Economen adviseren de noodsteun af te bouwen, Kamerleden willen niet stoppen

Einde van de crisis Bouw deze zomer de noodsteun af, adviseren de economen van het CPB. Maar Kamerleden en bedrijvenclubs willen nog niet stoppen. „De vraag is niet of de steun wordt voortgezet, de vraag is hoe.”

De steun voor het mkb moet doorlopen, vindt voorman Vonhof. „Je zal maar touringcaroperator zijn voor toeristen die de Keukenhof bezoeken.”
De steun voor het mkb moet doorlopen, vindt voorman Vonhof. „Je zal maar touringcaroperator zijn voor toeristen die de Keukenhof bezoeken.” Foto Ramon van Flymen/EPA

Hoe moet het verder met de noodsteun, nu de economie voorzichtig opengaat? Deze week lieten de tv-journaals blije ondernemers zien die hun terras of winkel weer mochten openen, maar dat betekent niet dat alles vanaf nu automatisch beter gaat. Bedrijven in lockdownsectoren zijn meer dan een jaar overeind gehouden met vele tientallen miljarden euro’s subsidie om huur en lonen van hun personeel te betalen. Kunnen ze weer op eigen benen staan?

Nee, zeggen bedrijven en vakbonden, ook niet als in de zomer weer veel mag, als bijvoorbeeld de restaurants open zijn en reizen is toegestaan. Steun blijft nodig, ook na 1 juli, als het huidige steunpakket afloopt. Want voor bedrijven in de lockdownsectoren is de crisis lang niet voorbij. Ze kunnen nog maanden niet voluit ondernemen en hebben ingeteerd op hun buffers of kampen met schulden.

Jacco Vonhof is de voorman van MKB-Nederland, belangenbehartiger van kleine en middelgrote bedrijven. Hij maakt zich zorgen over de sfeer die nu ontstaat. Bijvoorbeeld door berichten van het Centraal Planbureau (CPB) dat de coronacrisis economisch gezien wel meevalt: er zijn verrassend weinig mensen werkloos, opvallend weinig bedrijven gaan failliet, en er is veel spaargeld om de economie straks weer te laten groeien. Vonhof: „In de op last van de overheid gesloten sectoren gaat het gewoon heel slecht. Bedrijven liggen op de intensive care.”

Vonhof merkt dat adviseurs van het demissionaire kabinet er anders over denken; hoge beleidsambtenaren bijvoorbeeld, en het CPB dat adviseert in de zomer de steun af te bouwen.

Vonhof: „Mensen die ervoor gestudeerd hebben, zeggen dan: de steun houdt bedrijven overeind die het ook zonder corona niet gered hadden. Maar het is logisch dat er weinig faillissementen zijn: de grootste schuldeiser, vaak de overheid of de bank, moet het kleedje onder een bedrijf vandaan trekken. Die doen dat nu niet. Met als gevolg dat veel bedrijven zijn bedolven onder een schuldenberg. Ze kunnen geen kant op, want als ze failliet gaan, komen ze privé vaak ook in grote financiële problemen. Als de steun stopt, gaan ze alsnog.”

Een nieuw steunpakket?

Als de macro-economen gelijk krijgen, zegt Vonhof, en „we knallen de crisis uit”, dan maken bedrijven automatisch geen gebruik meer van de steun: hoe groter de omzet, hoe lager de steun. Dus wat is het probleem? „Ik vind het moreel verwerpelijk om te zeggen: laat de natuurkrachten hun gang gaan. Je zal maar een winkeltje hebben in Volendam met snuisterijen voor Chinese toeristen, of touringcaroperator zijn voor toeristen die de Keukenhof bezoeken.”

Alle steun tot juli bedraagt meer dan 60 miljard

De economen van het CPB zien dat anders. De steun moet een keer stoppen, schreef directeur Pieter Hasekamp begin april in een column op de site van het CPB. Zodra de coronabeperkingen worden opgeheven, vervalt de reden voor de subsidies, voor bijvoorbeeld de lonen en de vaste lasten van bedrijven, die naar schatting tot juli ruim 60 miljard euro zullen kosten.

