Ongemak als de schoonmaakhulp komt: ‘De een springt op de racefiets, de ander gaat onkruid trekken’

Rotklusjes Waar komt toch dat ongemak vandaan bij mensen met een schoonmaker? Is het angst lui of slordig gevonden te worden, of je beter te voelen dan ‘je personeel’? ,,Ik vraag haar toestemming om naar de wc te gaan."

Illustratie Pepijn Barnard

Straks liggen er haren in de wasbak. Of hangt er nog ondergoed uit de la. Lagen er nu nog sokken op tafel?

Het zijn ondraaglijke gedachten en dus zorgt Rena Zendedel (34), universitair docent uit Utrecht, dat het huis altijd netjes aan kant is voordat de schoonmaakster komt. Haar man begrijpt er niets van, maar ze kan het niet laten. ‘Voorpoetsen’, noemt ze het. En als ze toevallig thuis is wanneer de hulp aan het werk is, gaat ze ‘meepoetsen’. „Dan voelt het alsof we samenwerken.” Instructies geven doet ze via een omweg. Ze zegt: ik maak de badkamer altijd met dit middel schoon, en vraagt dus niet: maak jij de badkamer vandaag schoon? Dat krijgt Zendedel haar mond niet uit: „Te hiërarchisch.”

Een rondvraag over het contact tussen werkgevers en hun schoonmaakhulp roept veel ongemakkelijke reacties op. „Ik doe dan altijd alsof ik de catering ben. Ik blijf koffie en koekjes aanbieden”, zegt iemand. „Ik vraag haar toestemming om naar de wc te gaan”, zegt een ander.

Arbeidspsycholoog Tosca Gort is daar niet verbaasd over. „Mensen vinden het vaak lastig om aan anderen te vragen wat ze zelf niet leuk vinden om te doen. Ze denken: als ik het een rotklusje vind, zal de ander het ook wel vervelend vinden.” Dat wordt in de psychologie ‘projectie’ genoemd: eigenschappen van jezelf toeschrijven aan een ander.

Decadent

Dat is precies hoe Jan ten Cate (45) het omschrijft. De hrm-adviseur uit Den Haag huurt, net als Zendedel, zijn hulp in via een bemiddelaar. In Ten Cates geval is dat het bedrijf Hlprs. Hij zag zijn schoonmaker bijna nooit, maar sinds de coronamaatregelen werkt hij thuis. En daar komt Ton een keer in de twee weken schoonmaken. „Het voelt alsof ik personeel heb voor de vervelende klussen”, zegt Ten Cate. „Dat is zo decadent. Ik weet dat hij het met plezier doet en hij is een heel gezellige man. Maar toch.”

Ten Cate is erg tevreden over het werk van Ton en hij heeft nooit iets op hem aan te merken. Mocht dat toch ooit gebeuren, dan zou hij zijn onvrede via Hlprs aan de schoonmaker overbrengen. „Dat is de belangrijkste reden dat ik hulp inhuur via een bemiddelaar. Ik moet er niet aan denken dat ik direct zou moeten zeggen: dat heb je niet goed gedaan.”

De Hagenaar gebruikt het woord ‘paniek’ om zijn gevoel te beschrijven wanneer Ton zijn opwachting maakt. „Hij komt volgende week toch pas? Nee, vandaag! Hebben we alles opgeruimd? Haal snel even een doekje over het toilet!”

Lees ook: Schoonmaakmores: betaal je je schoonmaker door bij ziekte? Of vakantiegeld?

Als hij wordt gevraagd naar een reden voor zijn ongemak, oppert Ten Cate dat het in Nederland misschien nog wat minder geaccepteerd is om hulp in de huishouding te hebben. „In andere landen is het wat goedkoper en normaler, misschien gaat de gekkigheid er dan wel snel van af.”

Volgens de meest recente schatting van onderzoeksbureau Panteia hebben bijna een miljoen van de acht miljoen Nederlandse huishoudens een schoonmaakhulp. Dat is moeilijk hard te maken, aangezien de meeste schoonmakers zwart betaald worden.

Relatie

Al twintig jaar heeft Annemieke Knuwer (69) uit Monnickendam, supervisor op een hogeschool, dezelfde hulp in de huishouding. De vrouwen hebben in al die jaren een „warme en leuke” relatie opgebouwd, vindt Knuwer. Maar nu ze gedeeltelijk met pensioen is, en dus vaker thuis, merkt ze dat ze eigenlijk niet weet wat ze moet doen als de schoonmaakster er is. „De krant lezen? Nee, dat kan écht niet. Dat voelt heel akelig.”

