Langzaamaan krijgen Duitsers een rol bij het herdenken – al ligt dat nog wel gevoelig

Herdenking De manier van herdenken is met de jaren veranderd. Langzaamaan krijgen ook Duitsers een rol. „Ik denk dat globaal de helft van onze leden er moeite mee heeft.”

Koning Willem-Alexander en koningin Máxima vorig jaar tijdens de Nationale Dodenherdenking op de Dam.
Koning Willem-Alexander en koningin Máxima vorig jaar tijdens de Nationale Dodenherdenking op de Dam. Foto Patrick van Emst/ANP

Waar is de tijd dat Duitsers steevast werden aangeduid als moffen? Dat een Duitse bondskanselier op Bevrijdingsdag een toespraak houdt voor Nederlanders, is allang niet meer zo vreemd als dat het in de eerste decennia na de Tweede Wereldoorlog zou zijn geweest.

Angela Merkel spreekt woensdag via een livestream vanuit Berlijn. Twee Duitse leiders gingen haar voor. Eind mei 1995 kwam de toenmalige bondskanselier, Helmut Kohl, naar Rotterdam om een krans te leggen bij het monument De Verwoeste Stad van Zadkine, en zijn spijt te betuigen over de Duitse misdaden. „Een succesvol bezoek”, herinnert voormalig diplomaat Marnix Krop zich. „Het was een bijzonder gebaar om een Duitser uit te nodigen bij de viering van de bevrijding.” Het waren jaren waarin Nederland prakkiseerde over hoe het verder moest met 4 en 5 mei, nu er steeds minder mensen waren die de verschrikkelijke oorlogsjaren persoonlijk hadden meegemaakt; jaren waarin ook toenmalig premier Wim Kok zich afvroeg of Nederland niet eens moest ophouden alleen naar het verleden te kijken, omdat we anders „met de rug naar de toekomst” zouden staan, vertelt Krop. De geschiedenis zou de PvdA-premier gelijk geven; steeds vaker werd toenadering gezocht en de contacten met Duitsland werden intensiever en inniger.

Lees ook: Het herdenken moet anders

Stel je voor dat we zeventig jaar lang zouden zijn blijven schelden op de Duitsers?

Marnix Krop Oud-diplomaat

En in 2012 hield de toenmalige Duitse bondspresident Joachim Gauck een toespraak tijdens de nationale viering van de bevrijding in Breda – een verzoenende boodschap waarvoor hij veel waardering kreeg, vertelt Krop, destijds de Nederlandse ambassadeur in Berlijn. Krop ziet nog een lange toekomst van herdenkingen, mits die zich vernieuwen. „De vernieuwing van Bevrijdingsdag, waarin het verleden een vertaling in het heden krijgt, spreekt mensen aan. Dat ook Duitsers daarbij worden betrokken, maakt het ook wel mooi. Stel je voor dat we zeventig jaar lang zouden zijn blijven schelden op de Duitsers? Dan sta je nog steeds met de rug naar de toekomst.”

Regelmatig relletjes

Niettemin zijn er sinds de jaren negentig regelmatig relletjes geweest, en zelfs nu er nog maar weinig mensen leven die de oorlog aan den lijve hebben meegemaakt, ligt een speech als die van Merkel gevoelig. „Ik denk dat globaal de helft van onze leden er moeite mee heeft”, zegt Henk Mreijen, voorzitter van de ongeveer 350 leden tellende Vereniging Kinderen van Verzetsdeelnemers 1940-1945. „Dat zijn vooral mensen die nog steeds psychische gevolgen ondervinden.” De ouders van Mreijen zaten in het verzet. „Ze hebben het overleefd, al was het op het randje. Ze zijn in januari 1945 in het geheim getrouwd, ik ben tijdens de hongerwinter in elkaar geknutseld.” Een Duitser op bevrijdingsdag mag min of meer geaccepteerd zijn, een bezoek of een toespraak tijdens Dodenherdenking, op 4 mei, lijkt een brug te ver. Mreijen: „Als de toespraak van Merkel op 4 mei was gehouden, zou het verzet enorm zijn geweest. Daar is de gemeenschap nog niet aan toe. Zo lang daar nog gevoeligheden over zijn, kun je zoiets beter niet doen. Vergeet niet dat trauma’s worden doorgegeven aan kinderen. Herdenken is een vorm van verwerken. Als daar Duitsers bij zijn, gaat men zich opwinden. Voorlopig zie ik dat niet veranderen. Zelfs onafhankelijk onderzoek naar de politionele acties in Nederlands-Indië scheurt nog steeds wonden open. En dat is toch ook al een tijdje terug.”

