Hoewel kinderen er in zijn boeken niet goed vanaf komen, denkt Grunberg zelf een goede vader te worden.

Foto Sander Koning/ANP

Interview

Grunberg, aanstaand vader: ‘Ik zie mezelf nog als kind’

Podcast Schrijver Arnon Grunberg wordt deze maand vader. In zijn boeken komen kinderen er slecht van af. „Maar ik denk dat ik aan de kant van het kind sta.”

Arnon Grunberg kan naast schrijver, columnist, embedded journalist en essayist binnenkort een nieuwe titel toevoegen aan zijn visitekaartje: vader. Over een paar weken krijgt hij zijn eerste kind, samen met schrijver Niña Weijers. Hoewel kinderen er in zijn romans niet al te best vanaf komen, is hij ervan overtuigd dat hij in het werkelijke leven een lieve vader zal zijn. Veelschrijver Grunberg werd eerder dit jaar 50, en publiceerde de bundel Slachters en psychiaters. Een bundeling van reportages die hij de afgelopen vijftien jaar schreef waarin hij op zoek ging naar de mens in al zijn verschijningsvormen.

In een nieuwe podcast praat NRC-journalist Jannetje Koelewijn met Grunberg over zijn aanstaande vaderschap, Auschwitz, en het snijvlak van realiteit en fictie. Luister via NRC Audio naar het hele gesprek, of via de player hiernaast.

Hieronder volgt een (licht geredigeerd) fragment uit het gesprek met de schrijver.

Vader worden – dat is wel het laatste wat ik als lezer van je verwachtte, gezien je omgang met kinderen in je romans, en wat je [in interviews en reportages] over kinderen gezegd en geschreven hebt.

Grunberg, na een pauze: „Wat grappig… Ik moet hier even over nadenken.”

Ben ik de eerste die dit tegen je zegt? Nee toch?

„Eigenlijk wel, ja. Komen kinderen er zo slecht vanaf in mijn romans?

Ja, allemaal. Ik denk aan Tirza…

„Die wordt vermoord.”

Door haar eigen vader. Tal van andere kinderen worden…

„…gemaltraiteerd?”

Ja. Toen ik je bundel over Auschwitz las, dacht ik: dat heeft je beïnvloed, die verhalen over hoe kinderen in de gaskamers onderop komen te liggen en altijd de zwaksten zijn. Daarna komen de vrouwen.

Weer na een pauze: „Ik zoek even naar de juiste woorden… Ik wil even terug naar de gesloten jeugdinrichting [waar hij op reportage is geweest], ook omdat het een van de weinige keren was dat ik zelf ontzettend geëmotioneerd raakte. Ik zei dat ook in het stuk dat ik erover schreef [in de bundel Slachters en psychiaters uit 2021] en waarin ik Janusz Korczak citeer, directeur van het Joodse weeshuis in Warschau tijdens de Tweede Wereldoorlog. Ik zal niet zo snel het woord held in de mond nemen, maar hij was het. Hij besloot om bij zijn wezen te blijven, wetende wat er met hen zou gebeuren. Hij kon ontsnappen, maar hij bleef bij de kinderen. Hij is met hen de laatste weg gelopen.”

De gaskamer in.

„De gaskamer in. En toen schreef ik: ‘we moeten bij de kinderen blijven’ – wat pathetischer was dan ik ben, maar dat voelde ik wel zo, na tien dagen in die instelling. Dus ik denk, en dat verbaast jou misschien, en ik zeg het nu met een omweg, maar ik denk dat ik aan de kant van het kind sta. Jij spreekt mij nu aan als vader, terwijl ik mezelf nog zie als kind.”

Je staat aan je eigen kant.

„Ja, ik sta aan mijn eigen kant en ik denk… Ik heb Mayu, mijn petekind, en hij staat op dezelfde manier in mijn testament als het kind dat nog moet komen. Als ik nu doodga, delen zij wat er over blijft. Mayu is voor mij een kind, mijn kind, en dat ben ik ook echt steeds meer gaan beseffen toen Niña zwanger werd. Ik was voor Mayu vaak een afwezige vader, en ik hoop… ik denk… Het grootste gevaar voor mij als vader is dat ik meer een oudere broer ben dan een vader. Wat dan misschien een beetje een gemankeerd vaderschap is, vrees ik. Omdat ik dus nog aan de kant van het kind sta – ik zou bijna zeggen: tégen de moeder.”

Maar sorry, als je een kind hebt, zul je toch vader moeten zijn.

„Zeker. Zeker zal je dat moeten zijn. En ik zal ongetwijfeld een gemankeerde vader zijn, zoals eh…”

Alle vaders? En moeders?

„Maar ik zal ook een lieve vader zijn. Daar ben ik van overtuigd. Of nou ja, overtuigd – natuurlijk moet je vader zijn, maar je kan dan nog wel aan de kant van het kind staan. Je kan jezelf als vader ook ironiseren. Ik kan het spelen met verve, en weten: ik speel het.”

Luister het hele gesprek met Arnon Grunberg via de NRC Audio App of hier via NRC.nl.