De subsidies hinderen de normale economische dynamiek van bedrijven. Mensen zitten door de loonsubsidie NOW betaald thuis, terwijl andere sectoren geen personeel kunnen vinden, schreef Hasekamp. „Het gevaar bestaat dat er zombiebedrijven ontstaan: ondernemingen zonder toekomstperspectief.” Bovendien komt de steun volgens hem vooral terecht „bij relatief bevoorrechte groepen: ondernemers met (normaliter) een behoorlijk inkomen, werkenden met een vast contract.” Kwetsbaren op de arbeidsmarkt, zoals flexwerkers, jongeren en zzp’ers, „krijgen meestal helemaal niets”.

In politiek Den Haag klinkt weinig bijval voor het CPB-pleidooi. In het demissionaire kabinet, de Tweede Kamer en bij vakbonden en bedrijvenclubs wordt al weken nagedacht over een nieuw pakket. De kans is groot dat de ongekende noodsteun aan bedrijven, werknemers en zelfstandigen na de zomer wordt voortgezet, zeggen bronnen rond het demissionaire kabinet.

De vraag is op welke manier: zullen de subsidies even hoog blijven als de economie weer open kan? Wordt de steun verlengd gedurende juli, augustus en september, of voor de rest van 2021? En wat te doen met de belastingschulden die bedrijven hebben opgebouwd?

Eind mei moet dat duidelijk worden. Omdat er nog geen begin is gemaakt met de formatie, gaan de ‘economische’ ministers mogelijk de zeventien fracties in de Tweede Kamer langs om te vragen wat ze willen, klinkt in de coalitie. De stand van de pandemie speelt ook een rol. Welke sectoren zijn open, welke niet?

Lees ook: Steun bezorgt kabinet hoofdbrekens

„Stoppen met de steun doet geen recht aan de kraters die zijn geslagen”, zegt Steven van Weyenberg, D66-Tweede Kamerlid. „De vraag is niet of de steun wordt voortgezet, de vraag is hoe.”

De PvdA vindt dat het huidige steunpakket verlengd moet worden tot december 2021. „Wij willen ondernemers rust bieden”, zegt Tweede Kamerlid Gijs van Dijk. „De vrees is dat er dit najaar nog een economische klap komt. Als het goed gaat, maken bedrijven geen gebruik van de steun. Als het slecht gaat, weten ze dat ze ergens op kunnen terugvallen.” Van Dijk gelooft niet dat er nu zoveel bedrijven in leven zijn gehouden die niet levensvatbaar zijn. „Ik begrijp de angst wel, maar dit is zo’n onwerkelijke inbreuk op ons economisch bestaan.”

Ook de VVD wil doorgaan. Tweede Kamerlid Thierry Aartsen: „Ik heb grote moeite met adviezen zoals dat van het CPB. Ja, er zijn spookbedrijven die ooit gaan omvallen. Maar stel dat zo lang mogelijk uit. Want gezonde bedrijven hebben geen stootkussen meer om het op te vangen als ze geraakt worden door het faillissement van een ander bedrijf, als dat bijvoorbeeld een klant is. Dan krijg je een kettingreactie.”

Steeds royaler

Sinds de uitzonderlijke noodsteun aan bedrijven, hun personeel en zelfstandigen vorig jaar maart begon, is versobering diverse keren aangekondigd maar nooit gekomen. Sterker, de steun is telkens royaler geworden. Meer bedrijven kregen subsidie, en de subsidie werd hoger. Het pakket dat op 1 april inging, kent bijvoorbeeld de hoogste subsidie tot nu toe voor de vaste lasten van bedrijven die hun omzet met meer dan 30 procent zagen dalen. De redenering van het kabinet én vrijwel de hele Tweede Kamer: als we bedrijven en vaste banen al zo lang overeind houden, moeten we dat ook het laatste stuk van de crisis doen.

Dat was tot nu toe volkomen terecht, vindt Arnoud Boot, hoogleraar ondernemingsfinanciering aan de Universiteit van Amsterdam. „Lockdowns zijn geen normaal ondernemersrisico. Als de overheid bedrijven dwingt dicht te gaan, is steun economisch verstandig en moreel bijna een verplichting.” Maar zodra de beperkingen sterk verminderen, moeten ondernemers zelf hun broek ophouden. „Als de overheid de steun dan voortzet, ben je nieuwe ondernemers geweldig aan het benadelen. Zij krijgen geen steun. Denk eens aan al die zzp’ers en flexwerkers die ontslagen zijn in de crisis. Zij komen niet aan de bak als de loonsubsidie NOW voor vast personeel blijft bestaan.”