Hoe belangrijk dodenherdenkingen zijn voor nabestaanden, blijkt uit onderzoek van psycholoog Bertine Mitima van de Universiteit Utrecht naar de emoties die nabestaanden ervaren als ze naar de Nationale Herdenking kijken. Mitima: „Ze ervaren behalve verdriet ook erkenning, steun en betekenis.” Dat houdt niet in dat de herdenking altijd hetzelfde moeten blijven. „Er zijn veranderingen doorgevoerd, zoals een grotere rol voor jongeren en voor veteranen.” Wel ligt verandering „heel gevoelig”, zegt Mitima, en dat geldt zeker voor een eventuele aanwezigheid, ooit, van Duitsers bij de Nationale Dodenherdenking. „Je moet zulke veranderingen altijd voorzichtig doorvoeren.Wat voor de ene nabestaande een vorm van erkenning is, is voor een ander een vorm van miskenning, een averechts effect.” Het is lastig daarin een juiste koers te bepalen. „Ik ben blij dat ik dat niet hoef te doen.”

Dat Angela Merkel een speech kan houden, heeft volgens onderzoeker Ilse Raaijmakers van ARQ Kenniscentrum Oorlog, Vervolging en Geweld te maken met de „toenadering” die is gevolgd op het bezoek van de Duitse president Gauck negen jaar geleden, maar ook met Merkels persoonlijkheid en haar rol in de vluchtelingencrisis. „Internationaal wordt zij geroemd om haar uitspraak ‘Wir schaffen das’. De uitnodiging is gedaan aan haar als persoon. Zelfs als ze het afgelopen jaar al was gestopt als bondskanselier, dan had ze die lezing toch mogen geven.” En natuurlijk heeft de uitnodiging volgens de historica óók te maken met het langzaam uitsterven van de generatie die de oorlog heeft meegemaakt.

Lees ook: Betty Bausch-Polak heeft na de oorlog meer dan vijftig jaar niet over haar ervaringen gesproken. Maar de honderdjarige weet alles nog.

„De rol van de eerste generatie bij herdenkingen is afgenomen.”

Betreurenswaardig laag

Negen jaar geleden procedeerde Federatief Joods Nederland tegen het voornemen van de Gelderse gemeente Bronckhorst om tijdens Dodenherdenking mee te werken aan een wandeling langs graven van gesneuvelde Duitse soldaten in het dorp Vorden. Wat vindt advocaat Herman Loonstein, voorzitter van deze belangengroep, van de uitnodiging aan Angela Merkel? „U hoort mij niet zeggen dat ze niet welkom is. Eerbiedwaardig op begraafplaatsen aandacht vragen voor mensen die door het Duitse Rijk werden ingezet, vind ik buitensporig. Maar ik zeg niet dat je geen Duitsers bij de herdenking moet betrekken. Het hangt er van af wat ze hier komt vertellen. Ik zou het best fantastisch vinden als Merkel een bezoek brengt aan Nederland en de Joodse gemeenschap toespreekt. De aandacht voor de oorlog loopt terug en is betreurenswaardig laag. Ik durf te voorspellen dat een groot deel van de kinderen die de Cito-toets moeten doen, niet weet wat de Tweede Wereldoorlog is. Dat is zorgwekkend.”