Marc van de Kuilen

Foto Merlijn Doomernik

Interview

Veteraan en paralympiër Marc van de Kuilen: 'De collega die mij neerschoot kan ik het niet aanrekenen'

Paralympische sport Bij de Nationale Sportherdenking, deze dinsdag, vertelt Marc van de Kuilen (33) hoe hij van militair paralympiër werd. „We staan altijd op de schouders van onze voorouders.”

Als jongen wilde ik al soldaat worden. Soldaat of cowboy, maar om cowboy te worden moest ik naar een ver land verhuizen. Bleef over de droom van soldaat.

„Mijn vriend Michiel ging al heel jong het leger in. Hij haalde zijn rode baret en werd uitgezonden naar Irak. De verhalen waarmee hij terugkwam maakten indruk. Daardoor kwam die oude droom weer tot leven. Zonder medeweten van mijn ouders heb ik mij bij de luchtmobiele brigade aangemeld.

„Acht maanden voor mijn eerste uitzending – ik was zeventien – gebeurde er iets heftigs. Mijn oudere broer Dennis had diabetes en gebruikte een nieuw type insuline. ‘Ik voel de hypo’s niet meer aankomen’, zei hij. Maar die onhandige goedzak handelde er niet naar, met als gevolg dat hij in zijn slaap stikte.

„Met gemengde gevoelens ontving ik het bericht dat mijn eenheid naar Afghanistan ging. Wat als mijn ouders nóg een kind zouden verliezen? We waren de eerste infanterie die het gebied inging. Wisten niet precies wat we daar gingen doen. Hadden geen idee wat we zouden aantreffen. Maar ik ging tóch.

„Ik ben zelf in Deh Rawod nooit in gevaar geweest, maar weet nog goed dat een collega van een andere eenheid zijn been verloor bij een hinderlaag. ‘Mij mogen ze dan in mijn karretje van een flat duwen’, zei ik tegen een maat. Er leek me niets ergers dan je been verliezen.

„Bij mijn tweede uitzending naar Afghanistan, ruim een jaar later, was er een hoop veranderd. We zaten in een groter kamp in Tarin Kowt. De spanning was om te snijden. Het gebied waar wij eerder zaten was niet langer begaanbaar voor militairen van de coalitie.”

Een fatale fout

„In de nacht van 12 op 13 januari 2008 voerden we met twee eenheden een verkenningsmissie uit. De Taliban zaten dichtbij ons kamp, het was een dreigende situatie. Kort na vertrek werden we onder vuur genomen. Van huis tot huis ga je dan, steeds het gevecht aangaand.

„In het donker is de vijand in het voordeel. Die kent elke hoek, elk steegje. Mijn eenheid – de lichte infanterie – besloot in een moskee te overnachten. De pantserinfanteristen waren ongemerkt verder het gebied in getrokken. Een fatale fout, zou later blijken. Als je samen op verkenning gaat, moet je altijd ‘op lijn’ blijven.

„Spannend was die missie zeker. Dit is waar je militair voor wordt. Zoals een voetballer droomt van de Champions League. Je zit met dertig man in een bubbel, bent keihard aan het werk. Je doet wat er moet gebeuren en hoopt met dertig man dat gebied weer te verlaten.

„In een schuurtje bij de moskee heb ik die nacht mijn slaapzak uitgerold. Ik lag nog maar net te dommelen toen ik wakker werd gemaakt. Een tolk had via de radio gesprekken van de Taliban afgeluisterd. ‘Bereid je voor’, zei hij, ‘er worden wilde plannen gesmeed’. We werden omsingeld, een grootscheepse aanval dreigde.

„Terwijl ik het schuurtje uitliep vroeg een militair vanaf het dak of ik wat granaatjes uit een pantservoertuig wilde meenemen. Ik deed wat hij vroeg en moest daarna vanachter een muur zo’n zeven meter naar mijn eenheid lopen. Er werd op dat moment weinig geschoten, het leek een goed moment.

„Maar al snel zag ik een tracer, een kogel met een stukje fosfor, mijn kant op vliegen. Ik wilde me omdraaien en viel, dacht even dat ik gestruikeld was. Maar toen ik mij oprichtte keek ik tegen mijn eigen schoenzolen aan. Ik was geraakt in mijn benen, die omgedraaid lagen. Daarop begon ik te schreeuwen en gingen de Taliban helemaal los.”

