Foto Frank Ruiter

Interview

‘Ik hoop dat de Joodse pijn vervangen kan worden door leven’

Wat maakt het leven de moeite waard? Zangeres Niki Jacobs (43) zingt bijna altijd in het Jiddisch. Ze wil geloven dat de Joodse geschiedenis een doorgaande lijn heeft, een toekomst, ook als ze over het concentratiekamp Mauthausen zingt.

‘Hoe mooi is mijn liefste in haar daagse jurk en met een kammetje in haar haar”, zong de Griekse zangeres Maria Farandouri in 1966. Componist Mikis Theodorakis had net zijn Mauthausen-cyclus voltooid. Het lied zingt vol verlangen en verdriet over een meisje, ze heeft een nummer op haar arm, een ster op haar hart. „Meisjes van Mauthausen, meisjes van Belsen, hebben jullie mijn liefste ook gezien?” „We hebben haar gezien op een lange reis, ze had haar jurk niet meer.” Het lied heet ‘Hooglied’ naar het Hooglied uit de Bijbel: „Hebben jullie mijn lief ook gezien? (…) Meisjes van Jeruzalem.” De nieuwe woorden waren van de Griek Iakovos Kambanellis, een ex-gevangene van het concentratiekamp Mauthausen.

Al in 1967 zong Liesbeth List de liederen in het Nederlands, in een bewerking van Lennaert Nijgh die van het meisje een man maakte en de daagse jurk en het kammetje in haar haar liet verdwijnen.

Maar onlangs was dat kammetje weer terug. „Main gelibte, zi iz a krasawitse, in wochedikn klejdl ongeton, oen mit a kemele in hor”, zong de Nederlandse zangeres Niki Jacobs in het Jiddisch op haar cd The Ballad of Mauthausen. Dat was nog nooit eerder gedaan, wonderlijk genoeg. Het lied is in allerlei talen vertaald, maar deze ene taal, die toch in dit verband voor de hand had gelegen – nee.

Maar misschien lag het minder voor de hand dan je zou denken. Iakovos Kambanellis was zelf niet Joods, hij was een Griekse partizaan die verliefd was op een Joods-Litouwse vrouw, bovendien is het Jiddisch een zo goed als verdwenen taal. Maar dat laatste vindt Jacobs (43) niet. Althans, ze wil het niet zo zien.

Foto Frank Ruiter

„Toen ik begon met Jiddische liedjes te zingen, ik was 14, begon dat denk ik wel vanuit een soort op-de-barricaden-gevoel, ik wilde die taal redden omdat die min of meer verdwenen was. Nu zie ik het veel meer als een continuüm in plaats van als iets dat gered moet worden.”

Een continuüm, dat is in het licht van de Joodse geschiedenis niet iets waar je makkelijk aan denkt. Maar dat is ook een Europese blik, zegt Jacobs in haar Haarlemse keuken waar kinderspeelgoed rondzwerft en de boekenkast vol boeken over de Jodenvervolging staat.

„Er is op zoveel plekken een Jiddische revival. Die is eigenlijk begonnen in de jaren tachtig en die is nog steeds gaande, vooral in Amerika. Daar wordt ook nieuwe Jiddische muziek geschreven, er wordt Jiddisch theater gemaakt, zelfs op Broadway. Maar nu ja, het is een niche, dat is evident.”

Eerst maar eens terug naar Theodorakis’ muziek. Hoe kwam ze erbij die vier liederen waaruit de Mauthausen-cyclus bestaat te willen zingen? Zij en haar band hebben bovendien flink aan de muziek zitten sleutelen. Waar Theodorakis nogal eens een strijdlustig tempo heeft en soms een bijna dansant ritme, klinkt de muziek bij Jacobs en haar band verstild en verdrietig.

Het was haar vader, vertelt ze, die een enorme platencollectie had, die haar toen ze een jaar of 12, 13 was de Mauthausen-cyclus liet horen, in de originele versie.

„In mijn herinnering was dat in de periode van 4 en 5 mei, dat was bij ons altijd een zware periode. Hij zei toen op een keer, ook omdat ik interesse had in muziek: ik heb iets heel moois, en toen legde hij uit wat het was en waar het over ging, en toen gingen we luisteren. Ik vond het onwaarschijnlijk mooi. En sindsdien, bijna dertig jaar lang, vond ik het ‘Hooglied’ altijd het mooiste, dat raakt direct.”

Foto Frank Ruiter

Dat lied is zó lieflijk, eigenlijk bijna te lieflijk voor waar het om gaat.

