Opinie

Zet de allergrootste datacentra op rantsoen

Marc Hijink

Zitten er dan toch grenzen aan de uitdijende cloud? Google schrapt, zo werd deze week bekend, de voorgenomen bouw van drie datacenters in de Wieringermeerpolder. Oorspronkelijk wilde Google vier datacenters in Noord-Holland, maar het houdt het bij één, naast het datacenter in de Eemshaven. Googles verklaring luidt dat zulke bouwplannen altijd „in beweging” zijn. Tegelijkertijd groeit het verzet tegen megadatacentra van Google en Microsoft. ‘Onze’ gesubsidieerde groene stroom helpt de duurzame ambities van de techreuzen te verwezenlijken. Nederlandse windmolenparken bedienen met name de Amerikaanse multinationals, bleek uit verhalen van NRC-collega’s Carola Houtekamer en Merijn Rengers.

Op je eigen pc of telefoon lijkt de cloud iets magisch – een almachtige, alomtegenwoordige computer die ‘ergens’ draait. De werkelijkheid is een loods met stampende servers in een polder vol windmolens.

Nederland wordt de datahaven van heel Europa, dankzij internetknooppunt AMS-IX en Hollandse wind die voor groene stroom zorgt. Politieke stabiliteit – al zou je het niet altijd zeggen – en beperkte overheidsbemoeienis met internet helpen Nederland om een ‘superhub’ te worden. Wat ook scheelt is dat er geen centraal vestigingsbeleid voor datacentra is. Lokale overheden besluiten over projecten die – qua energieverbruik – landelijk gevolgen hebben.

Deze Nederlandse superhub heeft een aanzuigende werking. Als de ene datagigant zich hier vestigt, wil de volgende ook. Allemaal binnen een paar milliseconde bij elkaar, in een van de dichtstbevolkte landen van Europa. Dat gaat wringen: denkend aan big tech in de lowlands, zie je grote datacentra, distributiecentra en windmolenparken het landschap in een online supermarkt omtoveren. Zelfs de dijken dreigen verhoogd te moeten worden als de polders volstromen met data.

De vakterm voor de allergrootste datacentra is hyperscale, het ‘makkelijk schaalbare’ netwerk. Tot nu toe schalen ze op. Microsoft heeft de ambitie om elk jaar wereldwijd 50 tot 100 datacentra te bouwen (het zijn er nu 200) en wil ook in de Wieringermeerpolder uitbreiden.

In Zeewolde, maakte dagblad De Stentor bekend, kocht een Amerikaanse datareus in stilte 80 hectare grond. Welke multinational daarachter zit, is nog altijd geheim. De ingediende plannen lijken als twee druppels water op datacentra van Facebook maar het zou ook Amazon of Apple kunnen zijn. Niet dat dat er veel toe doet: een grijze doos is en blijft een grijze doos.

Eén zinnetje bleef hangen bij Googles uitleg om de bouwplannen in Noord-Holland te staken: „We besloten dat we onze plannen moesten herzien op basis van in opkomst zijnde ontwerpen en technologieën.”

Zou een hyperscale dan ook kunnen afschalen? Schaalverkleining – meer transistoren per vierkante nanometer – stuwt de digitale revolutie al een jaar of vijftig. Kijk naar je telefoon: vergeleken met de eerste iPhone uit 2007 is het huidige model een supercomputer. Toch past het toestel nog in je broekzak.

De cloud lijkt tot nu toe alleen te kunnen uitdijen, maar zou zichzelf op rantsoen moeten zetten. Dat stimuleert de schaalverkleining, door efficiëntere chips en betere koeltechiek.

We kunnen big tech een handje helpen om zichzelf klein te houden. In het gedroomde cloudscenario krijgt elke hyperscaler één locatie in Nederland toegewezen en moet het daarmee doen. Facebook, Amazon, Microsoft, Google en Apple: innoveer erop los en lever binnen de beschikbare hoeveelheid stroom en ruimte genoeg rekenkracht voor jullie beloofde technologische revolutie.

En vooral: zorg ervoor dat die Nederlandse superhub ook over tien jaar nog in onze broekzak past.

Marc Hijink schrijft elke woensdag op deze plaats over technologie

Reageren

Reageren op dit artikel kan alleen met een abonnement. Heeft u al een abonnement, log dan hieronder in.