Vooral wie het al goed had heeft het spaargeld zien toenemen in coronatijd

Ongelijkheid De vele miljarden die Nederland extra heeft gespaard in coronatijd, zijn onevenredig gespreid. Mensen die al weinig buffer hadden, hebben dat probleem nog steeds.

Dagjesmensen in Zandvoort aan Zee. Omdat tijdens de lockdown veel horeca en winkels gesloten waren, hebben veel mensen hun spaargeld zien toenemen.
Dagjesmensen in Zandvoort aan Zee. Omdat tijdens de lockdown veel horeca en winkels gesloten waren, hebben veel mensen hun spaargeld zien toenemen. Foto Paulien van de Loo

Het is een zij-effect van de lockdown: de gigantische toename van de spaartegoeden van Nederlanders. Wie zijn geld niet uit kan geven aan vertier of voedsel, zet het uit arren moede op de bank. Ook al is de rente nagenoeg nul, en ook al verlagen de drie grootbanken telkens opnieuw de grens waarboven ze zelfs negatieve rente rekenen, de spaarsaldo’s blijven oplopen. De Nederlandse huishoudens hebben gezamenlijk 46 miljard euro opgepot sinds maart vorig jaar. Dat is tweeënhalf keer meer dan in het jaar daarvoor.

Economen van de Rabobank zochten uit waar al die extra spaartegoeden terecht zijn gekomen. Hun belangrijkste conclusie: de mensen die het al goed hadden, hebben hun spaartegoeden verder zien toenemen. Ruim een derde van de bovenmodale inkomens heeft nu meer dan 30.000 euro spaargeld. En zij die het al minder goed hadden, worstelen nog steeds. Het aantal mensen dat voor corona al nauwelijks een buffer had, is gelijk gebleven: 11 procent van de huishoudens geeft aan helemaal geen spaargeld te hebben, en 14 procent heeft wel wat reserves op de bank, maar minder dan de 3.400 euro die budgetinstituut Nibud als minimum hanteert.

Per saldo nam het spaargeld bij meer mensen toe dan af: 35 procent van de Nederlanders zag zijn spaartegoed groeien, terwijl 22 procent een afname ervan zag. En wie zijn saldo zag stijgen, zag dat gemiddeld met grotere stappen gebeuren dan de mensen die hun spaarpot zagen krimpen.

Opmerkelijk is dat 70 procent van de door Rabo ondervraagde huishoudens aangeeft dat sinds corona in de huishouduitgaven niets is veranderd. De toename van spaartegoeden komt volgens hen dus niet uit actieve besparingen voort. Bij een kwart van de huishoudens daalden de huishouduitgaven door corona, en zij noemen dat wél als verklaring voor de toegenomen spaartegoeden.

Meer ongelijkheid

Op basis van het Rabo-onderzoek is dus vast te stellen dat de ongelijkheid door corona verder aan het toenemen is. Mensen die al relatief veel spaargeld hadden en een relatief hoog inkomen, zien dat tegoed nu harder toenemen, iets wat ook al in het Verenigd Koninkrijk is vastgesteld.

De economen van de Rabobank geven hier zelf geen verklaringen voor, maar die is niet heel lastig te vinden. Lagere inkomens besteden nu al een groter deel van hun inkomen aan noodzakelijke uitgaven en niet aan luxe. Zij houden weinig extra over om te sparen. Wegvallen van een deel van de consumptiemogelijkheden van hogere inkomens – vooral horeca, vakantie, sport, hobby en vrije tijd – levert hun wél een besparing op. De lage inkomens gaven daaraan toch al veel minder uit, of helemaal niets.

Na de lockdown

De grote vraag is nu wat er met dat stuwmeer aan extra spaargeld gaat gebeuren als de lockdown voorbij is. Voor een deel zal er herstelvraag komen, uitgestelde aankopen worden alsnog gedaan. De extra spaarcenten gaan dan op aan vakanties, restaurantbezoek, shoppen en allerlei andere dingen – theater, pretpark, concerten, festivals – die maandenlang niet konden en nu ineens wel.

Voor een ander deel zal het spaargeld als buffer blijven dienen voor de onzekere periode ná de pandemie. Want nu steunt de overheid het bedrijfsleven nog met vele miljarden, waardoor faillissementen en oplopende werkloosheid nagenoeg niet aan de orde zijn. Maar die steun zal naar verwachting in de loop van dit jaar worden afgebouwd en dan zal de economie weer op eigen benen moeten staan. Dat zal niet gemakkelijk zijn; alle economische scenario’s voor de komende jaren hebben hogere werkloosheid ingecalculeerd.

In die zin kunnen de spaartegoeden ook gezien worden als verzekering voor de nabije toekomst. Onderzoek van De Nederlandsche Bank, van eind december, ondersteunt dat. Normaal gesproken leiden hogere spaartegoeden namelijk tot meer aflossingen van hypotheken. Nu is daar nauwelijks sprake van . Alleen jongeren, die een relatief hoge hypotheekschuld hebben ten opzichte van de waarde van de woning, gebruikten hun extra spaargeld om ook extra af te lossen op de hypotheek.

Voor de ouderen geldt blijkbaar: liever een makkelijk opneembaar spaartegoed om in tijden van tegenslag de gaten te vullen, dan geld vastzetten in stenen of lange termijndeposito’s.

Lees ook: Een inkomen van bijna een ton, maar toch een lege spaarpot