Opinie

Wanneer worden de coronamaatregelen in mijn buurtsuper nu eens nageleefd?

Anderhalvemeter Wanneer worden de coronamaatregelen in mijn buurtsuper nu eens nageleefd, vraagt zich af.
Foto Astrid Huis

Het zat me al een tijdje dwars, maar er over klagen stond me ook tegen. Niet omdat mijn klacht niet terecht was, vond ik, maar omdat ik mezelf dan uitleverde aan het onuitstaanbare kamp van moralisten. Er werd al zoveel geklaagd over dat verrekte virus en alle rimpelingen erom heen. Het ondoorgrondelijke vaccinatiebeleid, de afwezigheid op straat en in parken van een collectieve zelfdiscipline. Dat zelfs mensen met een academische opleiding niet kunnen inschatten wat een afstand van anderhalve meter inhoudt. U vult het zelf maar verder in.

Maar onlangs knapte er iets in mij. Het was een landerige zondag. Zo’n dag waarop tot voor maart 2020 half Amsterdam stelselmatig de vlucht naar buiten nam. Nu was het in mijn buurtsupermarkt rond het middaguur al stervensdruk. Niet alleen met klanten, maar vooral ook met vakkenvullers die met hun voorraadkaren zo ongeveer alle gangpaden bezetten. En een belangrijk deel van de klanten, net als de vakkenvullers, droegen hun mondkapjes onder hun kin of zetten helemaal geen mondkapje op.

Ook vóór het coronatijdperk vereiste het in mijn supermarkt van de grootste grootgrutter van Nederland bij tijd en wijle enig gekruip en gedraai om het gewenste product uit de schappen te halen. De paden zijn smal, de winkel is eigenlijk te klein voor het uitgebreide assortiment en de wekelijks wisselende aanbiedingen. Als vaste klant zie je dat het elke dag een race tegen de klok is om de schappen gevuld te houden. En ondanks of misschien wel dankzij dit alles ben ik aan mijn buurtsupermarkt gehecht geraakt. Ik snap de dynamiek. We zijn in elkaars dna gaan zitten.

‘Je bent een lelijk wijf’

Wat me vooral bevalt is dat het personeel een afspiegeling is van het pluralistische Amsterdam. Kleur, geloof, jong en al wat ouder. Terwijl het de cultuursector maar gebrekkig lukt om nieuwe verhalen op het podium te krijgen en theaterzalen te vullen met een afspiegeling van de honderdtachtig nationaliteiten die de stad bevolken, zoals de Amsterdamse wethouder van cultuur Touria Meliani voorstaat, is dat in de personele invulling van supermarkten al lang gelukt. Wil je een indruk krijgen van hoe de gemiddelde Amsterdammer eruit ziet, rep je naar de supermarkt.

Een klant die „je bent een lelijk wijf” van achter in de rij naar de kassière met overgewicht roept en dan onbedaarlijk begint te lachen. Waarop zij sappig „dag lieverd” antwoordt en tussen neus en lippen door uitlegt dat ze zijn buurvrouw is en dat ze vreselijk op elkaar gesteld zijn. En mijn hart gaat gloeien als ik de vakkenvulster met hoofddoek in het gangpad naast haar karren met producten een geanimeerd gesprek in het Marokkaans-Arabisch hoor voeren met een klant die ontegenzeggelijk dezelfde achtergrond heeft. En ik mis de al wat oudere mevrouw met bril die ’s morgen vaak achter de kassa zat, altijd met haar hoofd gebogen naar de producten die ze scande in plaats van naar de klant. Elke opmerking van een klant bracht haar uit haar evenwicht en pareerde ze met een botte opmerking. En toch. Ik koos altijd haar kassa als ze er was, en genoot van haar ongemak in het contact met mensen. Ontegenzeggelijk had ze wat ze een zekere afstand tot de arbeidsmarkt noemen, en toch... dag na dag je eigenheid afdwingen.

En u kunt het geloven of niet, maar de purser van mijn KLM-vlucht naar Bilbao (natuurlijk voor het coronatijdperk) werkt parttime in mijn buurtsupermarkt. Terwijl ik over de drempel van zijn vliegtuig stapte, kostte het enkele seconden voor het kwartje viel. In de eerste maanden na maart 2020 vroeg ik hem soms aarzelend of hij al wist hoe het verder ging met zijn werk bij KLM. Hij wist het niet. Ik ben opgehouden om het te vragen. Het is inmiddels een té beladen onderwerp geworden. Ik gun het hem zo dat hij zijn oude arbeidsleven weer kan oppakken. Maar het valt me op dat hij vaker dan voorheen in de supermarkt is, en we uit ongemak soms net doen of we elkaar niet zien.

Lees ook: Laat de winkels leeg blijven, ook na woensdag

Laks personeel

Maar nu we worden geacht afstand tot de ander te houden, stond dat alles die zondag plots in een ander licht. De sluimerende irritatie over de laksheid van het supermarktpersoneel om de basisregels om elkaar niet te besmetten in acht te nemen, won het van de gebruikelijke animositeit. In mijn hoofd waren ze enkel nog potentiële verspreiders van het coronavirus. Maar over hun hoofden heen richtte mijn gram zich natuurlijk op het gebrek aan leiding in de supermarkt: de manager. Hij was er die zondag niet, maar ik wist hoe hij eruit zag. De enige man onder het personeel in een pak.

Een week later liep ik hem alsnog tegen het lijf. Hij kwam, terwijl zijn mondkapje halverwege zijn neus was gezakt, vervaarlijk dicht bij mij staan en sprak: „Ik volg de richtlijnen van AH. Er mogen zestig klanten binnen en sommige personeelsleden hebben een ontheffing voor het dragen van een mondkapje. En we adviseren klanten een mondkapje te dragen, we leggen het niet op.”

Mijn mond viel achter mijn mondkapje open. „Zestig mensen in deze kleine ruimte?”

Hij knikte. Ik realiseerde me ter plekke dat dit geen man was, net zoals de grootgrutter bij wie hij op de loonlijst stond, die sterke waarden had in zijn werk: het verschil maken, grenzen verleggen door zelf de veiligheidsrichtlijnen te interpreteren. Ik stamelde: „Ik hoor u niets zeggen over het beschermen van mij als klant.”

In de week daarna belde ik de klachtenlijn van de grootgrutter, maar daar werkten vast zo weinig mensen dat ik na 35 minuten onverrichter zake ophing. Maar toen ik in de afgelopen week een andere klant tegen de assistent-manager over het slordige beschermingsbeleid hoorde klagen, vlamde mijn irritatie weer op. Waarom worden mensen die zich een kwartier na het ingaan van de avondklok nog op straat begeven wél op de bon geslingerd en wordt er totaal niet gecontroleerd bij supermarkten?

Ik weet dat dit demissionaire kabinet zich, net als de grootgrutter, momenteel vooral druk maakt om het eigen vege lijf, maar nu de avondklok is opgeheven, staat niets in de weg om de boa’s eens naar supermarkten te dirigeren. Zet ook op dit dossier de veiligheid van de burger centraal en dwing (sommige) grootgrutters om meer te investeren in beschermingsmiddelen en het naleven van betere veiligheidsvoorschriften. Vervang willekeur ook op dit dossier door betrokkenheid.

Reageren

Reageren op dit artikel kan alleen met een abonnement. Heeft u al een abonnement, log dan hieronder in.