Reportage

Géén snelweg, wél een Chinese schuld

Balkan Montenegro worstelt met een nare erfenis van de vorige regering: een onvoltooide snelweg en een onaflosbare lening van China. Vicepremier Abazovic hoopt dat de Europese Unie het land komt redden. Een verslag vanaf het duurste stukje asfalt ter wereld.

Dankzij een Chinese lening werd in Montenegro in 2015 begonnen met de aanleg van een snelweg tussen de kust en de Servische grens.
Dankzij een Chinese lening werd in Montenegro in 2015 begonnen met de aanleg van een snelweg tussen de kust en de Servische grens. Foto Fabian Weiss/Laif

De onbetaalbare weg van niets naar nergens heeft adembenemend uitzicht. Bijna tweehonderd meter boven de smalle, heldergroene Moraca-rivier staat voorman Slavko Vojinovic aan de vangrail te werken. Af en toe tuurt hij, in een fluorescerend geel jasje en met een steeksleutel in zijn eeltige linkerhand, over de rand van de brug. Naar het groene rotslandschap dat Montenegro zo wonderschoon en moeilijk begaanbaar maakt. „Prachtig, maar ook griezelig om naar te kijken”, zegt Vojinovic (32) met ontzag voor de diepte onder zich.

Deze snelweg van 41 kilometer – tussen Smakovac, een voorstadje van hoofdstad Podgorica, en Matesevo, een noordelijk dorp met nog geen honderd inwoners – is mogelijk het duurste en meest controversiële stuk asfalt ter wereld. Per kilometer kost het zeker 20 miljoen euro.

Tegen het advies van de Europese Unie, het IMF en de Wereldbank in leende Montenegro in 2014 bijna 1 miljard dollar bij de Chinese staatsbank Exim en besteedde die via het Chinese bouwbedrijf CRBC. De internationale instituten maakten zich zorgen over het gebrek aan economisch potentieel van zo’n korte weg door dunbevolkt gebied en vooral over de omvang en voorwaarden van de schuld waar het land zichzelf mee opzadelde.

Inmiddels krijgt niet alleen bouwvakker Vojnovic hoogtevrees van het project, het duizelt ook de nieuwe regering van Montenegro. Nadat dertig jaar een voortzetting van de communistische partij aan de macht was gebleven, trad in december voor het eerst een ander kabinet aan. Dat heeft de nog niet opgeleverde weg geërfd en ook de lening, die vanaf juli moet worden terugbetaald.

„Deze snelweg is een ramp en de schuld is onhoudbaar”, zegt vicepremier Dritan Abazovic, op zijn kantoor in Podgorica. „We hopen dat de EU ons wil helpen dit op te lossen. Wij zijn als land te klein en te zwak om de Chinezen aan te kunnen.” Abazovic (35) deed in maart een openlijk verzoek aan Brussel om de lening van de Chinezen over te nemen. Daarop volgde een storm aan publiciteit rond het land van ruim 600.000 inwoners en zijn financiële en geopolitieke problemen. En een keihard nee van de Europese Commissie. „De EU neemt geen leningen van derden over”, reageerde een woordvoerder. De boodschap, zoals die hier aangekomen is: Montenegro’s probleem is niet ons probleem.

Geen perspectief

In de snelweg komt veel samen wat de Westelijke Balkan plaagt. Servië, Montenegro, Albanië, Noord-Macedonië, Bosnië en Herzegovina en Kosovo liggen ingeklemd door lidstaten van de EU, maar hebben zelf geen werkelijk perspectief op toetreding. Met hun kleine omvang, krimpende bevolking en tierende corruptie zijn ze matig aantrekkelijk voor westerse bedrijven. Rusland, Turkije en met name China, onder de noemer van een ‘Nieuwe Zijderoute’, investeren er echter graag, vooral in verouderde industrieën en in infrastructuur. Uiteindelijk moet deze weg deel uitmaken van een snelle route van havenstad Bar aan de Adriatische kust naar de Servische hoofdstad Belgrado.

„China maakt misbruik van de armoedige toestand van onze rechtsstaat, de corruptie en het gebrek aan regelgeving over bijvoorbeeld transparantie en milieu”, zegt Jovana Marovic van denktank Politikon. „Zij dicteren de contracten en de voorwaarden, die weer negatieve invloed hebben op de rechtsstaat en corruptie hier.”

