Huisartsen houden vaccins over

Lagere opkomst De chaos rond AstraZeneca temperde de vaccinatie-opkomst, merken huisartsen. Het RIVM telt de niet-gezette prikken wel mee.

Vaccinatiespuiten worden prikklaar gemaakt bij een huisartsenpraktijk in Amersfoort Vathorst. Deze praktijk komt niet in het verhaal voor.
Vaccinatiespuiten worden prikklaar gemaakt bij een huisartsenpraktijk in Amersfoort Vathorst. Deze praktijk komt niet in het verhaal voor. Foto Jaco Klamer/ANP

5.265.860 prikken zijn er tot woensdag gezet, staat op het coronadashboard van de Rijksoverheid. Maar hoe zeker is dat cijfer? Het RIVM meldde donderdag een ‘rekenfout’: er zijn 220.000 prikken te veel geteld. Maar er zijn nog minder vaccins gezet: de Landelijke Huisartsen Vereniging (LHV) en diverse huisartsen stellen tegen NRC dat er na de prikstop met AstraZeneca minder is geprikt dan waar het RIVM van uitgaat. Terwijl het RIVM zich baseert op het aantal geleverde vaccins, valt de opkomst bij huisartsen lager uit.

Het is onduidelijk hoeveel AstraZeneca er bij huisartsen op de plank bleef liggen en wel door het RIVM wordt meegeteld. Huisartsen die vaccineerden na de prikstop van 2 april houden soms de helft van hun vaccins over, blijkt uit gesprekken die NRC met huisartsen voerde. Anderen prikten wel hun hele voorraad op. De LHV bevestigt het wisselende beeld, hoewel de organisatie geen exacte cijfers heeft. Het RIVM claimt dat huisartsen sinds 2 april, waarna alleen nog zestigplussers AstraZeneca krijgen, zo’n 650.000 prikken zetten.

De versoepelingen van afgelopen week, waaronder de heropening van de terrassen, zijn mede gebaseerd op het aantal gezette vaccins, die een daling in het aantal IC-opnames moeten veroorzaken. In sommige regio’s zijn volgens de LHV „beduidend minder” zestigers gevaccineerd dan nu wordt aangenomen. Dat is een risicogroep die relatief vaak op de IC belandt. Het gaat onder meer om de regio Rotterdam Rijnmond en de noordelijke provincies, waar de vaccinatie met AstraZeneca net was begonnen toen de commotie over de bijwerkingen van het vaccin begon.

Twijfelende patiënten

Huisarts Paul de Jong uit Amsterdam bestelde 220 vaccins, maar zette honderd prikken. Hij gaf er twintig weg aan andere huisartsen en bewaart de overige honderd voor de tweede ronde. Huisartsen met wel een hoge opkomst staken „extreem veel moeite en energie” in het overtuigen, zegt huisarts Remon Hendriksen uit Best. Hij zag donderdag een opkomst van 90 tot 95 procent op zijn vaccinatiedag. „Ik heb al mijn patiënten een persoonlijke brief gestuurd en veel met twijfelaars gesproken.” Huisarts Tjitte Verbeek van Buuren uit Groningen beaamt dat: „Er is veel contact nodig geweest. En een beetje noordelijke nuchterheid.”

Het Outbreak Management Team had afgelopen week al stevige kritiek op de registraties van de vaccins. Een deel van de prikken wordt niet geregistreerd, maar berekend, vanwege gebreken in de systemen. Elk gezet vaccin wordt door de prikkende instantie in het eigen systeem gezet. Die informatie moet worden doorgestuurd naar het RIVM. De gegevens in het systeem van de GGD worden automatisch aan het RIVM doorgegeven. De huisartsen en instellingen moeten dit handmatig doen. Dat levert volgens het RIVM rapportageachterstanden op. Het OMT claimt dat dit de monitoring en het bijsturen van het vaccinatieprogramma bemoeilijkt.

Om toch zicht te houden op hoeveel prikken er worden gezet, maakt het RIVM een berekening op basis van de leveringen. Er wordt rekening gehouden met 1 procent spillage, restjes vaccin die niet gebruikt kunnen worden omdat ze bijvoorbeeld niet meer uit de flacon te halen zijn. De andere 99 procent wordt in een bepaalde tijd gezet, stelt het RIVM. Bij AstraZeneca gaat het om veertien dagen.

Vlak na de prikstop zegden veel mensen hun afspraak af of kwamen niet opdagen. Het ministerie besloot daarop even geen schattingen te maken van hoeveel AstraZeneca-vaccins er gezet werden. Op 13 april werd dat weer opgepakt: demissionair minister Hugo de Jonge (Volksgezondheid, CDA) schreef in een Kamerbrief dat uit overleg met de LHV bleek dat huisartsen meer moeite hadden om alle prikken te zetten, maar dat dat uiteindelijk wel lukte. Voldoende reden, vond De Jonge, om het schatten te hervatten.

Weggegooide vaccins

De LHV stelt tegen NRC dat sinds de prikstop begin april minder prikken worden gezet dan waar in de rekensom rekening mee wordt gehouden. Soms wordt meer weggegooid omdat prikken waren klaargemaakt voor mensen die niet kwamen opdagen. Dat overkwam huisarts Marco Blanker die op een praktijk in Zwolle vaccineerde. Hij moest ruim vijftig vaccins weggooien. Ook hebben sommige huisartsen onaangebroken flacons in de koelkast liggen waarvan het RIVM uitgaat dat die al gebruikt zijn. Zo heeft Lamiek Westerhof, huisarts in Drenthe, er 180 over en 330 geprikt.

Eerder mochten huisartsen de restjes aan mensen jonger dan zestig met een medische indicatie geven. Maar omdat De Jonge besloot dat alleen zestigplussers het vaccin mochten krijgen, moesten huisartsen uitwijken naar ouderen. Die zijn regelmatig ook aan de beurt om te worden gevaccineerd met Pfizer bij de GGD. Afgelopen vrijdag berichtte artsenfederatie KNMG dat het prikken van zestigminners met een medische indicatie tóch mocht, mits zij daar zelf toestemming voor geven.

Westerhof moest eerst zestig patiënten jonger dan zestig afbellen. Vervolgens nodigde ze nieuwe patiënten uit van 65 en 66 jaar. Maar daarvan belden er veel af toen ze ook naar de GGD konden voor Pfizer.

De honderdtachtig vaccins die Westerhof daarom nog in de koelkast heeft liggen worden meegeteld, bevestigt het RIVM. „Het enige getal dat wij kunnen gebruiken is het aantal vaccins dat is geleverd”, stelt een woordvoerder. Veel huisartsen zouden hun gezette prikken nog niet hebben doorgegeven.

Huisartsen zeggen zich daar niet in te herkennen. Zoals Tjitte Verbeek van Buuren uit Groningen: „We zijn gevraagd vaccinaties binnen een dag te registreren, naar mijn weten doen de meeste huisartsen dat ook. Ik kan me voorstellen dat een huisarts na een hele dag vaccineren er misschien één dag mee wacht, maar langer niet.” Huisarts Remon Hendriksen uit Best zegt „onmiddellijk te registreren”. Hetzelfde geldt voor Rob Schonck, huisarts in Velden: „Het is snel gedaan, met een barcode op het formulier van de patiënt, we hebben dus geen stapels papieren om door te spitten.” Shakib Sana, huisarts in Rotterdam, stelt voor dat een medewerker van het RIVM „langskomt om te kijken hoe snel het gaat”.