Formatie mét Rutte kan door

Kabinetsformatie Met een dun coalitieakkoord moet elk kabinet denkbaar zijn, aldus Tjeenk Willink. Ook met Rutte.

Informateur Herman Tjeenk Willink overhandigt zijn eindverslag aan Tweede Kamervoorzitter Vera Bergkamp.
Informateur Herman Tjeenk Willink overhandigt zijn eindverslag aan Tweede Kamervoorzitter Vera Bergkamp. Foto Remko de Waal/ANP

Na een chaotische formatie, die alle kanten op stuiterde, moet Mark Rutte geen belemmering zijn voor een nieuw kabinet. Met die boodschap deelde informateur Herman Tjeenk Willink vrijdag zijn eindverslag met de Tweede Kamer.

Het gaat weinig over de man die voor veel partijen de belichaming is geworden van een gesloten bestuurscultuur en mikpunt werd van hun wantrouwen. Tjeenk Willink spreekt in zijn eindverslag van „een impasse”, die een maand geleden is ontstaan toen „de fractievoorzitter van de VVD, tevens demissionair minister-president” door een groot deel van de Kamer werd afgestraft met een motie van afkeuring – alleen de VVD stemde tegen.

Dat was in de nacht van 1 op 2 april, het hoogtepunt van een toch al rommelige formatie. Vier verkenners dropen onverrichter zake af. Daarna was de klus aan Binnenhofveteraan Tjeenk Willink (79).

Volg het laatste nieuws over de formatie in ons liveblog

Vanaf zijn eerste werkdag als informateur probeerde hij de formatie weg te sturen van de discussie over het aanblijven van Rutte. Een groot aantal partijen had duidelijk gemaakt dat Rutte hun vertrouwen had geschaad. Ook Sigrid Kaag (D66), Ruttes meest voor de hand liggende coalitiepartner, liet na de motie van afkeuring – die zij mede indiende – doorschemeren dat zij zélf niet was doorgegaan als premier, was zo’n motie tegen haar ingediend. Maar Rutte weigerde te vertrekken, en kreeg de VVD achter zich.

Een coalitie met Rutte was misschien lastig, een coalitie zonder de VVD was helemaal ver weg. En dus moest Rutte geen belemmering vormen voor de formatie. „Het gaat in de politiek niet om personen, maar om functies”, zei Tjeenk Willink bij zijn aantreden. „Je kunt van iemand die tien jaar premier is geweest niet beweren dat er niets van deugt.”

Liever wilde hij het hebben over grote thema’s: de bestuurscultuur, de verwevenheid van Kamer en kabinet, dichtgetimmerde regeerakkoorden.

Leek die missie op 1 april nog schier onmogelijk, het tij keerde al snel ten gunste. Partijen als GroenLinks en de PvdA, die hard tegen Rutte van leer hadden getrokken in het debat, lieten na afloop van hun gesprekken met Tjeenk Willink in het midden of ze écht niet zonder Rutte konden regeren.

Onthullingen van RTL Nieuws over de manier waarop in de ministerraad over de Toeslagenaffaire en de omgang met de Tweede Kamer was gesproken, dreigden de formatie opnieuw te ontregelen: het kabinet had informatie bij de Kamer weggehouden en over kritische Kamerleden uit coalitiefracties was uitgebreid geklaagd, door tal van ministers. Deze week publiceerde het kabinet de notulen waarop RTL zich baseerde.

Toch pasten die onthullingen juist bij het verhaal van de informateur. Niet alleen Rutte had vuile handen, zijn hele kabinet had eraan meegedaan, zo lieten de notulen uit de ministerraad zien.

Dun regeerakkoord

In de tussentijd verzachtte de toon van de meeste Kamerfracties. Alleen PVV, SP en BIJ1 sluiten regeren met Rutte nu uit, blijkt uit het eindverslag vrijdag. Zelfs de ChristenUnie, die eerder zei dat een nieuwe coalitie met de VVD onder Rutte geen optie was, doet dat nu niet meer zo expliciet.

De taak van Tjeenk Willink zit er nu op, maar hij geeft in zijn eindverslag alvast een voorzet op de vervolgstappen. Daarbij moeten de Tweede Kamer én een nieuwe informateur een hoofdrol gaan spelen. Het is aan de Kamer om overeenstemming te bereiken over „de grote vraagstukken en hun oorzaken”. Een informateur zou daarna mogelijke oplossingen in kaart moeten brengen.

Pas daarna is volgens Tjeenk Willink de tijd aangebroken om te zien „welke partijen aan de oplossingen voor de geïnventariseerde problemen willen bijdragen en mogelijk een coalitie willen vormen” – en in hoeverre die coalitie zich moet vastleggen op onderlinge afspraken.

Rutte toonde zich in de Kamer nederig, maar is het genoeg?2-3