Sorry zeggen voor iets uit de geschiedenis? ‘Dat jij niet de pijn veroorzaakte is irrelevant’

Excuses In 2020 maakte premier Rutte excuses voor het handelen van de overheid in WO II. Welke betekenis en belang hebben excuses voor donkere hoofdstukken uit het verleden?

Van links naar rechts: Marion Langenbach, Rudie Cortissos en Domingo.
Van links naar rechts: Marion Langenbach, Rudie Cortissos en Domingo. Foto’s Merlijn Doomernik

We leven in The Age of Apology, om in de woorden van de Amerikaanse historicus Mark Gibney te spreken. De bundel die Gibney erover publiceerde, dateert alweer uit 2008, maar de trend die hij waarnam, is sindsdien nooit weggeweest. Sorry zeggen op overheidsniveau gebeurt wereldwijd vaker dan ooit. En ook Nederland heeft de laatste jaren regelmatig excuses gemaakt voor pijnlijke gebeurtenissen uit onze nationale geschiedenis.

Aan die excuses gaan niet zelden discussies vooraf over de vraag of ze er wel moeten komen. Zoals nu de vraag speelt of Nederland excuses moet maken voor het slavernijverleden. Ruim de helft van de Nederlanders vindt dat de staat dat niet hoeft te doen.

Betekenis

Om de kracht van publieke excuses beter te begrijpen, is het belangrijk om stil te staan bij de betekenis ervan voor mensen die al jaren gebukt gaan onder gebeurtenissen uit het verleden. En die betekenis is groot, ziet advocaat Liesbeth Zegveld (51), die in haar carrière meerdere overheidsexcuses teweegbracht.

Lees ook: ‘Ruim de helft van Nederlanders tegen excuses voor het slavernijverleden’

Neem de zaak waarin zij slachtoffers, weduwen en kinderen bijstond, van het bloedbad dat Nederlandse militairen in 1947 aanrichtten in het dorp Rawagede op het Indonesische eiland Java. Op 9 december 2011 reisde de Nederlandse ambassadeur naar het Indonesische dorp om excuses namens Nederland over te brengen, in aanwezigheid van nabestaanden en internationale journalisten. Een weduwe die nooit afscheid had kunnen nemen van haar man zei Zegveld achteraf dat het voelde alsof haar echtgenoot weer even bij haar was.

„Met excuses verbind je heden en verleden, waardoor het weer een geheel wordt en mensen rust vinden”, vertelt Zegveld. Bovendien kun je met excuses een grote groep bereiken. „We kregen naderhand reacties van andere weduwen uit onder meer Zuid-Sulawesi, die zich door dit statement eveneens gehoord voelden.”

Het moeten wel oprechte excuses zijn, stelt historicus Henri Beunders, emeritus hoogleraar publieke opinie aan de Erasmus Universiteit in Rotterdam. „Het doet ertoe hoe je een excuus vormgeeft, welke locatie je kiest en welke non-verbale communicatie je gebruikt. Daaruit blijkt de oprechtheid die essentieel is voor de aanvaarding van je excuus.”

Irrelevant is dat jij niet de pijn veroorzaakte

Liesbeth Zegveld advocaat

Nederland is niet zo goed in sorry zeggen, vindt Beunders, en zeker in vergelijking met andere landen vindt hij ons een bot volk. „Neem Japan. Als daar een minister zijn ontslag indient en excuses maakt, moet zijn bijbehorende buiging precies het juiste aantal graden hebben, anders wordt het niet geaccepteerd.” Wat Beunders daarmee wil zeggen: wij zijn weliswaar goed met taal, maar we hebben minder oog voor de choreografie, die net zo belangrijk is.

Rust vinden

Een oprecht excuus is voor mensen bovendien veel belangrijker dan een financiële genoegdoening, besluit Zegveld. Ze vraagt zich daarom af waarom sorry zeggen toch vaak zo moeilijk blijkt. „Het doet er niet toe dat jij persoonlijk niet degene bent die de pijn heeft veroorzaakt – je maakt excuses omdat je formeel verantwoordelijk bent en een ander aangeeft het nodig te hebben. Om erkend te worden, of om meer rust te vinden.”

