Reportage

‘Het CDA heeft al tien jaar een imagoprobleem’

CDA Het CDA verkeert tijdens de formatie in een identiteitscrisis. Een moeder en dochter uit Limburg jagen het debat aan.

Moeder Hannie Heine en dochter Gabrielle Heine, marktkoopvrouwen en beiden actief in het CDA.
Moeder Hannie Heine en dochter Gabrielle Heine, marktkoopvrouwen en beiden actief in het CDA. Foto Chris Keulen

Voor het eerst sinds ruim vier maanden mocht Hannie Heine (65) afgelopen donderdag weer op de markt staan. Ze loopt moeilijk, ze heeft last van haar rug, maar ze is zielsgelukkig, onder het witte dekzeil van haar kraam. Heine staat weer op haar vaste plek op de markt in het historische centrum van Sittard. Ze doet dit werk al sinds 1974. Eerst verkocht ze antiek, koper en tapijten, en sinds 1997 staat ze met rekken vol herenkleding op Limburgse marktpleinen, T-shirts vooral. De loop moet er weer wat inkomen, nu de markten dankzij versoepelingen van de coronamaatregelen net weer geopend zijn voor kleding.

„Gaat-ie goed?”

„Joah, redelijk.”

„Mam praat altijd”, zegt haar dochter Gabriëlle (31). Zij staat ook op de markt, ze heeft haar eigen bedrijf in Maastricht, maar vandaag is ze bij haar moeder.

Vaak gaan de gesprekken bij Heines kraam helemaal niet over kleding of het weer, maar over politiek. Hannie en Gabriëlle Heine zijn beiden actief in het CDA. Hannies echtgenoot Jo, eerder dit jaar overleden, was lange tijd actief in de partij. Hannie is al sinds 1998 raadslid in Heerlen. Mensen vertellen over hun problemen, zij stelt er vervolgens vragen over in de raad. „Laatst nog”, zegt ze. „Er was iets met een stichting die gewonde dieren opvangt. Iemand begon daarover, ik heb dat meteen opgepakt. Of de opvang van daklozen in Heerlen, waar veel drugsoverlast is.”

Het is typisch Limburgs, zegt Heine: kiezer en gekozene kennen elkaar. Maar zo moet het CDA landelijk ook zijn, vindt ze. „Het mag wat volkser. Er zijn al zo veel leraren en ambtenaren in de politiek. Ik erger me daar groen en geel aan.”

Dochter Gabriëlle Heine is burgerraadslid in Maastricht en bestuurslid in Heerlen. Ze stond bij de afgelopen Tweede Kamerverkiezingen op plek 37 van de kandidatenlijst. Het CDA kwam op een teleurstellende vijftien zetels, Heine behaalde 1.795 stemmen. „Veel Kamerleden zijn het contact met de werkelijkheid verloren, het zijn technocraten geworden. We hebben al tien jaar een imagoprobleem. Mensen zien ons als een bestuurderspartij.”

Identiteitscrisis

De kijk op politiek van moeder en dochter Heine, gevormd tijdens tientallen jaren op de markt, sluit aan op de identiteitscrisis waarin het CDA nu verkeert. Niet langer gaat het conflict in de partij langs ideologische lijnen (is de partij sociaal-christelijk of sociaal-conservatief?), maar over de vraag of het CDA een machtspartij of een volkspartij moet zijn.

Het was Gabriëlle Heine die de baksteen door de ruit kegelde, al omschrijft ze die steen zelf als een „keurig nette brief”. Zij nam het initiatief voor een brandbrief aan partijleider Wopke Hoekstra en het partijbestuur, die door twintig afdelingen en jongerenorganisatie CDJA werd ondertekend. Het CDA wordt in de brief omschreven als „een vergrijzende bestuurderspartij die vervallen raakt in machtsdenken”.

Juist nu de formatie begonnen is en het CDA moet beslissen of de partij opnieuw wil meeregeren, zeggen de ondertekenaars van de brief dat het anders moet. Niet langer moet meeregeren het hoogste doel zijn.

De tijdgeest vraagt om een open en transparante bestuursstijl, vindt Gabriëlle Heine. In de brief staat: „Deelname van het CDA aan een kabinet-Rutte IV is voor ons ongeloofwaardig en geen optie. Regeren is voor het CDA haast een tweede natuur geworden, maar het mag niet ten koste gaan van ons eigen verhaal.”

De CDA’ers hebben de steun van de partijtop voor Tweede Kamerlid Pieter Omtzigt, de nummer twee van de partij, gemist. Omtzigt speelde een hoofdrol in het ontrafelen van de Toeslagenaffaire, en publiceerde onlangs zijn boek Een nieuw sociaal contract. Daarin pleit hij onder meer voor meer bescherming van burgers tegen de overheid, Kamerleden die dichterbij burgers staan, en een minder innige band tussen het kabinet en de Tweede Kamer, die de regering controleert. Omtzigt zit op dit moment overwerkt thuis. De ondertekenaars zeggen niet het vertrouwen in Wopke Hoekstra op.

