Opinie

Premier moet scheiding der machten bewaken

Kabinetsnotulen Het valt Mark Rutte aan te rekenen dat hij als eindverantwoordelijke kritiek op Kamerleden in de ministerraad niet afkapte, schrijft .
Demissionair premier Rutte geeft toelichting na de ministerraad waar werd gesproken over het vrijgeven van de notulen.
Demissionair premier Rutte geeft toelichting na de ministerraad waar werd gesproken over het vrijgeven van de notulen. Foto Phil Nijhuis/ANP

De vrijgegeven kabinetsnotulen uit 2019 geven een uniek inzicht in de manier waarop discussies over ‘lastige’ Kamerleden in het kabinet-Rutte III zijn verlopen en hoe zelfs op parlementariërs van de regerende coalitiepartijen druk werd uitgeoefend om minder kritisch te zijn op het handelen van het kabinet.

Niet alleen Mark Rutte ergerde zich aan „activistische woordvoerders”, zoals Helma Lodders (VVD) en Pieter Omtzigt (CDA), dat gold ook voor andere bewindslieden: Eric Wiebes (Economische Zaken) en Cora van Nieuwenhuizen (Infrastructuur) van de VVD en Wouter Koolmees (Sociale Zaken) en Menno Snel (Financiën) van D66.

Wat is hier nu zo bijzonder aan? Was de ophef over het vrijgeven van notulen uit de Trêveszaal die normaal twintig jaar geheim blijven niet wat overdreven? Zeker niet.

Rutte voelt zich misschien nu wat veiliger omdat hij niet de enige is die onder vuur ligt. „Ze zijn allemaal medeplichtig geweest”, schreef NRC (27/4). En ach, zoals Albert Verlinde – tegenwoordig VVD-raadslid in Vught – maandag in het programma BEAU op RTL 4 zei: „Je praat in directies toch ook weleens gewoon over mensen?”

Maar een kabinet is niet hetzelfde als de top van een bedrijf. De scheiding der machten en functies is in een parlementaire democratie cruciaal voor de werking van het politieke systeem en het vertrouwen dat mensen daarin stellen.

Dualisme

Historisch gezien is in Nederland de vorming van coalitiekabinetten een gegeven: door het proportionele kiesstelsel is het voor één politieke partij bijna onmogelijk om een meerderheid van de zetels in het parlement te behalen. Nederland is altijd een land geweest van (religieuze) minderheden en coalitieregeringen van twee of meer partijen. Tot 2012 werden die coalities gesmeed door een informateur en formateur, benoemd door het staatshoofd. Daarna ging het parlement zelf de informateur benoemen. Die ingreep versterkte de democratie en verhoogde de transparantie van de te volgen procedures. Dat was althans de bedoeling.

Lees ook: Cultuur van loyaliteit verenigde alle partijen in het kabinet-Rutte III

Coalitiekabinetten hebben in vergelijking met een tweepartijenstelsel zoals in de VS veel voordelen. Ze hebben te maken met verschillende visies op politiek en beleid, en de betrokken partijen moeten naar elkaar luisteren. Het vermindert het vijanddenken. Maar het risico is wel dat, willen coalities overeind blijven, het dualisme tussen de controlerende (wetgevende) en uitvoerende macht steeds vager wordt en soms zelfs verdampt.

Hiervan zijn tijdens de drie kabinetten van Mark Rutte diverse voorbeelden te geven. Meest saillant is de ‘bonnetjesaffaire’ toen na speurwerk van Nieuwsuur bleek dat VVD-Kamerlid Ard van der Steur VVD-minister Ivo Opstelten had geholpen bij het schrijven van het antwoord van de minister op Kamervragen.

Net zoals bij voetbal de scheidsrechter en grensrechters beoordelen of voetballers zich aan de spelregels houden en niet andersom, zo geldt dat ook voor parlement en kabinet. Als het parlement (de controlerende en wetgevende macht) heeft besloten dat een groep mensen recht heeft op kinderopvangtoeslag maar dat de uitvoering van dat besluit niet deugt, dan roept het parlement het kabinet (de uitvoerende macht) tot de orde, en niet andersom.

Rode kaart

Het beeld rijst nu dat Rutte in de discussies in de Trêveszaal over de Toeslagenaffaire geen hoofdrol speelde. Maar welke coalitie er ook is, de minister-president is en blijft eindverantwoordelijk voor het volgen van staatsrechtelijke procedures tijdens kabinetsvergaderingen.

Rutte had de klachten van bewindslieden over „weinig behulpzame” Kamerleden meteen moeten afkappen. Hij heeft dat niet gedaan, integendeel. Hij toonde „weinig begrip voor woordvoerders van coalitiefracties die zich in de media trachten te profileren”, zo valt te lezen in de notulen. Rutte heeft in 2019 zelfs zijn partijgenoot Lodders gemaand om mee te werken.

Het is staatsrechtelijk ongepast als een premier commentaar uitoefent op het functioneren van Kamerleden als controlerende macht. Kritiek op de scheidsrechter betekent een rode kaart. Het wordt tijd dat Rutte nu eindelijk die rode kaart krijgt.

Reageren

Reageren op dit artikel kan alleen met een abonnement. Heeft u al een abonnement, log dan hieronder in.