De Joodse arbeider die vijftien kinderen verloor

Redacteur Margot Poll signaleert welke boeken er ook zijn verschenen en kiest er steeds zes om kort te bespreken. Deze week over de liefde tussen een puber en twintig jaar oudere schilder én een bijzondere reis van een vader en een zoon.

1. Jonathan Lichtenstein: De schaduw van Berlijn

In het confronterende egodocument De schaduw van Berlijn van de Britse toneelschrijver Jonathan Lichtenstein vallen beladen, ondraaglijke stiltes tussen zijn vader Hans en hemzelf. Niet omdat ze elkaar niets te vertellen hebben, maar omdat de oorlog er tussen zit. De vader, de Joodse chirurg Hans Lichtenstein, werd op 12-jarige leeftijd in de Tweede Wereldoorlog op ‘Kindertransport’ gezet: duizenden, veelal Joodse, kinderen uit Duitsland en Oost-Europa werden gered door hen zonder familie met de trein en de boot naar Groot-Brittannië te brengen. Zijn moeder overleefde de oorlog en wilde natuurlijk dat hij terug kwam naar Duitsland, maar hij weigerde: ‘Ik ben nu Brit’, vertelde hij haar. In 1957 heeft hij zijn moeder nog één keer gezien. Over de oorlog praten kon hij niet, over de zelfmoorden in zijn familie evenmin. Jonathan ging gebukt onder zijn vaders emotionele blokkade en stelde in 2015 zijn toen 87-jarige vader voor samen de reis opnieuw te maken, maar dan in omgekeerde richting. De schaduw van Berlijn is daarvan het verslag. Ze begonnen in Wales en eindigden in Berlijn. Al lezend wordt duidelijk dat niet alleen de vader ernstig is getraumatiseerd door wat hem in zijn jeugd is overkomen, maar dat ook de zoon gebukt gaat onder de gevolgen ervan. Zo wordt hij steeds overvallen door de geesten van zijn voorouders en wervelen alle doden om hem heen. Tot in de vezels worden de psychische problemen van Jonathan als ‘tweedegeneratieslachtoffer’ beschreven. Hans Lichtenstein, die uiteindelijk op 91-jarige leeftijd zou overlijden, had zichzelf ‘gereconstrueerd terwijl hij tegelijkertijd zijn eigen gedeeltelijke vernietiging bij zich hield’. De reis bleek zowel voor de vader als de zoon, als ook voor hun relatie, helend te werken. Ze hebben tegen elkaar gezegd wat ze een leven lang al hadden geprobeerd. ‘Het was goed zo’.

Jonathan Lichtenstein: De schaduw van Berlijn. Leven met de erfenis van het Kindertransport. (The Berlin Shadow. Living with the Ghosts of the Kindertransport). Vert. Hanneke Bos. Atlas Contact, 304 blz. € 22,99

2. Levie de Lange: Vijftien namen

‘Het schijnt mij voldoende om het verhaal over de onbarmhartige vernietiging van een groot arm joods gezin simpelweg te vertellen volgens de feiten die mij helder voor de geest staan. En ik hoop dat het ertoe zal bijdragen dat dit nooit meer kan gebeuren.’ Zonder grote woorden, schijnbaar onbewogen en ‘gelouterd van iedere emotie’ vertelde de werkloze, ongeschoolde Joodse arbeider Levie de Lange in 1964 zijn levensverhaal aan journalist Jaap Stigter. In Vijftien namen inderdaad het feitelijke, sober opgeschreven verslag van hoe Levie de Lange en zijn vrouw Jetje vijftien kinderen kregen in Amsterdam. In 1942 worden eerst Levie en kort daarna ook zijn vrouw met vijftien kinderen – de oudste is dan 19 en de jongsten zijn 8 maanden oud – opgepakt en via Westerbork naar Auschwitz gedeporteerd. Daar zien zij elkaar voor het laatst en wordt Levie overgeleverd aan ‘beroepsmoordenaars’, ‘gemene ploerten’, en als dwangarbeider tewerkgesteld in Jawiszonice in de mijnen in Polen. Hij overleeft de oorlog en hoort bij terugkomst in Amsterdam dat zijn hele familie vermoord is. Hier stopt zijn verhaal maar na verschijning van het boek liet hij een journalist cynisch weten: ‘Ik wilde blijven leven om te zien hoe het de Duitsers na de oorlog zou vergaan. Welnu, ik heb het gezien. Het gaat ze goed.’

Levie de Lange: Vijftien namen. In 1964 opgetekend door Jaap Stigter. Van Oorschot, 184 blz. € 20

3. Leo van Bergen: Een Kap van afschuw/ A Cap of Horror

Medisch historicus Leo van Bergen schreef eerder over medische problemen in de Eerste Wereldoorlog; voor de nu verschenen tweetalige bundel Een Kap van afschuw/ A Cap of Horror bracht hij zo’n vijftig gedichten samen, geschreven door Britse verpleegsters en verzorgsters, over de Eerste Wereldoorlog. Historische gedichten zou je ze kunnen noemen die gaan over geweld, het verplegen van de vijand maar ook over kortstondige liefdes. Zo schreef Mary Borden (1886-1968) tien sonnetten voor de officier met wie ze ten tijde van de slag bij de Somme in 1916 een verhouding kreeg. Ter ere van de Centennial-herdenkingen in 2018 is het derde sonnet op muziek gezet door de van oorsprong Zuid-Afrikaanse componiste Mira Calix. Het begint met de regels: Als jij de dood tegemoet zou rijden, juist deze nacht/ Rechtstreeks uit het meelevend begeren van mijn armen en eindigt met Zou je, schreeuwend dat er geen hiernamaals valt te verwerven,/ Als laatste uitdaging die sprong nemen en overweldigend sterven. Van elke dichter is in deze bijzondere bundel – misschien niet altijd om de dichtkunst maar wel om de setting – een korte biografie opgenomen.

