Met de landstitel heeft Ajax zijn investeringen alweer terugverdiend

Eredivisie Ajax is na de 4-0 overwinning op FC Emmen voor de 35ste keer landskampioen. Het is de zesde titel sinds 2011 voor de Amsterdamse club, die sportief en vooral financieel uit zicht dreigt te raken voor de concurrentie in de Eredivisie.

Aanvoerder Dusan Tadic toont in de lege Johan Cruijff Arena de kampioensschaal aan de tv-kijkers.
Aanvoerder Dusan Tadic toont in de lege Johan Cruijff Arena de kampioensschaal aan de tv-kijkers. Foto Maurice van Steen/ANP

De 35ste landstitel van Ajax, sinds zondagmiddag een feit na de 4-0 zege op FC Emmen, ging gepaard met een tegenstrijdigheid die perfect de dreigende kloof in het Nederlandse voetballandschap illustreert, voor zover die kloof er niet al is.

Noem het de paradox van een kampioen in coronatijd.

Om te begrijpen waarom, gaan we terug naar juli 2020. Terwijl voetbalbestuurders over de hele wereld vreesden voor de financiële klappen door alle lege stadions, benadrukte financieel directeur Susan Lenderink in een interview met NRC dat óók Ajax het zwaar had. Tientallen medewerkers in de ‘flexibele schil’ waren naar huis gestuurd en de club maakte gebruik van overheidssteun voor kantoorpersoneel. Ajax rijk? Dat was een stigma, vond Lenderink. „Het geld gaat er hier ook het hardst uit, in absolute zin.”

Veel perspectief voor het komende, inmiddels bijna afgelopen seizoen was er evenmin. Net als andere clubs kon Ajax fluiten naar zijn recettes. Geen bier op de F-side. Geen bitterballen in de loges. Door corona draaide Ajax tussen juli en eind december 2020 31 miljoen euro minder omzet dan in diezelfde periode vorig jaar, bleek in februari bij de bekendmaking van de halfjaarcijfers. „De vooruitzichten zijn als gevolg van de coronacrisis zeer somber”, stond in het bijgaande persbericht.

Grote aankoop

Een mededeling die gevoelsmatig niet rijmde met het grote nieuws van januari, toen directeur spelerszaken Marc Overmars tot ieders verbazing de grootste aankoop in de Eredivisie ooit uit zijn hoed toverde: Sébastien Haller. Achteraf misschien wel dé beslissende zet dit seizoen. De Franse spits kostte Ajax 22,5 miljoen euro en zou ook nog eens de duurste speler van de internationale winterse transferwindow zijn geworden als zijn oude club West Ham United de aan hem verdiende miljoenen niet meteen had gespendeerd.

Wel overheidssteun, toch een megatransfer? De leek kon het amper volgen. Toch sluit de aankoop naadloos aan bij het offensievere uitgavenpatroon van Ajax, waar het spelersbudget de voorbije jaren is verdubbeld. „We speelden meer balletjes breed dan vooruit”, zei algemeen directeur Edwin van der Sar daar eens over, en Haller was nu typisch een balletje vooruit, met zijn ervaring in de Bundesliga en Premier League.

De spits was elke 97 minuten betrokken bij een doelpunt of assist, maakte tegen Fortuna, Heerenveen en RKC de winnende en sinds zijn komst ging geen van de zestien resterende duels verloren. Stond Ajax met Kerst nog één punt voor op PSV, nu zijn dat er twaalf. En dus speelt Ajax ook volgend seizoen weer in de Champions League, goed voor ruim veertig miljoen euro aan inkomsten waar de achtervolgers PSV, Feyenoord en AZ slechts van kunnen dromen.

Dat is dan ook hoe Ajax die paradox zou verklaren. Wat een ongepaste uitgave in crisistijd leek te zijn, is in werkelijkheid vooral een middel om toekomstige inkomsten op peil te houden. Of, zoals financieel directeur Lenderink zou stellen: coronaklappen op te vangen. En daarin is de club geslaagd.

Sébastien Haller maakte de 2-0 tegen FC Emmen. De Franse spits werd in januari door Ajax gekocht voor een recordbedrag van 22,5 miljoen euro. Foto Maurice van Steen/ANP

De logica hierachter is gebaseerd op het vliegwieleffect. Door meer geld uit te geven aan betere spelers en minder van de factor geluk afhankelijk te zijn, wordt de kans op het winnen van prijzen vergroot. Prijzen die via deelname aan Europees voetbal miljoenen euro’s opleveren waarmee de club duurdere spelers dan de concurrentie kan halen om het succes te bestendigen.

Rol van Klaassen

Zo kwamen in 2018 Dusan Tadic en Daley Blind, die nog altijd van grote waarde voor Ajax zijn, zoals dat geldt voor Davy Klaassen, die in de zomer voor 14 miljoen euro werd teruggehaald. Ook die aankoop betaalde zich terug via deze landstitel. Klaassen maakte twaalf doelpunten in 27 duels en zette Ajax negen keer op een 1-0 voorsprong.

PSV mocht dan de Duitse wereldkampioen Mario Götze hebben gehaald, het was toch echt Klaassen die als spelmaker een veel stabielere en beslissender rol speelde bij het verdelen van de prijzen in dit Eredivisiejaar. Eerst al de KNVB-beker, nu ook de landstitel.

Europees gezien betaalden de investeringen zich nog onvoldoende terug. Al was het maar omdat Ajax vergat om Haller voor de Europa League in te schrijven. Trainer Erik ten Hag loodste zijn elftal nog naar de kwartfinale. Maar zo soeverein als de club na de winterstop alle krachtmetingen met AZ, PSV en Feyenoord doorstond, zo weinig doortastend speelde de ploeg tegen AS Roma. Die onnodige uitschakeling is de smet op dit seizoen, en op het werk van Ten Hag.

De trainer verlengde afgelopen week zijn contract, en het is duidelijk waarom Ajax in zijn werkwijze gelooft. Ten Hag pakt gemiddeld 2,44 punten per Eredivisiewedstrijd sinds hij in 2017 bij Ajax neerstreek – na de Roemeen Stefan Kovacs het hoogste puntengemiddelde van al zijn voorgangers. Het is zijn tweede landstitel met de Amsterdamse club.

Ajax is aantrekkelijker gaan voetballen onder zijn leiding en dreigt mede daardoor uit zicht te raken voor de concurrentie in Nederland. Sportief en met name financieel. Terwijl Feyenoord nu eindelijk hoopt door te pakken met een nieuw stadion, en PSV onlangs een kapitaalinjectie van 50 miljoen euro mocht verwelkomen, is Ajax nu alweer verzekerd van eenzelfde bedrag via de Champions League. Voor elke euro die PSV en Feyenoord verdienen, int Ajax er twee, op basis van de laatst beschikbare jaarcijfers.

Bayern van Nederland?

Het Bayern München van Nederland? Die vergelijking komt nu misschien nog te vroeg. Met inbegrip van het huidige seizoen, waarin Bayern de titel niet meer kan ontgaan, won de Duitse topclub negen landstitels in de voorbije tien jaar. De 35ste van Ajax was het zesde kampioenschap sinds 2011. Ook vorig seizoen, dat gestaakt werd, stond Ajax bovenaan, zij het in punten gelijk met AZ.

Maar wie de huidige resultaten extrapoleert naar de toekomst, ziet wel degelijk de contouren van een moeilijk te dichten kloof. Monopoly is begonnen. En het wordt steeds duidelijker wie de andere spelers opslokt.