Historicus Beunders vindt dat we vaker stil moeten staan bij de reden dat er excuses worden gemaakt. Volgens hem zijn excuses een „bijna religieuze zaak”, omdat het draait om vergeving. „Formele, gemeende excuses zorgen ervoor dat je als land niet blijft hangen in woede, rouw of schuldbesef, maar dat je elkaar een hand kunt geven. Zodat je verder kunt in een inclusieve samenleving, waarin er plek is voor iedereen.”

Rudie Cortissos (82)
‘Ik heb er niet op zitten wachten, maar het was wel nodig’

Foto Merlijn Doomernik

Rudie Cortissos overleefde de oorlog als Joodse onderduiker.

„De Holocaust is verweven met mijn hele bestaan. Nu ik ouder word, ben ik er meer mee bezig. Elke nacht als ik opsta om te plassen of water te drinken, gaan mijn gedachten als vanzelf naar de trein die destijds van Westerbork naar Sobibor reed. Tijdens die reis zaten mensen drie dagen en nachten opgesloten, zonder eten, drinken of de mogelijkheid om naar het toilet te gaan. Als ik denk aan mijn eigen moeder in die trein, rijzen de haren mij te berge. Zij is vermoord in Sobibor, net als 63 andere familieleden. Mijn vader en ik overleefden, dankzij meerdere onderduikadressen.

De excuses die premier Rutte (VVD) vorig jaar maakte voor het handelen van de Nederlandse overheid in de Tweede Wereldoorlog, waren nodig. Het laat zien dat deze geschiedenis nog altijd leeft, ook bij mensen die het niet hebben meegemaakt. Maar als je me vraagt of zijn excuses mij persoonlijk hebben geraakt, dan is het antwoord toch: nee. Ik heb er niet op zitten wachten, en mijn Joodse vrienden evenmin. Voor wat ik heb meegemaakt, bestaat geen heling in de vorm van woorden.

„Tegelijkertijd ben ik wél heel blij dat het is gezegd, al was het 75 jaar na dato. Wel ben ik van mening dat Mark Rutte zichtbaarder had kunnen maken welk leed er door de Holocaust is veroorzaakt. Dat deed koning Willem-Alexander beter, in zijn toespraak op 4 mei 2020 op een lege Dam. Hij noemde voorbeelden van gruwelijkheden tijdens de oorlog, en erkende dat burgers zich in de steek gelaten voelden, omdat zijn overgrootmoeder naar Londen vertrok. Dat emotioneerde me. Levendige voorbeelden maken invoelbaar waarom zoiets nooit meer mag gebeuren.

„Eigenlijk hebben nationale excuses dezelfde missie als die ikzelf heb met mijn gastlessen op scholen. Daar eindig ik mijn les altijd met een oproep aan de leerlingen: ‘Waak voor de toekomst, want of je nou trambestuurder of dokter wordt, eenieder van jullie heeft de plicht om ervoor te zorgen dat een genocide nooit meer voorkomt.’”

Domingo (55)
‘Excuses betekenen iets als het verandering teweegbrengt’

Foto Merlijn Doomernik

Domingo raakte ongewild onvruchtbaar door de oude Transgenderwet. Omwille van zijn privacy wil hij niet met zijn achternaam genoemd worden.

„Vaderdag is voor mij ieder jaar een verdrietige dag, net als wanneer ik in films met vaders en kinderen word geconfronteerd. Ik had graag kinderen gewild, maar ik wilde ook mijn geslacht in mijn geboorteakte laten wijzigen. De vrouwelijke aanduiding in mijn paspoort zorgde op veel momenten in mijn leven voor grote spanning. Als ik een reis plande, kreeg ik soms al maanden vooraf buikpijn vanwege de angst dat ik op Schiphol apart genomen zou worden en zou moeten verklaren wat er anders was aan mij.