Leo van Bergen (samenst. en vert.): Een Kap van afschuw/ A Cap of Horror. Illustraties Irma Jansen. Uitgeverij duidelijke taal, 192 blz. € 19,95

4. Ingrid de Vries: Schijnvrucht

Journalist en schrijver Ingrid de Vries schreef met Schijnvrucht een gelaagde roman die zij baseerde op het leven van haar moeder. Deze Anna was 13 jaar toen zij aan het einde van de oorlog verliefd werd op een kennis van haar ouders. Deze schilder en tekenleraar Idzard, getrouwd, is twintig jaar ouder maar voelt zich aangetrokken tot het onschuldige meisje en verleidt haar in zijn atelier. Haar vader verzet zich met man en macht tegen hun omgang, waardoor zij ’s nachts terwijl niemand de straat op mag, het huis uit vlucht om naar het atelier van Idzard te gaan. Na de oorlog trouwen ze en komt Anna tot een minder mooie ontdekking over de schilder, die ze aan niemand durft te vertellen. De roman wisselt de ‘romantische’ verhalen uit het verleden af met episodes uit het leven van de zeventigjarige moeder in de tegenwoordige tijd. Zo zegt Anna nu: ‘Het liefst wil ik terug naar mijn gedroomde bestaan (…). Mijn leven als een romantisch verhaal over een jong meisje en een oudere man, over oorlog en gevaarlijke ontmoetingen en hoe uiteindelijk de liefde alles overwon. Maar de herinnering laat dat niet toe. (…) Ik moet het terughalen, de pijn en gekwetstheid, ik moet het doormaken, van het begin tot het einde, en dan kijken wat er overblijft. Wat waar was en wat niet. Want misschien heb ik me vergist. Misschien was het niet alleen mijn eigen droom, maar ook mijn eigen waarheid.’ De schilder, het meisje, hun dochter en de ouderdom komen samen in deze verrassende, mooi opgebouwde roman. Tegelijkertijd lijkt De Vries een postume aanklacht tegen haar eigen vader (kunstschilder Tjomme Edzard de Vries die inderdaad twintig jaar ouder was dan haar moeder en in de roman de naam Idzard kreeg?) te hebben geschreven. Daar staat het geheugen van haar moeder tegenover. Ingewikkeld dus.

Ingrid de Vries: Schijnvrucht. Ambo|Anthos, 288 blz. € 21,99

5. Tommie Niessen: Kastanjehove

Verpleegkundige Tommie Niessen (29) blogt over zijn werk in de ouderenzorg en schreef al eerder over zijn werk in Tommie in de zorg en Tommie in gesprek. Nu is er de roman Kastanjehove, geschreven met acteur en schrijver Loes Wouterson, over de jonge Thomas die stage loopt in het gelijknamige verpleeghuis. Al meteen in het begin laat hij weten te maken te hebben met ‘engeltjes en duveltjes’ en dat is zachtaardig uitgedrukt. Hij krijgt te maken met een directeur die niet te vertrouwen is, teamleiders die overspannen zijn en collega’s die hem beschuldigen van diefstal uit de medicijnkast. Waarom, wordt langzamerhand duidelijk en is te herleiden op privésituaties van de diverse collega’s. Het zijn de licht dementerende bewoners met wie hij vooral contact heeft. Hij verzorgt hen liefdevol en lost problemen liever zelf op dan dat hij toestemming vraagt. Zo schildert hij een muur in de kamer van een bewoonster bruin, nadat hij uit haar klaagzang heeft begrepen dat zij haar eigen woning mist waar de muren bruin waren. Het was de reden dat zij elke dag opnieuw de muur met poep besmeurde – en dat schoonmaken vonden de collega’s wel een werkje voor Thomas. De beschrijving van de sfeer in huis, de klachten van familie van bewoners en een op hand zijnde tijdelijke verhuizing, ja zelfs de medicijnendiefstal komen heel realistisch over. Toch lijken er iets te opgeklopte intriges de roman binnengeslopen te zijn en dat is jammer, de rauwe werkelijkheid was bijzonder genoeg geweest.

Tommie Niessen: Kastanjehove. Ambo|Anthos, 266 blz. € 19,99

6. Leo Pleysier: De kast

Al weer dertig jaar geleden scheef de Vlaamse schrijver Leo Pleysier (1945) het kleinood De kast waarvan de achtste druk nu als gebonden ‘moderne klassieker’ is verschenen. Een praatgrage vrouw belt haar broer terwijl zij de hoge hoekkast uit het ouderlijk huis weer eens aan het opruimen is. Hij verslaat het gesprek dat natuurlijk niet alleen over het erfstuk gaat, maar vooral over de familiegeschiedenis. De broer zelf hoeft alleen te beamen ‘Op die manier, ja’ of er eens ‘Ahzo’ tussen te werpen. Ondertussen trekt het leven van een boerengezin aan ons voorbij met kleine valse achterafverwijten van de oudste zus die nu maar mooi met die kast opgescheept zit. ‘Die papieren en die brieven allemaal. Heelder laden vol met niet anders dan dat’, beklaagt zij zich. ‘Niets anders dan godsdienst en de dood en vergankelijkheid dat ze opsnoof.’ Wil jij hem misschien hebben, vraagt ze haar broer. Anders wil haar man hem wel opzagen voor de open haard. En dan bijna aan het einde van het gesprek verzucht ze waarom ze nu eigenlijk belde.

Leo Pleysier: De kast. De Bezige Bij, 94 blz. € 19,99