Moet je zo’n oorlogszuchtige vrouwenhater als Napoleon wel herdenken?

Napoleon Hij voerde de slavernij opnieuw in, discrimineerde vrouwen en had de dood van miljoenen mensen op zijn geweten: Frankrijk worstelt met de herdenking van de tweehonderdste sterfdag van Napoleon Bonaparte. Wordt hij het volgende slachtoffer van ‘la cancel culture’? Niet als het aan president Macron ligt.

Een muurschildering in Parijs, vermoedelijk van de bekende artiest Banksy, toont Napoleon op een steigerend paard, verborgen onder rode doeken.
Een muurschildering in Parijs, vermoedelijk van de bekende artiest Banksy, toont Napoleon op een steigerend paard, verborgen onder rode doeken. Foto Julien de Rosa

Dat protserige praalgraf van Napoleon in de Dôme des Invalides? Weg ermee! Aanstaande woensdag is het tweehonderd jaar geleden dat de Franse keizer Napoleon Bonaparte overleed op het eiland Sint Helena. En dat feit wordt in Frankrijk uitgebreid herdacht. Dat gebeurt onder meer met een megatentoonsteling in Parijs (die voorlopig niet open kan vanwege de pandemie), maar ook met een knetterende polemiek.

Het voorstel om Napoleons grafkist te verwijderen uit de koepelkerk, is afkomstig uit een opiniestuk dat begin april verscheen in Le Monde. Antiracisme-activist Louis-Georges Tin en koloniaal historicus Olivier Le Cour Grandmaison vinden dat het lichaam van Napoleon moet worden overgedragen aan zijn familie en dat van de kerk een Museum van de Republiek moet worden gemaakt. De auteurs wijzen naar Spanje; daar zijn „dappere maatregelen” genomen, door het lichaam van dictator Franco uit zijn monument te halen en bij zijn familie te herbegraven. Het laat zich raden wat pleitbezorgers van Napoleon vonden van deze vergelijking.

Het is aan Macron om woensdag bij de herdenking de juiste toon te treffen

Nu is ruzie maken over Napoleons nalatenschap in Frankrijk geen nieuw tijdverdrijf. De Nederlandse historicus Pieter Geijl (1887-1966) noemde in zijn boek Napoleon: voor en tegen in de Franse geschiedschrijving de geschiedschrijving niet voor niets „een discussie zonder eind”. Maar de verbale schermutselingen rondom de Corsicaanse keizer zijn dit jaar opvallend heftig omdat een aantal smetten op zijn blazoen samenvallen met kwesties waarover sowieso al maatschappelijke beroering bestaat: Napoleon voerde in 1802 de slavernij opnieuw in, zijn wetgeving was vrouwonvriendelijk en hij was een veroveraar in wiens oorlogen een miljoen Fransen en ruim twee miljoen andere Europeanen het leven lieten.

Maîtresse

Over de harde feiten in deze dossiers is weinig discussie. Het klopt dat Napoleon op 20 mei 1802 de slavernij opnieuw invoerde op de Franse koloniën, nadat die in 1794 was afgeschaft. Zijn besluit leidde er onder meer toe dat slaven op Saint-Domingue (opnieuw) in opstand kwamen. In 1804 riep hun leider Jean-Jacques Dessalines de onafhankelijkheid uit van het nieuwe land Haïti. Tijdens de gevechten tussen opstandelingen en Franse troepen begingen die laatsten talrijke wreedheden.

Het is ook zonneklaar dat Napoleons wetten de vrouw geen gelijke rechten gaven ten opzichte van de man. De man was verplicht de vrouw te beschermen, maar zij moest hem in alles gehoorzamen. Als een vrouw vreemdging, mocht haar man van haar scheiden, maar als een man vreemdging mocht zijn vrouw alleen van hem scheiden als de man zijn maîtresse in huis genomen had. Daarnaast stond bij de man op overspel als maximale straf een boete, terwijl een vrouw tot twee jaar de gevangenis in kon gaan. Als de man zijn vrouw betrapte in flagrante delicto en haar vermoordde, kon hij daarvoor niet worden vervolgd. Napoleon was, kortom, een hartstochtelijk voorstander van het patriarchaat.

Frans re-enactor Thierry Poux.
Foto Christophe Petit Tesson
Frans re-enactor Patrick Fourriere
Foto Christophe Petit Tesson
Frans re-enactor Nicolas
Foto Christophe Petit Tesson
Frans re-enactor Mathys Depardon
Foto Christophe Petit Tesson
Franse re-enactors
Foto’s Christophe Petit Tesson

Dat de oorlogen die volgden op Napoleons staatsgreep van 1799 en zijn kroning tot keizer in 1804 aan veel mensen het leven hebben gekost, staat ook buiten kijf. Als gevolg van deze campagnes, die duurden tot aan de Slag bij Waterloo in 1815, kwam zo’n drie procent van de Franse bevolking om, nauwelijks minder dan het percentage slachtoffers dat viel tijdens de Eerste Wereldoorlog (waarbij wel moet worden aangetekend dat die oorlog vier jaar duurde en de Napoleontische oorlogen vijftien jaar.) De menselijk tol in andere landen als Spanje en Rusland, waar Frankrijk bloedige nederlagen leed, was ook enorm.