Duidelijk is dat het demissionaire kabinet zoekt naar een manier om de schulden die ondernemers tijdens de coronacrisis hebben opgebouwd geen molensteen om hun nek te laten worden. Zeker omdat de overheid zelf een grote schuldeiser is. Ruim 250.000 bedrijven hebben betaling van 16 miljard euro aan belastingen uitgesteld. Daarnaast hebben veel ondernemers te veel steungeld ontvangen, en dat moeten ze terugbetalen. Al dat geld moet de overheid niet ineens komen innen, vinden Kamerleden.

Moet de overheid meer doen? Oud-minister van Financiën Jeroen Dijsselbloem (PvdA) suggereerde in tv-programma Buitenhof die belastingschuld snel ten dele of geheel kwijt te schelden. Opmerkelijk genoeg is niemand ronduit enthousiast over dat idee, ook belangenbehartigers van bedrijven niet. Vonhof: „Diep in mijn hart zeg ik: dat zou het mooiste zijn. Maar er ontstaan dan grote ongelijkheden, omdat er ook bedrijven zijn die hun belasting wél betaald hebben. Na een jaar of tien kan het wel.” Dit bezwaar klinkt ook bij Kamerleden en rond het kabinet.

Econoom Boot vindt de suggestie van Dijsselbloem nergens op slaan. „Dat klinkt heel sociaal, maar als je het generiek doet, is het totaal asociaal. Denk even aan die ondernemer die gestopt is, bij zijn familie geld heeft geleend om de belasting te betalen en nu zonder privévermogen op zoek is naar een baan.”

Boot vindt wel dat bedrijven hulp moeten krijgen bij hun coronaschulden, net als de economen van het CPB trouwens. Maar onder twee voorwaarden: de steun stopt per 1 juli (mits de economie dan open kan) en de overheid mag nooit garant staan voor nieuwe schulden. Boot: „De neiging is nu om voor alles naar de overheid te kijken, maar dan krijgen we een hele rare economie. Eentje die het ondernemerschap geneutraliseerd heeft. Nieuwe financiering moeten bedrijven zelf uit de markt halen.”

Om bedrijven een kans te geven, moet de overheid ze wel helpen. Boot: „De balansen van bedrijven in de lockdownsectoren zijn sterk aangetast. Dan is het moeilijk geld aan te trekken om te investeren.” De Belastingdienst zou bedrijven niet alleen lang tijd moeten geven hun belastingschuld af te betalen, die schuld moet ook worden „achtergesteld”. Nu gaat de Belastingdienst bij een faillissement voor op andere schuldeisers. Dat recht moet de fiscus laten varen, zegt Boot, omdat bedrijven anders geen banklening krijgen. In ruil daarvoor zou de overheid de winstbelasting met bijvoorbeeld 2 procentpunt kunnen verhogen. Dat is dan een heffing op bedrijven die in de crisis wel floreerden, en op alle bedrijven waarmee het over een paar jaar beter gaat. Boot: „De overheid mag iets terugvragen voor het uitstellen en dus riskant maken van die belastingschulden.”

De PvdA ziet wel wat in een idee van MKB-Nederland om de coronaschuld van bedrijven net zo te behandelen als studieschulden. Kamerlid Van Dijk: „Maak een mkb-garantiefonds waarin bedrijven zowel private als publieke coronaschulden kunnen stoppen, die ze langzaam en tegen een lage rente terugbetalen. Als dat even niet lukt, kunnen ze net als bij studieschulden even wachten.”

Hoe de onderhandelingen over het nieuwe steunpakket de komende weken ook verlopen, het demissionaire kabinet heeft half april de uitvoerders van de coronasubsidieregelingen (gemeenten, UWV en RVO) al gevraagd zich voor te bereiden op voortzetting na 1 juli. Het wordt de zevende keer dat Rutte III de steun verlengt of uitbreidt sinds maart vorig jaar.