Leerlingen brengen ‘lege’ namen Erasmiaans Gymnasium tot leven

Oorlogsslachtoffers Leerlingen van het Erasmiaans Gymnasium ontdekten nieuwe informatie in hun onderzoek naar oorlogsslachtoffers van de school. „Raar om te realiseren dat als zij de oorlog had overleefd, ze nu even oud was als mijn opa.”

V.l.n.r.: (oud-)leerlingen Johnny Wang, Stella Mentink, Dana van Lijf, Berend ten Brink, Ties Hoogeveen, Berkan Koçer, Anne Schram, Quen van Meer. Anne Schram is historisch onderzoeker en zat vroeger op het Erasmiaans.
V.l.n.r.: (oud-)leerlingen Johnny Wang, Stella Mentink, Dana van Lijf, Berend ten Brink, Ties Hoogeveen, Berkan Koçer, Anne Schram, Quen van Meer. Anne Schram is historisch onderzoeker en zat vroeger op het Erasmiaans. Foto Khalid Amakran

Ties Hoogeveen (18) schreef zijn profielwerkstuk over Sonja Taub, een oud-leerling van het Erasmiaans Gymnasium – de school waar Ties dit jaar eindexamen doet. Tachtig jaar eerder zat zij in dezelfde lokalen als hij en liep ze met klasgenoten over dezelfde wenteltrap. Maar de levensloop van Sonja was tot het onderzoek van Ties onbekend: ze was Joods, zat van 1939 tot en met 1941 op school, en raakte daarna ‘vermist’. Althans, dat stond op een lijst met oud-leerlingen.

In een aantal boeken vond Ties aanknopingspunten, zoals het oorlogsdagboek van Carry Ulreich, een vriendin van Sonja. „Ik ben heel veel schrijvers gaan mailen”, zegt hij. „Zo kwam ik elke keer een stukje verder.”

In een boek over het Joodsch Lyceum Den Haag vond hij haar naam op de leerlingenlijst. Nadat Joodse leerlingen in 1941 van school werden gestuurd, bleek ze daar naartoe te zijn gegaan. „Ik denk dat ze bij haar oma is gaan wonen, want die had een huis in Den Haag”, zegt Ties. „En van daar was dat minder ver lopen dan van haar ouderlijk huis naar het Joods Lyceum in Rotterdam, terwijl de stad in puin lag. Maar dat is speculatie.”

Via Megan Koreman, de schrijver van een boek over de ‘Dutch-Paris’-ontsnappingslijn, ontdekte Ties dat Sonja in het consulaat was in Lyon op het moment dat daar de consul werd opgepakt. Hij hielp heimelijk vluchtelingen naar Zwitserland. Sonja en haar ouders hadden via Annecy willen vluchten. „Zij waren toevallig in dat consulaat. Dat was pure pech. Ze werden opgepakt, samen met een andere man.”

De familie moest naar de gevangenis, toen naar een doorgangskamp en werd uiteindelijk naar Auschwitz gedeporteerd. Daar stierven ze in 1944. Sonja was zeventien jaar oud.

Klas 2a van het Joods Lyceum in Den Haag, april 1942. Sonja Taub is het meisje midden op de foto, met bril. Dit is de enige bekende foto van haar. Foto Aline Pennewaard/Digitaal Monument

Het profielwerkstuk van Ties maakt onderdeel uit van ‘Erasmiaanse namen’, een project van historisch onderzoeker Anne Schram, die in 1990 eindexamen deed op de school. Al tientallen jaren is ze bezig de lijst met Erasmiaanse oorlogsslachtoffers compleet te krijgen.

Dit schooljaar heeft ze voor het eerst de hulp ingeroepen van leerlingen. Haar onderzoek heeft zich verbreed: niet alleen wil ze alle namen weten van de (ex-)leerlingen die in de oorlog zijn vermoord, ze wil ook hun levensverhalen vastleggen. „Pas als je de verhalen achter de namen weet, gaan de namen leven en komt de oorlog dichtbij”, zegt Schram. „Voor de leerlingen zijn het anders ‘lege’ namen.”

Bob de Glopper

Dat klopt, weet ik uit eigen ervaring. Al sinds 1946 worden de oorlogsslachtoffers van het Erasmiaans jaarlijks herdacht. In mijn tijd – ik deed eindexamen in 2007 – werden we hiervoor op 4 mei naar de aula geroepen. De namen van de oorlogsslachtoffers van het Erasmiaans werden voorgelezen, daarna zongen we het schoollied: Vivat haec societas.

Tijdens het opnoemen van de slachtoffers was iedereen stil. Maar bij de naam ‘Bob de Glopper’ werd er stiekem gelachen. De meeste van mijn jaargenoten zullen zich zijn naam nog herinneren - alleen vanwege het binnenrijm in zijn naam.

Dat lachen blijkt ook al te zijn gebeurd in de tijd van Anne Schram. Maar als we destijds hadden geweten wie Bob de Glopper was, had waarschijnlijk niemand gelachen. Schram vertelt dat De Glopper in 1943 op 20-jarige leeftijd is gedood bij een bombardement door de geallieerden op de wijk Tussendijken. Het zogenoemde ‘vergeten bombardement’. Hij had net zijn diploma op zak. Toen zijn huis werd gebombardeerd, was hij piano aan het spelen. Alleen zijn bladmuziek is teruggevonden: Bach.

Lees ook dit interview met een Joodse vrouw uit Rotterdam die als 2-jarig meisje werd gered in de oorlog

Ties ontdekte een klassenfoto waarop Sonja Taub staat: een oud-klasgenoot, Arthur Trijbits, wist haar op de foto aan te wijzen. „Ik vind het raar om me te realiseren dat als Sonja de oorlog had overleefd, ze nu even oud zou zijn geweest als mijn opa. Het is helemaal niet zo lang geleden als je erover nadenkt”, zegt Ties.