Soms ruimt de hulp iets op, een lade bijvoorbeeld, terwijl ze dat eigenlijk niet wil. Knuwer kan haar spullen dan niet meer terugvinden en dat is onhandig. Maar er iets van zeggen? Nee, dat is geen optie.

Net als Zendedel en Ten Cate doet ook Knuwer aan ‘voorpoetsen’. „Natuurlijk heb ik al voordat zij komt de keuken opgeruimd en de gootsteen een beetje schoongemaakt. Anders ziet ze daar weer die glazen van de vorige avond staan. Dan denkt ze misschien: hebben ze nou alwéér wijn gedronken?”

Knuwer vermoedt dat zij het contact met haar hulp als ongemakkelijk ervaart omdat het botst met haar opvoeding. „Ik was de oudste in een groot gezin, dus ik moest altijd mijn ‘handjes laten wapperen’ en mocht ‘nooit met lege handen naar de keuken’. Ik vind dat ik het eigenlijk niet kan maken om ontspannen te doen terwijl iemand in mijn huis werkt, ook al weet ik dat het onzin is.”

De krant lezen? Nee, dat kan écht niet. Dat voelt heel akelig

Annemieke Knuwer, supervisor hogeschool

Rena Zendedel, die als kind vanuit Azerbeidzjan naar Nederland kwam, weet wel waar het wringt in het contact tussen haar en haar hulp. „Onze eerste schoonmaakster was een hoogopgeleide, jonge Nederlandse meid die dit werk als bijbaantje deed. Dat vond ik geen probleem.” Maar wanneer de schoonmaakster net als Zendedel een migratieachtergrond heeft, wordt het lastiger. Zeker wanneer ze uit dezelfde regio afkomstig zijn. „Dan denk ik: ik ben net als zij! Neemt ze me het kwalijk dat ik beter terechtgekomen ben dan zij? Ben ik schuldig aan deze ongelijkheid? Dan schaam ik me.”

Om dat gevoel tegen te gaan, gaat Zendedel „overcompenseren”, zoals ze het zelf noemt: helpen met schoonmaken en kleding meegeven voor de kinderen.

Expats

Volgens arbeidspsycholoog Gort is sprake van een „klassieke vorm van projectie” in alle drie de verhalen. „Het ligt er maar net aan wat je gewend bent. Hoe kijk jij naar de wereld? Als je denkt dat het in Nederland nog niet zo geaccepteerd is om een hulp te hebben, zegt dat misschien iets over het milieu waar jij vandaan komt. Anderen mensen vinden dat wel ‘normaal’.”

Voor Zendedel heeft Gort nog een kritische opmerking. „Ga er niet van uit dat de ander ook vindt dat jij ‘verder bent gekomen’. Daar zit een waardeoordeel in.”

Het valt Gort op dat mensen die ondernemer of werkgever zijn minder moeite hebben met het contact met hun schoonmaakster. „Leidinggeven is een competentie, dat kun je ook gewoon aanleren.” Ze adviseert het ongemakkelijke contact aan te grijpen om iets leren over jezelf. „Als iemand iets heel heftigs bij je oproept, is dat een mooie gelegenheid om na te gaan waar dat vandaan komt.”

Wendy Thira (43) werkt sinds 2018 als schoonmaakster voor bemiddelaar Helpling. Ze komt wekelijks bij drie verschillende huishoudens. Of ze merkt dat mensen graag wat ‘om handen’ willen hebben als zij er is? „De een springt op de racefiets zodat hij even niet thuis hoeft te zijn. De ander gaat onkruid tussen de tegels vandaan trekken.” Andersom ervaart ze geen ongemak, zegt de Amsterdamse. Sinds de anderhalvemetermaatregel loopt niemand haar in de weg.

Maak je toch liever zelf schoon? Lees dan: Opfriscursus schoonmaken voor studenten (en anderen)

Thira treft zelden een klant die koffie of iets lekkers voor haar neerzet. Haar verklaring hiervoor is dat veel van haar klanten expats zijn: bemiddelde mensen uit Zuid-Azië die de hulp als ‘personeel’ zien. „Die snauwen weleens en controleren ook wat je doet. Ik vind dat niet erg, ik ben wel wat gewend. Ik heb ook in de GGZ gewerkt.”

Een schril contrast met de Nederlanders bij wie ze af en toe schoonmaakt. „Die zeggen: als je iets wil, dan mag je het gewoon zelf pakken, hoor!”