburg, voorafgaand aan het vonnis in de zaak van de voormalige SS-officier Oskar Gröning, in 2015.
In de rechtbank van het Duitse Luenenburg, voorafgaand aan het vonnis in de zaak van de voormalige SS-officier Oskar Gröning, in 2015. Foto TOBIAS SCHWARZ / dpa

Irmgard Furchner, 95 jaar oud, wordt vervolgd door justitie in het Noord-Duitse Itzehoe omdat zij tussen 1943 en 1945 secretaresse zou zijn geweest in het concentratiekamp Stutthof nabij Danzig. In Stutthof kwamen meer dan 60.000 mensen om het leven. Furchner wordt beschuldigd van medeplichtigheid aan moord op 11.430 gevangenen.

In februari werd een honderdjarige man in Neuruppin aangeklaagd omdat hij tussen 1942 en 1945 kampbewaker zou zijn geweest in Sachsenhausen, slechts enkele tientallen kilometers van waar de man nu woont en wordt vervolgd.

De zaak tegen kampbewaker John Demjanjuk, die in 2011 werd veroordeeld, schiep een precedent

Eveneens in februari wezen de VS een 95-jarige man uit, Friedrich Karl Berger, omdat hij bekende kampwachter in Meppen te zijn geweest, een kamp horend bij Neuengamme, en in 1945 een dodenmars zou hebben begeleid. Berger wordt in Duitsland niet vervolgd, bij gebrek aan bewijs. Zijn advocaat Hugh Ward in Knoxville, Tennessee, laat weten dat Berger in redelijke gezondheid ergens in een verzorgingshuis in Duitsland verblijft; zijn familie – dochter en kleinkinderen – bleven achter in Tennessee.

Een paar van de alleroudste en laatst levende medeplichtigen van het naziregime worden 76 jaar na dato alsnog verantwoordelijk gehouden. Vaak roept de leeftijd van de beschuldigden de vraag op of dat nou nog wel zin heeft, en inderdaad belandde de laatste jaren geen enkele negentiger in de cel, omdat zij niet gezond genoeg bleken voor de gevangenis of tijdens het proces alsnog kwamen te overlijden.

Symbolische processen

Toch zijn deze processen geenszins symbolisch, benadrukt Thomas Will, openbaar aanklager en hoofd van het bureau dat sinds 1958 strafrechtelijk onderzoek doet naar de schuldigen van het naziregime: „Moord verjaart volgens het Duitse recht nu eenmaal niet, en personen die zich schuldig hebben gemaakt moeten worden vervolgd, ongeacht hun leeftijd. Het kan voorkomen dat iemand op zijn zestigste niet meer fit genoeg is om voor de rechter te verschijnen, maar net zo goed komt het voor dat verdachten het op hun honderdste nog aankunnen.”

Dat er de laatste jaren een nieuwe reeks strafzaken tegen de handlangers van het nationaalsocialisme op gang kwam, heeft niet zozeer met de naderende dood van de betrokkenen te maken, als wel met de zaak tegen kampbewaker John Demjanjuk, wiens veroordeling in 2011 een precedent schiep. Voorheen konden volgens het Duitse recht alleen diegenen verantwoordelijk worden gehouden die bewijsbaar en direct betrokken waren bij moord. Demjanjuk werd veroordeeld voor medeplichtigheid aan moord op 28.000 gevangen in Sobibor, zelfs zonder dergelijk sterk bewijs, omdat de rechter oordeelde dat Demjanjuk als kampbewaker het dodelijke systeem in stand hielp houden, ook al stond hij alleen passief met geweer in de wachttoren.

Jurist Thomas Walther bereidde destijds de zaak tegen Demjanjuk voor. Walther: „Sobibor was een relatief klein kamp, ongeveer vier voetbalvelden groot. Er waren twintig SS’ers, waarvan er tien de helft van de tijd zullen hebben geslapen. Maar ze hadden 120 mensen als Demjanjuk onder zich die het kamp draaiende hielden.” Later, in 2015, speelde Walther een sleutelrol in het proces tegen de ‘boekhouder van Auschwitz’ Oskar Gröning, waar Walther overlevenden overhaalde om te getuigen. Nu is hij medeaanklager in de zaak tegen Irma Furchner.

Een nieuwe, maar ook late impuls

Thomas Will: „De zaak Demjanjuk gaf ons een nieuwe impuls.” Beide aanklagers erkennen ook dat deze impuls laat kwam. Will: „Met de blik van nu is het een verzuim te noemen dat velen niet eerder zijn vervolgd. In de jaren vijftig en zestig wilde men vooruit kijken. De Bondsrepubliek wilde bij de NAVO horen. In de politiek en bij justitie zaten mensen die zich zelf schuldig hadden gemaakt of nog sympathiseerden met het nationaalsocialisme.”

Walther: „Onze inspanningen nu kunnen ook makkelijk verkeerd begrepen worden: dat de in gebreke blijvende Duitse justitie van de jaren zestig en zeventig nu, vijf minuten voor tijd, zich nog wil schoonwassen, wil laten zien aan het buitenland hoe ze zich inspant. Maar daarom ben ik er niet mee begonnen. Het gaat mij meer om de doden dan om de levenden, om jong en oud, de vermoorde baby’s en ouderen.”

Lees ook: Ook de ‘Boekhouder van Auschwitz’ is medeschuldig aan massamoord

Al toen hij bijna 18 jaar geleden bij het bureau begon, de ‘Zentrale Stelle der Landesjustizverwaltungen zur Aufklärung nationalsozialistischer Verbrechen’, vertelt Will, dacht men steeds dat binnenkort echt de laatste verdachte vervolgd zou worden. Maar ook nu lopen er nog onderzoeken die binnenkort voor vervolging worden overgedragen aan justitie. Dus de secretaresse van Stutthof – overigens minderjarig in 1943, waardoor haar zaak onder het jeugdrecht valt – zal vermoedelijk niet de laatste zijn.

Maar over niet al te lange tijd leeft geen getuige meer, geen overlevende, maar ook geen dader. Will: „De strafrechtelijke Aufarbeitung is dan voorbij. Maatschappelijk zal de herinnering, de verantwoordelijkheid en het herdenken op een andere manier levend gehouden moeten worden.”

Of het laatste proces ook zal betekenen: een streep eronder? Walther: „Um Gotteswilllen! Al in 1946 klonk die wens voor het eerst. Maar ieder mens die meent in zijn leven ergens een streep onder te hebben gezet, merkt in de loop der jaren dat zoiets helemaal niet kan. En voor een land is dat hetzelfde, voor Duitsland al helemaal. We kunnen alleen leren met onze geschiedenis om te gaan, steeds opnieuw.”