„Uiteindelijk besloot ik mijn geslachtsregistratie te laten wijzigen, maar volgens de Transgenderwet die tussen 1985 en 2014 van kracht was, kon dat alleen als ik een onomkeerbare geslachtsoperatie zou ondergaan. Ik mocht niet meer in staat zijn om me voort te planten, stond er letterlijk. Toen ik begin 2000 aan het traject begon, realiseerde ik me nog niet dat ik op dat moment werd gedwongen tot definitieve onvruchtbaarheid. Pas na de tweede operatie realiseerde ik me dat ik nooit meer met genetisch materiaal van mijzelf een kindje zou kunnen hebben. Een onbeschrijflijk pijnlijke gedachte.

„Inmiddels is de Transgenderwet veranderd en heeft minister Sander Dekker (Rechtsbescherming, VVD) in november 2020 namens de overheid excuses gemaakt. Vanwege corona gebeurde dat via Zoom. Ik vind het heel fijn dat deze misstand nu erkend wordt. Toen Dekker de spijtbetuiging uitsprak, voelde ik een golf van opluchting door mijn lijf gaan. Alsof mijn pijn er ineens mocht zijn. Er was een fysieke bijeenkomst aan voorafgegaan, daar had ik aan de gezichten van de aanwezigen gezien hoezeer zij geraakt waren door onze verhalen. Het voelde oprecht.

„Tegelijkertijd betekenen officiële excuses voor mij persoonlijk pas echt iets als ze een maatschappelijke verandering teweegbrengen. Ik heb weinig aan ‘sorry’ als ik als transgender nog steeds continu met angst over straat loop en in verborgenheid moet leven. Ik hoop dan ook dat er aan deze excuses concrete acties worden gekoppeld, zoals verplichte lessen over genderdiversiteit op middelbare scholen. Op die manier werken we toe naar een inclusieve samenleving, waarin wij ons niet langer hoeven te verstoppen.”

Lees ook dit interview: ‘Gender kan zo veel meer zijn’

Marion Langenbach (68)
‘Ik hoefde me niet langer te schamen’

Foto Merlijn Doomernik

Marion Langenbach verrichtte twee jaar lang dwangarbeid in een instelling van de Zusters van de Goede Herder.

„Tot voor kort heb ik altijd gezwegen over mijn jaren bij de Zusters van de Goede Herder. Mijn man is zes jaar geleden overleden, en zelfs met hem en mijn kinderen heb ik er nooit over gesproken. Het is dan ook een verschrikkelijke tijd geweest, de twee jaar die ik vanaf mijn twaalfde bij de Zusters in Almelo heb doorgebracht. Mijn moeder stuurde me ernaartoe, omdat zij en mijn vader in scheiding lagen en ik veel spijbelde.

„Het idee was dat ik daar naar school zou gaan, maar het liep anders. Ik moest er iedere dag hard werken: strijken, pyjama’s stikken. Onbetaald. De dagen voltrokken zich in stilte. Niemand mocht praten en vriendschappen waren er verboden. Je had geen enkel recht, en zelfs als je naar het toilet ging, liep er een zuster mee. De paar keer dat ik in die jaren thuiskwam, zweeg ik over het harde kloosterregime. Niemand sprak erover, dat was ons wel ingepeperd.

„Anderhalf jaar geleden zag ik een televisie-uitzending over dwangarbeid bij de Zusters van de Goede Herder, daardoor kwam alles weer boven. Ik werd depressief en de huisarts verwees me door naar een steengoede psycholoog. Zij had tranen in haar ogen toen ik mijn verhaal voor het eerst vertelde, maar ze heeft me er toen geweldig doorheen geholpen.

„In augustus 2020 bood minister Sander Dekker (Rechtsbescherming, VVD) namens de Nederlandse overheid zijn excuses aan voor wat er destijds met ons is gebeurd. We zaten met tachtig lotgenoten bij elkaar in de Jaarbeurs in Utrecht en zijn woorden hadden een onbeschrijflijke impact op mij. Ik hoefde me niet meer te schamen.

„Ik zag een soortgelijk gevoel bij andere vrouwen om me heen – we werden gehoord, wat een bevrijding. De meesten van ons kregen ook een tegemoetkoming van 5.000 euro, maar die excuses zijn voor mij veel belangrijker geweest. Daardoor ben ik de schaamte voorbij en kan ik het afsluiten. Dat gevoel is met geen enkel geldbedrag te evenaren.”