Een overbodig bord, maar wel goed geluisterd naar de burger

Openbare ruimte Nederland staat vol met overbodige verkeersborden, vaak geplaatst op verzoek van een burger.

Foto Walter Herfst

Met een geel post-it-velletje in zijn hand beent Gerard van Oort (74) naar de grijze Toyota die achter zijn huis staat geparkeerd. Hij plakt het papiertje op de natgeregende voorruit, onder de ruitenwisser: „L.S., In het vervolg hier gaarne vooruit parkeren. Bij voorbaat dank.”

Bij de parkeerplaats hangt een bordje aan een lantaarnpaal. Daarop staat: „Niet achteruit parkeren”. Zo’n vijftien jaar geleden vroeg Van Oort, die in de wijk Drievliet in Ridderkerk woont, het bord aan bij de gemeente. Hij had toen net een vijver in zijn achtertuin aangelegd voor zijn twaalf Japanse karpers. Na verloop van tijd kwam er een „olieachtig laagje” over het water te liggen. Volgens Van Oort werd dit mede veroorzaakt door de uitlaatgassen van achteruit inparkerende auto’s achter zijn schutting.

Dus kwam hij op het idee het bordje met „Niet achteruit parkeren” aan te vragen – ook omdat er al een aantal in de buurt hing, aangevraagd door bewoners die zeiden last te hebben van uitlaatgassen die hun tuin in werden geblazen. De gemeente Ridderkerk deed dan ook niet moeilijk toen Van Oort belde met het verzoek: „Na een week of wat kwam er al zo’n karretje van de gemeente de straat in rijden en werd het bord aan de lantaarnpaal gehangen.”

Er hangen in Drievliet nu tachtig bordjes die automobilisten verzoeken niet achteruit in te parkeren. Of ze ook werken is een tweede. „Het zijn geen officiële verkeersborden, dus de politie kan er niet op handhaven”, zegt Maurice van Hoorn, directeur van verkeerskundig adviesbureau Ronnico, dat voor gemeenten verkeersborden inventariseert. Dat wil zeggen: mensen die het verzoek niet opvolgen, worden niet bestraft door de politie.

Niet alleen onofficiële verkeersborden kunnen overbodig zijn, ook officiële borden zijn soms onnodig, zegt Van Hoorn. Bijvoorbeeld op plekken waar een verkeerssituatie duidelijk genoeg is. „Dan moet je denken aan waarschuwingsborden op een plek waar het gevaar goed en op tijd te zien is, of borden die de basisverkeersregels bevestigen.”

Op verschillende plekken in de Ridderkerkse wijk Drievliet wordt verzocht niet achteruit te parkeren.

Foto Walter Herfst

‘Vaart minderen spaart kinderen’

In Nederland staan zo’n drie miljoen verkeersborden. In 2018 stelden Veilig Verkeer Nederland (VVN), CROW (kenniscentrum voor infrastructuur, verkeer en vervoer) en verkeersbordenleverancier HR Groep dat 20 tot 30 procent hiervan overbodig is. Dat aantal – tussen de 600.000 en 900.000 borden – baseerden ze op het digitale bordenoverzicht dat HR Groep ontwikkelde in opdracht van het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat. In dat overzicht zijn de belangrijkste gegevens verzameld van vrijwel alle verkeersborden langs en boven de Nederlandse wegen.

Lees ook: De psyche van de filerijder

Een deel van de overbodige borden is neergezet op verzoek van burgers, blijkt uit een rondvraag van NRC onder bijna negentig gemeenten; bij de meeste gemeenten komt het voor dat een verkeersbord op aanvraag van een burger wordt geplaatst, terwijl dat volgens de verkeerskundige van de gemeente overbodig is. Hij of zij is de eerste beoordelaar van een verzoek om een nieuw bord. Maar tegenspraak van de verkeerskundige wordt niet altijd op prijs gesteld. Het komt voor dat de wethouder, ondanks een negatief advies van de verkeerskundige, een bord laat plaatsen op aanvraag van een burger.