Tot zover de feiten. Nu de discussie. Hoe moet je anno 2021 omgaan met deze erfenis? Napoleons criticasters weten het wel: door er een duidelijke veroordeling over uit te spreken. Zijn pleitbezorgers stellen: je moet zijn optreden zien tegen de achtergrond van de tijd waarin hij leefde en je ook niet alleen focussen op de dingen die hij verkeerd gedaan heeft.

Louis-Georges Tin, erevoorzitter van de Federatie van zwarte organisaties in Frankrijk, is keihard in zijn afwijzing van Napoleon. „Frankrijk is het enige land ter wereld dat de slavernij opnieuw heeft ingevoerd. Ik begrijp niet waarom we zijn nagedachtenis blijven vieren alsof er niets gebeurd is. Over hem leren, prima. Maar hem herdenken, dat zou een apologie van een misdaad zijn.”

Naast dit soort kritiek van antiracisme-activisten, klinken er harde woorden vanaf de progressieve kant van het politieke spectrum. Alexis Corbière, parlementslid namens de uiterst linkse partij La France Insoumise noemde Napoleon in Le Figaro „de doodgraver van de Republiek”. Hij maakte „een einde aan het eerste republikeinse experiment van onze geschiedenis om er een autoritair regime van te maken”.

Ja, Napoleon behield in zijn wetgeving het principe van de gelijkheid van alle burgers, beaamt Corbière, maar dat was het dan wel zo’n beetje. Hij schafte de persvrijheid af, hief de scheiding van kerk en staat op, en was op de hand van de bezittende klasse. „Als de Revolutie niet meer was dan een ‘revolutie van de bourgeoisie’ (…) dan heeft Bonaparte daarvan de essentie geconsolideerd: de macht van de bezittende klasse – over de grond, de slaven en de fabrieken – die zijn Code civil sanctioneerde.”

Corbière geeft een schot voor de boeg aan president Emmanuel Macron, een bewonderaar van de keizer die op 5 mei zal spreken over Napoleon bij het Institut de France. „Als hij uit naam van de Republiek een hommage aan Napoleon zal brengen, dan neemt hij niet alleen het risico dat hij een autoritaire machthebber van gisteren viert, maar vooral dat hij de contouren schetst van een politiek programma voor morgen.”

Macron is zich bewust van de controverse. Zijn woordvoerder liet in maart al weten dat de president Napoleon zou benoemen als „een van de belangrijkste figuren uit de Franse geschiedenis”, maar dat hij dat wel zou doen „met de ogen wijd open” en dat hij niet zou ontkennen dat er bij de keizer soms sprake was van keuzes „die vandaag de dag twijfelachtig overkomen”.

Dat Macron niet gediend is van radicaal historisch revisionisme, bleek vorig jaar uit zijn bijdrage aan de discussie over le déboulonnage des statues, het omverwerpen van standbeelden van omstreden figuren dat in zwang raakte na de dood van George Floyd. Zoiets mocht in Frankrijk nóóit gebeuren, aldus Macron. De Republiek zou niets van haar geschiedenis laten uitwissen.

Wat betreft Napoleon is daar bij de bevolking ook weinig behoefte aan. De meeste Fransen zijn positief over de Corsicaan. In opiniepeilingen over de populariteit van historische figuren eindigt de keizer samen met Charles de Gaulle en Lodewijk XIV steevast bovenaan.

Lees ook deze rubriek, over de keizer en zijn wereld: ‘Napoleon & …’

Macron heeft zijn ministers gevraagd er voorlopig het zwijgen toe te doen, maar dat lukt niet iedereen. Élisabeth Moreno, de op Kaapverdië geboren minister van gelijkheid tussen mannen en vrouwen, diversiteit en gelijke kansen, liet zich op tv ontvallen dat Napoleon „een van de allergrootste vrouwenhaters was”. Ze refereerde ook aan de herinvoering van de slavernij, maar voegde er wel aan toe dat „het leven niet helemaal zwart of helemaal wit is”.

De pleitbezorgers van Napoleon zien deze hele discussie knarsentandend aan. Hun bekendste woordvoerder is ongetwijfeld Thierry Lentz, voorzitter van de Fondation Napoléon. Lentz schreef een kleine veertig boeken over de keizer en zijn rijk; er is waarschijnlijk niemand op de wereld die zoveel weet over Napoleon Bonaparte als hij. In het vorig maand verschenen boekje Pour Napoléon neemt hij alle kritiek op de keizer onder de loep. Zijn conclusie: de meeste mensen die aan de discussie over Napoleons nalatenschap deelnemen, hebben geen verstand van geschiedenis en projecteren de normen en waarden van 2021 op het verleden.