De rente op de lening is niet hoog, 2 procent. Maar de snelweg heeft Montenegro opgezadeld met een buitenproportionele schuld met grondgebied als onderpand. Bij een conflict over de deal kan Montenegro alleen in Beijing proberen naar de rechter te stappen. Er is geen enkele controle op de besteding van het geld, waarvan zeker een derde loopt via een onderaannemer die gelieerd is aan president en langdurig alleenheerser Milo Djukanovic. Onherstelbare vervuiling heeft bovendien rivieren aangetast.

In het – uitgelekte – contract met Exim staat dat Montenegrijns territorium kan worden opgeëist wanneer het land niet aan zijn betalingsverplichtingen kan voldoen. Niet alleen die aan China, maar zelfs als schulden aan derden niet worden nagekomen. Via de Chinese ambassade in Podgorica is de laatste weken benadrukt dat China niet uit is op grondgebied. „Maar iedereen kan bedenken hoeveel waarde de containerhaven van Bar voor ze kan hebben”, zegt Marovic. In Sri Lanka viel op vergelijkbare wijze een haven in Chinese handen.

De EU en de VS hebben veel kritiek op China’s toenemende invloed in de wereld en waarschuwen voor zogeheten debt-trap diplomacy. Ze stellen er echter geen alternatief tegenover. Er circuleren plannen om samen met India infrastructuur aan te leggen die moet concurreren met de Chinese Zijderoute. „Maar wanneer een klein Europees land in grote problemen concreet om hulp vraagt – een land met een onervaren regering die het voordeel van de twijfel verdient – gebeurt er niks”, constateert analist Marovic.

Sluiproute

De weg had twee jaar geleden af moeten zijn, maar is nog niet in gebruik. Via een bouwvakkersroute en een vriendelijke knik naar de beveiligers is deze, op eigen risico, wel te berijden. Het grove werk is klaar: zestien tunnels zijn gegraven, twintig bruggen en viaducten aangelegd, de tolpoortjes geïnstalleerd. Naar Chinees ontwerp, door arbeiders uit China. Maar de asfaltering, afwatering, beveiliging en verlichting waar voorman Vojinovic en zijn lokale collega’s voor zijn ingehuurd, kan nog zeker een jaar duren, zegt hij.

Wat ondanks die vertraging niet kan wachten is het aflossen van de Chinese lening. Montenegro moet vanaf deze zomer gaan betalen. Een rekening die elk jaar 1,5 procent van het totale bruto binnenlands product beslaat. „Ik heb de Exim-bank gevraagd of we verder uitstel kunnen krijgen”, zegt minister van Financiën Milojko Spajic. „Maar dat is niet gelukt.”

Sinds zijn „erg emotionele” collega-minister een beroep deed op Brussel, probeert Spajic vooral de schade in de beeldvorming te beperken. De smeekbede deed beleggers vermoeden dat Montenegro insolvent is en de rente op de staatsschuld sprong omhoog. De Chinese lening is ongeveer een kwart van het bbp waard, maar in totaal staat het land 100 procent daarvan in het rood bij verschillende schuldeisers.

„We hebben toen we het overnamen van de vorige regering een heleboel lijken aangetroffen in de kast, maar ik garandeer dat we niet bankroet gaan”, zegt Spajic (33), die tot vorig jaar durfinvesteerder was in Singapore. „We kunnen deze lening betalen en komen onze verplichtingen na.”

Maar dat zal ten koste gaan van de ontwikkeling van Montenegro. En zeer waarschijnlijk van de populariteit van de nieuwe regering.

Montenegro was sinds 1945 min of meer een eenpartijstaat. Eerst als onderdeel van het communistische Joegoslavië, vervolgens als republiek met Servië en sinds 2006 in onafhankelijkheid. Sinds 1991 is Milo Djukanovic (59) altijd premier of president geweest en leidde zijn post-communistische partij alle regeringen. Hij leek, ondanks verdenkingen van corruptie, nepotisme en betrokkenheid bij smokkel, onaantastbaar. Tot hij in 2019 een wet invoerde om bezit van de Servisch-Orthodoxe kerk te confisqueren. Dit leidde tot enorme protesten en uiteindelijk verkiezingen waarbij Djukanovic en zijn getrouwen de macht verloren. „De eerste werkelijk democratische machtsoverdracht in de geschiedenis van Montenegro”, zoals vicepremier Abazovic het noemt, dreigt geen lang leven beschoren te zijn als de nieuwe regering zich niet uit de financiële malaise weet te werken.

Voor bouwvakker Slavko Vojinovic is de Chinese megaschuld nog onpeilbaarder dan de diepte onder zijn voeten. „Misschien was dit project te megalomaan voor een klein land als Montenegro”, zegt hij. „Maar uiteindelijk willen mensen hier gewoon goede infrastructuur, net als in het Westen.”