Hannie Heine zegt: „In de notulen van de ministerraad stond dat Hoekstra en Hugo de Jonge hebben geprobeerd Omtzigt te ‘sensibiliseren’. Ze zouden zich moeten verontschuldigen bij hem.” En die excuses bleven donderdag uit, tijdens het Kamerdebat over de notulen, al vroeg onder meer PVV-leider Geert Wilders er enkele keren naar. Hoekstra zei dat hij geen druk op Omtzigt had uitgeoefend, maar hem alleen „bewust” had willen maken van „problemen bij de uitvoering” van de Belastingdienst.

Lees ook: Cultuur van loyaliteit verenigde alle partijen in het kabinet-Rutte III

Fluistercampagne

De ‘fluistercampagne’ tegen Pieter Omtzigt, waarover verschillende media berichtten, bestaat echt, zegt Gabriëlle Heine. Ze heeft zelf in vergaderingen meegemaakt hoe er over Omtzigt gesproken werd, zegt ze. Mensen in de top van de partij zeiden dat hij niet goed kan samenwerken of dat hij in de campagne niet duidelijk aangaf wat hij wilde.

Hoe zeer het mis kan gaan als het CDA in machtstermen gaat denken, is uitgerekend in hun provincie Limburg te zien, zeggen moeder en dochter Heine. Het CDA, in Limburg dé machtspartij, raakte betrokken bij de ene integriteitsaffaire na de andere. Onthullingen over het zogeheten IKL-schandaal in NRC leidden tot de val van het provinciebestuur en een grote bestuurscrisis. Twee gedeputeerden, gouverneur Theo Bovens en burgemeester Dieudonné Akkermans van Eijsden-Margraten – allemaal CDA’ers, allemaal weg.

Voor de ondertekenaars van de brandbrief is meeregeren niet langer het hoogste doel

Provinciaal CDA-voorzitter Harold Schroeder zei dat „emotie” over de integriteitskwestie onder Limburgse CDA’ers ertoe heeft geleid dat zeven Limburgse afdelingen de brief van Heine hebben ondertekend. Gabriëlle Heine vindt dat de ondertekenaars daarmee tekort wordt gedaan. „Een kliek heeft zichzelf voortdurend geholpen, het ene schandaal na het andere kwam naar boven. Was hij maar net zo fel daarover geweest als over onze brief.”

Het CDA kampt met „achterstallig onderhoud”, zegt politiek filosoof en partijlid Govert Buijs, verbonden aan de Vrije Universiteit. Buijs zat in de commissie van het Wetenschappelijk Instituut van het CDA die in 2019 het rapport Zij aan Zij schreef. Het rapport diende als richtsnoer voor de partijkoers. Leuk werk, zegt Buijs. Goede discussies, wel tachtig bijeenkomsten met leden, debat. En toen? „Het rapport is min of meer terzijde geschoven door de partijtop.”

Ook Govert Buijs zegt dat het CDA verslaafd is geraakt aan de macht. „CDA’ers aan de top verlangen naar de tijd van nooit meer. Nederland is ontzuild, er is geen ijzeren voorraad kiezers meer die altijd op ons stemt. Het CDA moet ervan uitgaan dat ze bij elke verkiezing op nul zetels staan. Maar het CDA heeft nihilistisch campagne gevoerd. Het was een boodschap van marketingjongens die dachten dat kiezers niet meer op een verhaal zitten te wachten. Kiezers hoorden alleen maar: mensen, eindelijk kunnen we Rutte verslaan, Hoekstra is een jonge kerel met een fris gezicht, nu doorpakken!”

Een dieper probleem is volgens Govert Buijs dat het CDA, ooit de partij die opkwam voor de ‘kleine luyden’, de partij van de gevestigde orde is geworden. De zorgkoepels, de schoolbesturen. „Maar over de verpleegkundige die om zeep wordt geholpen in een bureaucratisch oerwoud hoor je het CDA te weinig. Pieter Omtzigt keerde zich met zijn pleidooi voor een nieuwe bestuurscultuur óók tegen die van zijn eigen partij. Wil het CDA weer een volkspartij zijn, dan moet de partij praten over de problemen van gewone mensen.”

Lees ook: Wie voorkomt breuk in het CDA?

Afgelopen maandag had Gabriëlle Heine, met andere ondertekenaars van de brandbrief aan Hoekstra, een „goed gesprek” (volgens een woordvoerder van de partij) met interimvoorzitter Marnix van Rij. Maar één ding is voor haar duidelijk: het CDA moet niet meer met de VVD in zee gaan zolang Mark Rutte partijleider is. „Als Rutte aanblijft, dan moeten wij maar de oppositie in. Met hem komt er geen nieuwe bestuurscultuur. Rutte kreeg die ‘radicale ideeën’ voor verandering pas toen er een motie van wantrouwen aankwam. Bij de formatie zegt iedereen nu: laten we eerst over de inhoud praten en dan over de poppetjes. Néé, het moet juist over de mensen gaan.”