Opinie

Nog net niet volwassen

Column Kunnen we studenten dezelfde rechten en plichten opleggen als alle volwassenen, vraagt Eveline Crone zich af.

Eveline Crone

Sinds deze week mogen studenten weer een dag per week onderwijs volgen. Na ruim een jaar komen zij van hun kamers af en bevinden zij zich weer, enigszins, in het dagelijks leven.

Studenten beginnen net aan hun volwassen bestaan. Volgens de wet zijn jongeren vanaf 18 jaar volwassen en hebben zij dezelfde rechten en plichten als iedereen. Geen wonder dus dat zij geen uitzonderingspositie kregen. Maar is dit wel terecht?

Kunnen we studenten dezelfde rechten en plichten opleggen als alle volwassenen? Studenten hebben het afgelopen jaar flink moeten inleveren op hun rechten, zoals hun recht op onderwijs, persoonlijke ontwikkeling, betaalbare woningen en sociale vrijheid. Zij zijn als laatste aan de beurt om gevaccineerd te worden. Tegelijkertijd wordt er gehamerd op hun plichten, zoals sociale afstand en thuisblijven. Terwijl je vanuit hun ontwikkelingsfase het tegenovergestelde zou verwachten.

Hoe bepalen we dat iemand met 18 jaar volwassen is? Dit ijkpunt is niet ‘set in stone’, maar sterk afhankelijk van de samenleving en de tijd waarin we leven. De adolescentie, het proces van opgroeien tot volwassen lid van de maatschappij, heeft geen duidelijk eindpunt.

De antropologen Alice Schleger en Herbert Barry beschreven in 1991 al resultaten van een groot onderzoek onder 186 culturen, van jagers-verzamelaars tot geïndustrialiseerde samenlevingen. Zo goed als iedere cultuur kent een periode van adolescentie, waarin jongeren nog niet volledig de volwassen status hebben bereikt. Wat verschilt tussen culturen en gedurende de geschiedenis, is de start en duur van de adolescentie. In onze westerse maatschappij begint de adolescentie vroeg, waarschijnlijk onder invloed van voeding en levensomstandigheden, terwijl jongeren pas in hun twintiger jaren maatschappelijk zelfstandig zijn.

‘Verlengde’ adolescentie

Twee historische veranderingen spelen een rol bij deze ‘verlengde’ adolescentie. Sinds de invoering van de leerplicht, begin 1900, brengen jongeren de meeste tijd door in schoolklassen met leeftijdgenoten om zich voor te bereiden op de relatief abstracte maatschappelijke taken en banen die verder in de toekomst liggen. Dit is een ommekeer met eerdere periodes in de geschiedenis waarin jongeren de weg naar volwassenheid leerden in een meester-gezelrelatie. Ten tweede is de maatschappij veel complexer geworden in de afgelopen decennia, op het gebied van economie, digitale communicatie en mondiale bewegingen. Het duurt simpelweg langer om je daarop voor te bereiden. Parallel is de levensverwachting ook toegenomen, dus studenten bereiden zich voor op een langer werkend leven.

De Amerikaanse ontwikkelingspsycholoog Jeffrey Arnett beschrijft deze periode als ‘emerging adulthood’. Volgens Arnett is dit een nieuwe ontwikkelingsfase tussen de adolescentie en de volwassenheid die de afgelopen 70 jaar is ontstaan in geïndustrialiseerde samenlevingen. Volgens Arnett kenmerkt de leeftijdsfase tussen 18 tot 24 jaar zich als een waarin je je identiteit verder ontwikkelt en de toekomst nog niet helemaal is vastgelegd. Ook hersenwetenschappers ontdekten de afgelopen twee decennia dat de hersenen van jongeren nog door een dynamische groeispurt gaan tot zij halverwege de twintig zijn, maar de snelheid van hersenontwikkeling hangt samen met opleiding en omstandigheden.

Jongeren eisen ruimte op

Deze periode van ‘emerging adulthood’ brengt een spanning tussen rechten plichten. Qua rechten mogen jongeren vanaf 18 jaar al veel, zoals hun rijbewijs halen, stemmen op een politieke partij en zij zijn (in theorie) financieel zelfstandig. Jongeren eisen deze ruimte ook op; zij hebben er behoefte aan om mee te doen aan de maatschappij en hun stem te laten horen. De Nationale Jeugdraad (NJR) vraagt om jongerenstemrecht vanaf 16 jaar. Niet vreemd, als je bedenkt dat alles wat er in de maatschappij gebeurt tot je 18 jaar bent vóór je wordt besloten.

Tegelijkertijd lukt het jongeren vaak nog niet aan alle plichten van de volwassenheid te voldoen. Een groot gedeelte van de studenten is nog financieel afhankelijk van hun ouders. De rechtspraak houdt inmiddels rekening met de langere ontwikkeling die jongeren doormaken. Zij heeft in 2014 het adolescentenstrafrecht ingevoerd voor jongeren tussen 16 en 23 jaar. Dat biedt meer mogelijkheden aan rechters om rekening te houden met de ontwikkelingsfase waarin jongeren zich bevinden.

De grootste winst van verlengde adolescentiefase is het brede scala aan mogelijkheden waarin jongeren zich nog in de toekomst kunnen ontwikkelen. Studenten die het afgelopen jaar binnen hebben gezeten, hebben veel gemist, maar ook veel geleerd over rechtvaardigheid, solidariteit en veerkracht. Zij willen hun stem laten horen en bijdragen aan het vormgeven van de maatschappij van de toekomst. „We zitten allemaal in hetzelfde bootje, maar de een zit in een kano en de ander in een cruiseschip”, vertelde een studente me. De samenleving hunkert ondertussen naar een nieuwe bestuurscultuur. Hoe kun je problemen van de toekomst oplossen zonder de jeugd daarin mee te nemen? De kans voor bestuurlijke vernieuwing ligt voor het oprapen.

Eveline Crone is hoogleraar ‘Developmental Neuroscience in Society’ aan de Erasmus Universiteit Rotterdam.