Opinie

Een nieuwe regering heeft een minister voor Leefomgeving nodig

Formatie Landbouw, wonen, natuur, duurzame energie – ze eisen allemaal hun deel van de schaarse grond. Om dat in goede banen te leiden is één minister nodig, schrijven zes oud-ministers, bestuurders en wetenschappers.

Scooter rijdt in de omgeving van de kerncentrale in Borssele, juli 2019.
Scooter rijdt in de omgeving van de kerncentrale in Borssele, juli 2019. Foto Peter Hilz / HH

Het nieuwe kabinet staat voor grote opgaven op het gebied van klimaat en klimaatadaptatie, wonen, mobiliteit, landbouw, biodiversiteit, natuur en het platteland. De antwoorden zijn in hoge mate bepalend voor de omgevingskwaliteit van de toekomst. Het gaat er daarbij niet alleen om de schaarse ruimte zo goed mogelijk te verdelen en in te richten, maar ook om het tegengaan van verdere verrommeling.

In de afgelopen jaren is de ruimtelijke ordening grotendeels gedecentraliseerd en op een lager pitje gekomen, het natuurbeleid ondergeschikt gemaakt aan het landbouwbeleid, het milieubeleid bij het Rijk versnipperd over vier departementen en het platteland vaak aan zijn lot overgelaten. Zonder centrale regie blijft het voortmodderen op de bekende dossiers: klimaat, stikstof, duurzaamheid, woningbouw, natuurgebieden, enz.

Deze grote uitdagingen vereisen een directieve, top-down aansturing op kabinetsniveau. De recent vastgestelde Nationale Omgevingsvisie biedt voor de ruimtelijke inrichting van ons land het kader voor de afwegingen van alle belangen op minstens drie terreinen:

1. Plattelandsvernieuwing

Niet alle grond is even geschikt voor de hoogproductieve landbouw die kan concurreren op de wereldmarkt. Door het merendeel van de melkveehouderij en de akkerbouw onder strenge milieuvoorwaarden te bundelen op de daartoe meest geschikte gronden, kan het overgrote deel van het huidige productievolume worden gerealiseerd op een aanzienlijk beperkter areaal. Dat biedt ruimte voor een grootschalige plattelandsvernieuwing. Er komt weer beweging op het ‘oude land’, die, zo hebben de inpoldering van de IJsselmeerpolders en de daaropvolgende ruilverkaveling en landinrichting laten zien, een basisvoorwaarde vormt voor agrarische vernieuwing. De natuur krijgt ontplooiingskansen door het Nationaal Natuurnetwerk versneld af te ronden en de stikstofuitstoot radicaal terug te brengen binnen gemoderniseerde bedrijven.

De grootste beleidsuitdaging is gelegen in het verdienmodel van de boeren die ook buiten de hoogproductieve gebieden nog steeds de basis vormen voor de ruimtelijke vernieuwing. Het zijn echter ‘andere’ boeren die taken vervullen met grote maatschappelijke meerwaarde: energievoorziening (wind en zon), waterbeheersing (berging, tegengaan verdroging en bodemdaling), CO2-opslag, natuurbeheer, landschapskwaliteit en gezond-schoon-veilig ervaring. Die taken moeten structureel worden beloond.

2. Wonen

Volkshuisvesting staat hoog op de agenda. Dappere politici, aangevuurd door blijmoedige lobby’s, roepen met luide stem: bouwen, bouwen, bouwen. Als het PAS-arrest dat toestaat, moet de schop op grote schaal de grond in. Maar er is geen plan.

Wonen is direct verbonden met de fysieke inrichting en de veiligheid van de eigen leefomgeving van burgers. Wonen vereist ook infrastructuur; nieuwe steden moeten passen in een regio met alle voorzieningen die daarvoor zijn vereist. Dat vraagt om een visie op wat een land moet willen zijn. Maar vooral: mensen moeten ergens willen wonen en ze moeten het kunnen betalen.

De voorgestelde herinrichting biedt ruimte voor het inpassen van hoogwaardige volkshuisvesting, waarbij woon- en landschapskwaliteit hand in hand gaan. Recreatie, zorg en natuurbeleving krijgen nieuwe impulsen.

3. Klimaat

Het Klimaatakkoord moet worden omgezet in beleid en daarna in uitvoering plus handhaving. Door haast maar ook door politieke onwil werd het klimaatbeleid echter gescheiden van andere beleidsprioriteiten. Voorspelbaar leidt dit tot wanbeleid of gemiste kansen. Moet je wel dure elektrische auto’s die er vanzelf toch komen, met groot geld een paar jaar naar voren halen, als je zeker weet dat tezelfdertijd de filedruk zal toenemen en je die niet op de schop neemt?

Een CO2-vrije energieopwekking stelt hoge ruimtelijke eisen. Hoe gaan we om met windmolens en zonneweides die nu als pepernoten, zonder samenhangend plan, over het land worden gestrooid? Hoe gaan we om met kernenergie? Wat te doen met ondergrondse CO2-opslag, ook maar weer op zee?

Ook klimaatadaptatie – aanpassing aan de gevolgen van klimaatverandering – heeft een aanzienlijke ruimtelijke doorwerking. CO2-opslag in veenweidegebied of nieuwe bossen gaat gepaard met ruimtebeslag. Extreme waterpeilen noodzaken waterberging; verdroging en bodemdaling veroorzaken te grote schade.

Ministerie voor de Leefomgeving

Een sterkere regiefunctie vereist een departementale herindeling. Om een samenhangende visie te waarborgen en een voldoende ‘tegenmacht’ te vormen tegen deelbelangen van andere ministeries dienen ruimtelijke ordening, milieubeleid, klimaatbeleid en natuurbeleid samen te gaan in een nieuw ministerie voor de Leefomgeving, zoals ook in veel andere lidstaten van de Europese Unie.

Pleidooi voor de terugkeer van VROM

Breng ook de uitvoerende diensten, de inspecties en andere toezichthouders op die terreinen over naar dit nieuwe departement. En geef dit ministerie een toereikend budget voor het aantrekken van de vakbekwame en gemotiveerde mensen die het beleid, de uitvoering en het toezicht nieuw elan kunnen geven. Het is een wenkend perspectief en veel keus hebben we niet.