Stenigingsoffensief

Wat Lentz betreft is er sprake van een uitwas van „la cancel culture” (hiervoor is kennelijk nog geen goede Franse term) die wordt aangejaagd door „neopuriteinse ayatollahs du bien” (de beste Nederlandse vertaling is hier waarschijnlijk Gutmenschen). Als daar nu geen paal en perk aan wordt gesteld, is dit nog maar „een voorafje van het grote stenigingsoffensief dat ons nog te wachten staat”, aldus Lentz. Hij citeert met instemming Napoleon, die in 1799 noteerde: „In de hoofden van fanatici bevinden zich geen organen waar de rede kan binnenkomen.”

Straatnaambordjes die verwijzen naar Napoleon in Ajaccio, Corsica Foto Pascal Pochard-Casabianca

In zijn essay loopt Lentz de belangrijkste kritiekpunten op Napoleon stuk voor stuk af. Voerde die in 1802 de slavernij opnieuw in? Jazeker, zegt Lentz, maar Napoleon deed dat niet uit innerlijke overtuiging. Hij had uit zichzelf nooit stappen in die richting genomen, maar werd daar in 1802 door de omstandigheden toe gedwongen. In dat jaar sloot Frankrijk vrede met Groot-Brittannië en kreeg het de zeggenschap terug over zijn koloniën in de Caraïben. Het verzoek van de Britten was wel of de Fransen orde op zaken wilden stellen, anders zou de situatie in de Franse koloniën de slaven op de Britse plantages maar op ideeën kunnen brengen. Napoleon ging daarmee akkoord – ook omdat hij de behoefte had aan het geld dat het verbouwen van suiker kon opleveren. Economisch pragmatisme dus.

Van racisme was geen sprake, stelt Lentz. Napoleon was slechts een paar weken van zijn hele loopbaan met deze kwestie bezig, daarna had hij andere zaken aan zijn hoofd en dacht hij er niet meer aan. Die onverschilligheid komt ons nu vreemd voor, maar was dat aan het begin van de negentiende eeuw niet, vindt Lentz. Op Sint Helena noemde Napoleon de herinvoering van de slavernij overigens „een van zijn grootste beoordelingsfouten”, die hij „tegen beter weten in” had gemaakt.

Dan Napoleons houding ten opzichte van de vrouw. Die vinden we nu schandalig – en terecht, schrijft Lentz. Maar hij vertolkte een geluid dat breed leefde, óók bij andere revolutionairen. De vrouwen die aan het begin van de Franse Revolutie ‘de Verklaring van de rechten van de vrouw en de burgeres’ hadden opgesteld, belandden bijna allemaal onder de guillotine, lang voordat Napoleon op het toneel verscheen. Het was dus niet zo dat hij eigenhandig vrouwelijke verworvenheden terugdraaide.

En al die doden op het slagveld? Ja, die zijn gevallen, maar dat is niet alleen aan Napoleon te wijten, betoogt Lentz. Het was niet alsof er in eeuwen vóór Napoleon vrede heerste in Europa. Frankrijk verkeerde bijvoorbeeld bijna de gehele achttiende eeuw in oorlog met Groot-Brittannië – en het waren de andere landen in Europa die Frankrijk de oorlog verklaarden na de revolutie. Al het bloed dat vloeide tijdens de Napoleontische oorlogen kleeft dus niet alleen aan de handen van de Franse keizer, maar ook aan die van andere Europese staatsmannen. De Britse historicus Andrew Roberts trok in 2014 in zijn monumentale biografie Napoleon the Great eenzelfde conclusie. Vanzelfsprekend werd deze steunbetuiging uit het land van de voormalige vijand door Lentz en de zijnen met gejuich begroet.

De grootste ergernis van Napoleons advocaten is nog wel dat het de afgelopen maanden alléén maar ging over wat hij allemaal niet goed heeft gedaan. Zijn hervormingen op het gebied van onderwijs, gezondheidszorg en rechtspraak lijken niet meer te tellen. Lentz: „Die zijn bestand gebleken tegen de talloze stormen en orkanen van de geschiedenis.”

Hommage

Hoe nu verder? Eén suggestie is om de herdenking van Napoleons heerschappij inclusiever te maken. Hoogleraar geschiedenis Natalie Petiteau pleit in Libération voor veel meer aandacht voor de gewone mensen die Napoleons ideeën moesten vormgeven. Zijn bewind moet niet gevierd worden, maar herdacht, schrijft ze. „Napoleon herdenken, dat is begrijpen dat je niet een enkele man de jaren 1799-1815 mag laten bezetten, want het zijn de soldaten die de overwinningen behaald hebben, de ambtenaren die de mondernisering van Frankrijk en Europa hebben bewerkstelligd, de magistraten die de verworvenheden van de revolutie hebben behouden (…).”

Het is woensdag aan Emmanuel Macron om in zijn lezing bij het Institut de France de juiste toon te treffen bij de herdenking van Napoleons tweehonderdste sterfdag. Deze week lekte uit dat hij die dag ook van plan is een krans te gaan leggen bij het graf van de keizer in de Dôme des Invalides. Onder Macrons bewind zal deze rode sarcofaag dus wel in de kerk te zien blijven. En wat hij gaat zeggen? Bronnen rond de president meldden dat hij zich niet aan anachronismen zal bezondigen en dat alle aspecten van Napoleons heerschappij aan bod gaan komen. „De lijn is noch berouw, noch ontkenning.”