Soms volstaat een eerste verzoek. In andere gevallen krijgen inwoners hun bord niet zo makkelijk en zetten ze de gemeente onder druk. „De reacties zijn soms heftig”, zegt John Swaans, verkeerskundige bij de gemeente Waalwijk. „Laatst riepen inwoners aan de telefoon: ‘Stelletje imbecielen daar op het stadhuis!’. En: ‘Jullie moeten werken voor ons!’ Nou, als je zoiets naar je hoofd krijgt, zet je op een gegeven moment toch maar een bord neer.”

Onder de overbodige verkeersborden vallen de zelfbedachte borden het meest op. Neem Waalwijk. Na klachten van bewoners over te hard rijdende auto’s kwam daar een bord met: „Vaart minderen spaart kinderen”.

In een woonwijk in Almelo staat een bord met: „Verboden te kamperen en barbecuen” (sic). Dat is er neergezet na klachten van bewoners over overlastgevende jongeren. Gemeente De Wolden (Drenthe) heeft 29 borden met een kindertekening en „Pas op! Schoolzone”. Die zijn het resultaat van een ontwerpwedstrijd voor basisschoolleerlingen. De scholen lieten de borden zelf maken en de gemeente gaf toestemming om ze te plaatsen.

Een bord als gebaar

Een teveel aan verkeersborden kan gevaarlijke situaties opleveren. „Hoe hoger de snelheid van een auto, hoe gevaarlijker het is als er te veel borden langs de weg staan”, zegt Hillie Talens, projectleider bij CROW. Volgens Talens kan het menselijk brein zo veel informatie niet zo snel verwerken. Daardoor bestaat het risico dat de hersenen belangrijke informatie wegfilteren.

Ook kosten verkeersborden geld. Verkeerskundigen noemen verschillende bedragen. Gemiddeld genomen kost het plaatsen, inclusief het materiaal, zo’n 300 euro. Daar komt het onderhoud nog bovenop: gemiddeld 10 euro per bord per jaar, volgens CROW.

Waarom maken sommige burgers zich zo hard voor een verkeersbord? Christian Bröer, hoofddocent politieke sociologie aan de Universiteit van Amsterdam, wijst op risico-aversie. „Sinds de jaren zeventig zijn burgers alerter geworden op risico’s en proberen ze die ook meer te vermijden”, zegt hij. „Dat komt deels omdat er steeds meer mogelijkheden zijn om risico’s in te dammen of weg te werken. Daar komt bij dat een risico zwaarder weegt voor mensen als niet zij, maar anderen er de veroorzaker van zijn.”

Bröer zegt dat als een bord wordt geplaatst naar aanleiding van een klacht, dat „een bewijs is dat je gehoord wordt door de overheid”. Een wethouder ziet een verkeersbord ook wel als teken dat naar de burger wordt geluisterd, denkt Bröer. „Ergens een overbodig bord laten plaatsen is relatief een kleine moeite en heeft niet meteen verstrekkende negatieve gevolgen. Het kan dus goed ingezet worden als gebaar.”

Lees ook: Uitgaan van het goede in de mens

Gerard van Oort wilde het „niet achteruit parkeren”-bordje vooral graag voor de gezondheid van zijn vissen. Niet alleen omdat die hem honderden euro’s per stuk hadden gekost, maar ook omdat ze hem dierbaar waren. Nog steeds kriebelt hij ze graag onder hun kin en voert hij ze het liefst zijderupsen, hun lievelingseten.

Van de twaalf Japanse karpers zijn er nog zes over. De andere zijn overleden. Zes jaar lang stierf er elk jaar één. Of dat door uitlaatgassen kwam, weet Van Oort niet. De vissen stierven pas nadat het bordje was geplaatst.

Foto Walter Herfst