Recensie

Recensie Boeken

Een filosofisch kinderboek over een oude eik

Bibi Dumon Tak Hij bestaat echt: de Troeteleik, hoofdpersonage in het bomvolle kinderboek van de Maand van de filosofie, met collages en met een koor dat rijmt zingt en rapt. Het heeft veel, te veel te bieden.

In de middenberm van de A58 staat een bijna tweehonderd jaar oude eik. Een stille toeschouwer van de Eerste én de Tweede Wereldoorlog, van een veranderlijke wereld die juist bezien vanuit stilstand nog meer vaart lijkt te maken. Het is de Troeteleik uit De eik was hier, het kinderboek dat Bibi Dumon Tak schreef voor de Maand van de Filosofie. Het thema dit jaar is natuur en de vragen die Dumon Tak naar voren laat komen in de dialogen tussen haar twee hoofdpersonen, de eik en een brutale Vlaamse gaai, zijn: wat is beweging en wat is stilstand?

De Troeteleik bestaat echt. Marije Tolman, bekend van het prachtige boek Vosje, verzorgde collages van de gefotografeerde eik en de getekende gaai. Zwart-wit zonder steunkleur boet dat aan kwaliteit in, maar ze spreken toch enorm tot de verbeelding.

Een personage dat niet kan bewegen is voor elke schrijver lastig om mee te werken, maar Dumon Tak gaat wel vaker buiten haar vertrouwde kader op ontdekkingstocht. Zo schreef ze naast de fantastische dieren-non-fictie waarmee ze een zak vol Griffels won, ook geslaagde poëzie en nu dus dit filosofische werkje over een eik.

Een onbeweeglijk hoofdpersonage was genoeg geweest voor dit verhaal. Het had kinderen de vraag aangereikt of het stilstaan van de eik, het nadenken, overpeinzen en daarmee tot nieuwe gedachten komen niet veel waardevoller is dan het vergankelijke gefladder in de marge van de gaai. Door Dumon Tak prachtig verwoord met de zin: ‘wie rent kijkt alleen voor zich uit, wie stilstaat ziet de hele wereld.’

Plato

Maar er moest ook wat met de vorm. En wat is er nou filosofischer dan het hele boek à la Plato in dialoogvorm op te schrijven? Je vraagt dan wat van een jonge lezer. Met een stijl die zo sterk is als die van Dumon Tak kan dat. Maar wat als die dialoog ook nog onderbroken wordt door een koor, als in een Griekse tragedie? De eik krijgt een wortelkoor, oftewel zijn wortelwijde web (www). En dat koor krijgt een eigen stem, die tussen poëzie, rap en spoken word in ligt. Perfect uitgevoerd zou dat koor als een klaterheldere waterval over een lezer heen kunnen vallen maar hier werkt het vooral storend. Het rijmt, het zingt, het rapt, het valt in de toon en uit de toon, maar waar is dit nou eigenlijk voor nodig?

Was dit boek 200 pagina’s geweest dan had het allemaal gekund: de filosofische vragen, de socratische dialogen, de vondst van dat gekke wortelkoor, het tragische non-fictieverhaal dat tweehonderd jaar beslaat, over de zucht naar vernieuwing van de mens ten koste van wat weerloos is. Het zit bomvol en door alles te willen komt niks echt uit de verf.

Het is geen goed teken als een novelle afsluit met een uitleg over wat je zojuist gelezen hebt, met een tijdlijn van drie pagina’s. Een welwillende ziel zou zeggen: het zijn aanknopingspunten waar kinderen over verder kunnen bomen. Helaas krijgen we bij De eik was hier eerst de vertelling en dan nog een keer het verhaal in het kort. Juist Dumon Tak zou een jonge lezer in één keer de weg moeten kunnen wijzen, met haar ervaren non-fictiehand en prachtige vertelstem die als een helder licht door donkere materie schijnt.