Opinie

Het Museumplein zegt: niemand houdt van mij

Column Amsterdam

Auke Kok

Als dat merkwaardige weidse plein eens kon spreken, wat een verhaal zou dat worden! Lang en meeslepend zou het verhaal sowieso zijn. In z’n meer dan honderdjarige leven heeft het Museumplein veel meegemaakt. Van zaklopen op Koninginnedag tot massademonstraties tegen kernwapens: altijd moest het Museumplein het bezuren. Het plein zou ons vandaag zeggen: blij dat die hoge hekken om mij heen staan. Fijn dat er de komende maanden geen mensen over mijn gras mogen lopen. Even rust aan mijn hoofd.

De laatste maanden was het hier elke week raak: honderden, zo niet duizenden demonstranten tegen de coronamaatregelen. En ik voelde me toch al niet zo best meer. Nee, laat de wappies voorlopig maar naar het Westerpark gaan; laten de waterkanonnen daar hun verwoestende werk maar doen.

Nee, het verhaal van het plein zou niet overdreven vrolijk zijn. Het plein – vroeger weinig meer dan ‘het terrein achter het Rijksmuseum’ – is nooit bezongen zoals het Leidseplein of het Rembrandtplein. Veel vaker is het beschouwd als een gebruiksartikel: vertrapt, vervuild, verzopen.

Ronduit traumatisch waren de laarzen die in juni 1941 op zijn vlakte stampten

En dan hebben we het nog niet eens over de oorlog. Terwijl dat, 4 mei indachtig, best even zou mogen. Welnu, het Museumplein wordt nog steeds verdrietig als het terugdenkt aan de Duitse schurken die hun terreur over de stad hier, vanuit enkele aanpalende villa’s, uitoefenden. Om maar te zwijgen van de massale nazi-bijeenkomsten die er plaatsvonden. Ronduit traumatisch waren de laarzen die in juni 1941 op zijn vlakte stampten, de leuzen die er werden gescandeerd. ‘Mit Adolf Hitler in ein neues Europa.’

In 1943 werd alles nog erger toen ze het Museumplein omploegden en met rollen prikkeldraad en Spaanse Ruiters afzetten. De eind-negentiende-eeuwse locatie voor wereldtentoonstellingen, schaatskampioenschappen, cricket- en voetbalwedstrijden was verworden tot Sperrgebiet.

In 1945 was het Museumplein een naargeestige, doodse vlakte met bunkers, loopgraven en schuttersputjes.

De Duitse schurken werden uit de villa’s naast het plein verdreven. Maar in de plaats daarvan trok het Amerikaanse consulaat in die grote villa op nummer 19 – inmiddels ook een soort bunker trouwens. De Stars and Stripes aan de gevel bracht de ene anti-Amerikaanse demonstratie na de andere met zich mee; niet zelden stonden de mensen ’s nachts met brandende fakkels tegen de oorlog in Vietnam te protesteren.

Het verdwijnen van de ellendige bunkers resulteerde in de aanleg van een verkeersweg met klinkers, die het plein bruut in tweeën spleet: de ‘kortste snelweg van Nederland’.

En zo wilde het hier maar niet gezellig worden. Het bleef een onduidelijke vlakte.

Best een treurig verhaal dus eigenlijk. ‘Wie ben ik?’, zou het plein zich ten slotte afvragen. De gemeente heeft er nooit een passend antwoord op kunnen vinden. Het verdwijnen van de ‘snelweg’ lokte weer massarecreatie en megaparty’s uit, rauwe voetbalfeesten. Plus de komst van een ondergrondse parkeergarage met supermarkt.

Het Museumplein zegt: niemand houdt van mij.

En de vraag is of de huidige verbouwing, het nieuwe gras, het nieuwe meubilair, daar veel aan zal kunnen veranderen.

Auke Kok is schrijver en journalist.

Reageren

Reageren op dit artikel kan alleen met een abonnement. Heeft u al een abonnement, log dan hieronder in.