„Ik denk dat die lieflijkheid geen lieflijkheid is, ik denk dat het liefde is. Nu ik zelf die muziek zo helemaal onder de knie heb en in de vingers heb gekregen, vind ik het ‘Hooglied’ nog steeds prachtig, maar niet meer het mooiste. Nu vind ik ‘Wenn die milchomme iz farbai’, ‘Als de oorlog voorbij is’, het mooiste lied. In mijn uitvoering is dat een duet tussen Emile Visser op de cello en mij. Er wordt in gezegd dat we de liefde zullen laten schijnen ‘op alle plekken waar de dood is’, en zo de schaduw daarvan zullen verdrijven. Wat ik er zo ongelooflijk mooi aan vind, is de kracht in die teksten om uiteindelijk toch te kiezen voor de liefde en voor het licht. Daar ben ik nu op uitgekomen.”

In het lied ‘Als de oorlog voorbij is’, wordt aan het meisje „met de bange ogen, meisje met de koude handen” gevraagd om „mij” niet te vergeten als de oorlog voorbij is. Dan zullen ze elkaar openlijk liefhebben, op straat maar ook in de steengroeve van Mauthausen, ook in de gaskamers. Er zijn niet veel liedjes waar het woord ‘gaskamers’ in voorkomt. Nijgh liet het weg. Jacobs zingt het.

„Ik dacht misschien moet je het bijna als een soort recitatief benaderen. We hebben van alles met elkaar besproken. We hebben het echt met hele ensemble gedaan, die teksten gelezen en erover gesproken, we hebben er literatuur bij gehaald, we hebben met tranen in onze ogen gezeten of met kippenvel om hoe ondenkbaar het uiteindelijk is. Eigenlijk kun je het niet bevatten.”

Het klinkt heel anders dan bij Theodorakis. Heb je ooit contact met hem gehad?

„Helaas niet met hem persoonlijk, hij is 94. Maar we moesten toestemming vragen natuurlijk en ik ben nog steeds heel trots dat dat gelukt is. Zijn management zei: ‘Stuur de werken maar op, dan gaat meneer Theodorakis luisteren en dan laten we wel weten wat we ervan vinden.’ Toen kregen we een mail terug dat-ie het prachtig vond.”

Muziek kun je aanvoelen zonder taal

Je benadrukt de schoonheid van de tekst, maar als jij die in het Jiddisch zingt verstaat het publiek die niet.

„Dat is een struikelblok waar ik al m’n hele carrière mee zit, omdat ik bijna altijd in het Jiddisch zing. Nu denk ik dat het in dit geval niet zo erg is dat de mensen het niet allemaal verstaan, omdat ze het Grieks ook niet verstaan, dus dat obstakel is al genomen. Ik vind de vertaling van Willy Brill, een van de laatste native speakers van het Jiddisch in Nederland, echt fantastisch. En de cd, het geheel, is een voorstelling, een drieluik, het verhaal is groter dan Mauthausen. We beginnen in 1860 zo’n beetje, met de eerste immigratiegolf van Joden naar Amerika vanuit Oost-Europa. Een grote groep gaat weg en er blijft een deel achter, die komen in de Tweede Wereldoorlog terecht, en daar lichten we dan onder andere Mauthausen uit. En na de Mauthausen-cyclus komt de boot als het ware aan in de VS en volgen we de levens van de joden daar. In de voorstelling vertel ik dat van tevoren, met de inhoud van de liederen.

„En verder – als mensen naar fado luisteren denken ze helemaal niet na over het feit dat ze de tekst niet verstaan. Ze voelen de muziek aan.”

Waarom wil je eigenlijk in het Jiddisch zingen?

„Ja.” Zucht. Zwijgt. „Ja. Nou ja. Laat ik vooropstellen dat ik het een wonderschone taal vind, een enorm prachtige en poëtische taal. En ik ben Joods, al ben ik niet religieus opgegroeid en al ziet niet iedereen in mijn familie zichzelf zo. En het komt ook doordat mijn vader die ongelooflijk grote platenkast had met zoveel volksmuziek erin, ook platen met Hebreeuwse volksliedjes. Ik was een jaar of 14 denk ik toen ik gitaar ging spelen en ging zingen en merkte dat ik dat kon, dat ik iets had. Ik begon toen in het Hebreeuws, omdat ik dat gewoon heel mooi vond.”

Foto Frank Ruiter

Maar je sprak toen geen Hebreeuws neem ik aan?

„Nee, nog steeds niet trouwens. Ik ging me daar wat meer in verdiepen en toen ontdekte ik dat het eigenlijk allemaal van oorsprong Jiddische liedjes waren, die pas na de oorlog in Israël terecht zijn gekomen. En zo is het gaandeweg gegroeid – het is niet zo dat ik bewust heb gedacht: het moet Jiddisch zijn. Maar ik voel me daarmee verwant, het is de taal van mijn voorouders.”