Knie op het dak

„Met gevaar voor eigen leven heeft een collega mij weer achter dat muurtje gesleept, terwijl de kogels ons om te oren vlogen. Hoe hem dat gelukt is weet ik niet, want met mijn kogelvrije vest, munitie en wapen woog ik 120 kilo. Mijn knie vond hij volgende dag terug op het dak. Dat heeft veel indruk gemaakt.

„Bang voor de dood ben ik nooit geweest. Je schiet in een overlevingsstand, bent eigenlijk alleen maar bezig met die pijn. Hoe dat voelt kan ik nu niet meer reproduceren. Noch de rit naar het militair hospitaal in Tarin Kowt en de vlucht naar Nederland, tien dagen later. Iets maakt dat je je afsluit, anders zou het misschien ook onverdraaglijk zijn.

„In het hospitaal in Tarin Kowt zijn mijn benen geamputeerd. Daar hoorde ik dat twee collega’s het niet hadden overleefd. Ik wist toen nog niet dat daar geen Taliban aan te pas was gekomen. Dat werd mij pas later verteld door generaal Dick Berlijn, in een Nederlands ziekenhuis. ‘Marc, ik heb rotnieuws’, zei hij. ‘Het is hoogstwaarschijnlijk friendly fire geweest.’

Lees ook: Ombudsman: vergoeding voor invalide veteranen moet sneller

„Er is die nacht in Afghanistan veel misgegaan, maar de collega die mij neerschoot kan ik dat niet aanrekenen. Defensie is aansprakelijk en dat hebben ze na veel duwen en trekken erkend. Ik vind het heel naar dat Luuk zo lang met een schuldgevoel heeft rondgelopen. Op advies van zijn psycholoog hebben we in 2016 een ontmoeting gepland. Vooral voor hem voelde dat heel raar, maar inmiddels appen en bellen we vaker. Ook met mijn redder heb ik nog contact.

„Natuurlijk ben ik boos geweest over dat friendly fire. Over die benen die ik moet missen. Maar ik ben vooral blij dat ik er nog ben. Dat er iemand was die zijn leven voor mij op het spel zette. En nee, van die flat wil ik niet meer worden afgeduwd.

„In het militair revalidatiecentrum in Doorn maakte ik kennis met Gert-Jan van der Linden, toenmalig bondscoach van het Nederlands rolstoelbasketbalteam. Ik wist niks van gehandicaptensport, maar voelde wel dat ik het miste om met mijn lichaam te werken. Ik ben een keer gaan kijken bij een training op sportcentrum Papendal. Met een vriend heb ik in 2012 de Paralympische Spelen in Londen bezocht. Toen zat ik nog op de tribune, vier jaar later deed ik zelf mee aan de Spelen in Rio.”

Belang voor veteranen

„Wat sport voor mij betekent? Ten eerste kom je in aanraking met mensen die ‘het’ al veel langer hebben. Daar leer je van. Door sport leer je ook je lichaam goed kennen, in mijn geval een lichaam zonder benen. Je komt erachter wat je beperkingen zijn, en dat die beperkingen eigenlijk reuze meevallen.

„Dat we in Rio zevende zijn geworden is mooi, maar we hadden het natuurlijk veel beter moeten doen. Voor het eerst sinds twaalf jaar deden de Nederlandse basketbalmannen mee aan de Spelen. We hadden een sterk team, verloren onnodig van de VS in de kwartfinale. Daar baal ik van.

Lees ook: ‘Veteraan wordt nu pas geholpen als-ie piept’

„Bij de Nationale Sportherdenking ga ik uitleggen waarom sport voor veteranen zo belangrijk is. Die dag trek ik een lijn van de militairen die tijdens missies hun leven gaven, naar de mensen die mijn paralympische carrière mogelijk maakten. Zoals de Duitse neuroloog Ludwig Guttmann, die sport zag als therapie voor zijn patiënten, en kort na de oorlog de Stoke Mandeville Games organiseerde, de voorloper van de Paralympische Spelen. Mijn boodschap bij de herdenking wordt deze: we staan altijd op de schouders van onze voorouders.”