Hij las ook het dagboek van de toenmalige rector, meneer Pattist, in het Stadsarchief. „Dat maakte indruk. Het is vreemd verordeningen van autoriteiten te zien en brieven van ouders: waar die man mee te dealen had tijdens de oorlog. Leerlingen die gecontroleerd worden dat ze geen anti-Duitse dingen mogen doen omdat het anders verkeerd zou aflopen.”

Ties wijdde ook een deel van zijn onderzoek aan het Joods Lyceum in Rotterdam – ervan uitgaande dat Sonja daar op school zou hebben gezeten, wat dus niet bleek te kloppen. „Daaraan vond ik het apart dat die school 300 meter van mijn huis heeft gestaan”, zegt Ties. „In Kralingen, er zit nu een daklozenopvang. Ik heb foto’s gezien in het gemeentearchief en in de buurt van die school staat bijna niets meer overeind. Als ik daarlangs naar school fiets, denk ik er gelijk weer aan.”

‘Lientje’ en ‘Egon’

Behalve Ties maakten dit jaar nog zes leerlingen hun profielwerkstuk over Erasmiaanse oorlogsslachtoffers. Bijvoorbeeld over Eslina de Haas en Elchanan Stein, twee Erasmianen die verliefd werden en een dochtertje kregen: Lea. Eslina (‘Lientje’) en Lea zijn in 1943 vergast in vernietigingskamp Sobibor. Lea was toen vijf maanden oud. Elchanan (‘Egon’) volgde een paar maanden later. „Zij zijn voor mij nu Lientje en Egon”, schreef Dana van Lijf, die onderzoek naar hun verhaal deed.

De Erasmianen Eslina de Haas en Elchanan Stein werden met hun dochtertje Lea vermoord in Sobibor. Foto Aline Pennewaard/Digitaal Monument

Schram raakte met de Erasmiaanse oorlogsslachtoffers begaan doordat zij rond de eeuwwisseling in het archief van de school stuitte op de naam ‘Carl Heinz Cohen’. Rector Pattist had achter deze naam geschreven: ‘Omgekomen in concentratiekamp in Duitschland’. Tot haar verwarring ontbrak die naam echter op de lijst met oorlogsslachtoffers van de school: destijds zo’n veertig.

Dat zette haar ertoe aan alle namen uit de leerlingenadministratie te vergelijken met die uit het Slachtofferregister van de Oorlogsgravenstichting. Op die manier vond ze er in 2002 nog zo’n zestig namen bij en in het afgelopen jaar nog eens dertig. De eindstand staat op 129 Erasmianen die tijdens de oorlog zijn vermoord. Hun namen worden dit jaar op school rondom de Dodenherdenking tentoongesteld.

„Vermoorde oud-leerlingen die bekend waren, doordat ze maatschappelijke status hadden of in het verzet hadden gezeten, stonden bijna allemaal op de lijst”, zegt Schram. „Maar veel anonieme Joodse leerlingen niet. Daarom heb ik het gevoel dat ik dit moet doen: we hebben iets recht te zetten.”

Oud-schoolhistoricus Niek van der Blom en oud-rector Rein van der Velden hebben er alles aan gedaan alle Erasmiaanse oorlogsslachtoffers te achterhalen, zegt ze. Maar zij hadden geen internet en het eerste boekwerk over alle omgekomen Joden moest nog verschijnen.

De school kon ook een paar leerlingen van de lijst wegstrepen: Denny Appel, die meer dan vijftig jaar op school was herdacht, bleek via Frankrijk ontkomen naar de Verenigde Staten. Ook Jeanne Polak bleek naar de VS ontkomen, ontdekte Schram vorig jaar.

Nieuwe hoop

Nu de Erasmiaanse namenlijst definitief is, doet ze onderzoek naar het Joods Lyceum in Rotterdam, dat van 1941 tot 1943 bestond. Ze hoopt dat leerlingen van Rotterdamse scholen haar daarbij willen helpen, bijvoorbeeld ook met hun profielwerkstuk.

Wat er met ‘Carl Heinz Cohen’ was gebeurd, bleef lange tijd onopgehelderd. Al die tijd zat het Schram dwars. Meer dan vijftien jaar typte ze zijn naam geregeld in bij online archieven. Ze raadpleegde passagierslijsten naar de VS. Informeerde bij Herinneringskamp Westerbork. „Ik zocht ook op Karel en Karl Cohen. Niets.”

Plakkaat in het schoolgebouw ter nagedachtenis aan leerlingen die omkwamen in de oorlog. Foto Khalid Amakran

In 2018 kreeg ze nieuwe hoop toen het Rode Kruis-archief werd toegevoegd aan het Nationaal Archief. „Maar men kon mij niet helpen, omdat hij geboren was ná 1 januari 1919 en mogelijk nog in leven was. Om erachter te komen of hij in de oorlog was overleden, moest ik eerst een overlijdensbewijs hebben.”

Ter gelegenheid van 75 jaar bevrijding deed ze vorig jaar een nieuwe, laatste poging. Via het internationaal archief- en documentatiecentrum Arolsen bemachtigde ze uiteindelijk een document. „Mijn belangrijkste vraag werd beantwoord”, zegt Schram.

„De onbekende jongen die in 1937 en 1938 op het Erasmiaans zat, had de oorlog overleefd”, vertelt ze. „Hij was zestig jaar getrouwd geweest en had twee kinderen gekregen. Ik heb zijn weduwe gesproken. Niet alleen overleefde hij de oorlog, hij is ook gelukkig geworden.”