Wéét je dat je voorouders Jiddisch hebben gesproken of vermoed je dat?

„Ik weet dat wel echt zeker. Toen ik begon deed ik alles fonetisch en ik rommelde maar wat aan, al dacht ik natuurlijk dat ik het heel goed kon. Maar toen zei mijn opa een keer: ‘Zo zeg je dat toch helemaal niet! Dat is helemaal geen Jiddisch woord!’ Hij sprak geen volzinnen, maar het was wel duidelijk dat die taal er bij hem in zat, zal ik maar zeggen. Ik was te jong toen om daar echt over door te vragen en hij sprak er niet graag over. Ik weet alleen dat zijn familie in Duitsland woonde en dat er familie was in Berlijn waarvan het verhaal gaat dat zij Jiddisch spraken onder elkaar.”

En ben je het toen echt gaan leren?

„Ja ik ben daarvoor naar New York gegaan, daar bestond een theateropleiding Jiddish Theatre, met Zalmen Mlotek, een grote naam op dat gebied. Er zat daar een hele wereld aan kennis die hier niet meer bestaat.”

Probeer te denken dat er niet alleen verleden maar ook toekomst is

Je zou denken dat er in Europa ook belangstelling zou zijn voor de vraag wat we nu eigenlijk zijn kwijtgeraakt.

„Ik probeer altijd te denken vanuit de gedachte, dat kan natuurlijk niet helemaal, maar dat er ook een doorgaande lijn is. Die is dun, maar die is er wel degelijk. Ook om het niet altijd alleen maar over de pijn van de Joodse geschiedenis te hebben. Ik wil laten zien: er zit ook een toekomst aan vast. Dat is zo anders in Amerika, ik vond dat echt een verademing, ik had me nog nooit zó gerealiseerd dat hier dat Joodse leven echt helemaal is weggevaagd. En hoe het er dus uit had kunnen zien als dat niet gebeurd was. Dat heeft me veranderd. Ik hoop echt dat die pijn vervangen kan worden door leven. Dat wil ik ook met dat Mauthausen-project laten zien, dat eindigt met ‘Love me tender’, ‘Lib mikh tsartlekh’ van Elvis Presley. Het heeft niet alleen maar zwaarte.”

Heb jij altijd geweten dat je muziek wilde maken?

„Ja. Toen ik zeven was of zoiets liep ik altijd op blote voeten bij ons aan de overkant en dan speelde ik dat ik op reis ging en overal liedjes ging zingen, weet je, een soort zigeuner. Wat andere mensen wel hebben, dat ze zich afvragen wat ze moeten gaan doen, die levensvraag heb ik nooit gehad. Of dat mensen zeggen: ‘Ik verveel me.’ Of dat ze zoeken naar zingeving. Dat heb ik niet.”

Je kunt kiezen voor de zachtheid en de liefde

Vind je het leven als vanzelf de moeite waard?

„Ja, ik denk dat muziek maken, of sowieso iets maken, schrijven, voor mij zo alomvattend is. Ik heb nooit dat gevoel van: ‘Waar doe ik het allemaal voor.’”

Ook niet als je je met zulke zware geschiedenissen bezig houdt? Die ondergang is inherent zinloos.

„Ja maar dan is mijn antwoord op de vraag: ‘Wat maakt het leven de moeite waard?’, toch echt: dat is wat je er zelf voor zin aan geeft. Heeft het zin dat je er bent? Dat weet ik niet. Maar ík vind het zinvol dat ik er ben omdat ik iets maak wat ik mooi vind en dat de wereld in stuur. Dus voor mij heeft het zin en voor mij is het de moeite waard. Groter dan dat durf ik niet te gaan. Als je het wereldleed erbij zou nemen…”

Of het leed waar jij nu over zingt…

„Bij mij komt dan toch niet het woord ‘zinloosheid’ op. Onbegrip, echt onmacht om te begrijpen hoe zoiets tot stand kan komen. En verbijstering. De zinloosheid zit hem in het uitmoorden van al die mensen, niet in hun bestáán.”

Je zei dat de meidagen bij jou thuis een zware periode was, is dat voor jou nog steeds zo?

„Steeds minder. Ik heb het echt losgelaten. Daarvoor eiste de familiegeschiedenis een heel groot aandeel op. Maar ik heb gekozen om te genieten van het leven, van de dingen die ik doe, de mensen om me heen, de vooruitzichten van de toekomst. Niet dat alles over rozen gaat hoor, want zo is het echt niet. Maar ik ben er wel achter dat je de keuze kunt maken voor de zachtheid, de schoonheid, de liefde.”

Niki Jacobs treedt 4 mei op in De Kleine Komedie met de Mauthausen-cyclus. Kaarten zijn online te bestellen kleinekomedie.nl