Zaal 3: Historie

Historie Verhalen uit de Bijbel of Klassieke Oudheid zijn vaak stof voor schilders. Deze historiestukken leggen soms ook actuele gebeurtenissen vast.

De schilder brengt de tekst tot leven

Hermannus Collenius kende zijn klassieken. Omstreeks 1700 bracht de Groninger schilder opvallend veel thema’s uit de klassieke geschiedenis en mythologie in beeld. Een van deze werken toont een episode uit het leven van Manius Curtius Dentatus, een Romeinse consul uit de derde eeuw voor Christus die zich, na een succesvolle carrière in dienst van de republiek, had teruggetrokken in een landelijk bestaan. Collenius verwijst in zijn schilderij daarnaar in het reliëf van twee herders met hun vee, tegen de wand op de achtergrond. Dentatus zetelt voor de haard, terwijl twee mannen hem toespreken en hun dienaar hem een kist met kostbaarheden presenteert. Rechtsachter houdt een soldaat de wacht. Het verhaal, bekend van de Griekse historicus Plutarchus, werd vaak opgevoerd als vermaning tegen corruptie van gezagsdragers. Dentatus was wars van overdaad: boven de aangeboden schatten verkoos hij zijn eenvoudige maaltijd, gesymboliseerd door de mand met groenten en fruit, en de knolraap in zijn hand.

Collenius’ schilderij is een voorbeeld bij uitstek van wat in de Europese kunstgeschiedenis ‘historiestukken’ worden genoemd: vertellende voorstellingen die doorgaans teruggaan op schriftelijke bronnen zoals de Bijbel, de mythologie en de geschiedenis. Met dit werk toonde de schilder voldoende geleerd te zijn om een tekst te verbeelden, en bovendien alle facetten van zijn vak te beheersen: de figuren in gevarieerde houdingen en uiteenlopende kleding, het geschilderde reliëf, de stillevens van schatkist en groentemand, het hondje dat keffend naar de bezoekers de kant van zijn baasje kiest en daarmee de deugd van de trouw symboliseert.

Vooral de legenden rond de Maagd Maria, die als moeder van Jezus een bemiddelende rol kon spelen tussen God en gelovige, kenden een grote populariteit

Maagd Maria

Historiestukken die worden bewaard in de depots van Nederlandse musea gaan vooral terug op de geschreven bronnen van de westerse beschaving. Sinds de late Middeleeuwen weerspiegelt de vertellende thematiek van kunstwerken de wijdverspreide bekendheid van bijbelverhalen en heiligenlevens. Vooral de legenden rond de Maagd Maria, die als moeder van Jezus een bemiddelende rol kon spelen tussen God en gelovige, kenden een grote populariteit. Vaak betreft het scènes waarin Jezus ook een rol speelt, maar die is afwezig in een ivoorreliëf dat omstreeks 1500 als paxtafeltje is gemaakt. Gelovigen gaven de vredeskus op de voorstelling van de overleden moeder Gods. Elk van Jezus’ twaalf leerlingen rond het sterfbed heeft een eigen uitdrukking en handgebaar, zoals de figuur met boek en bril linksvoor, en zijn kompaan rechts die zijn tranen amper de baas kan.

De mythologie van antieken en gelovigen wordt in de loop van de zestiende en zeventiende eeuw steeds vaker opgenomen in decors waarin kunstenaars of hun opdrachtgevers het verhaal soms ondergeschikt maken aan landschap, dierstuk of stilleven. Pieter Lastman, bijvoorbeeld, beeldde in 1613 het oudtestamentische verhaal uit van Tobias. Deze jongeman werd op een lange en gevaarlijke reis beschermd door een mysterieuze reisgenoot die zich pas na thuiskomst bekendmaakte als de aartsengel Raphael. Het miraculeuze bijbelverhaal is geplaatst tegen de achtergrond van een Noord-Europees riviergezicht. Bijna helemaal verdwenen in een menagerie van pluimvee, huis- en wilde dieren die Roelant Savery kort daarna schilderde, is het verhaal van de maenaden (‘razende vrouwen’), die het hadden voorzien op Orpheus. De mythologische bard stond bekend om zowel zijn lierspel voor de dieren, als zijn afwijzing van vrouwen na het verlies van zijn geliefde Eurydice.

Actuele gebeurtenissen

De bronnen voor de thematiek van traditionele historiestukken hoeven niet altijd zo eerbiedwaardig te zijn als de Bijbel of Ovidius; al sinds de late Middeleeuwen hebben kunstenaars episoden uitgebeeld uit recentere literaire werken zoals Dantes Divina commedia, Ariosto’s Orlando Furioso en, in het zeventiende-eeuwse Nederland, toneelstukken van Hooft (Granida) of Bredero (Moortje). Een bijzonder geval is het oorspronkelijk middeleeuwse Lied van heer Halewijn, dat in zijn Nederlandse vorm pas omstreeks 1830 werd opgetekend. In een uitgave van 1904 werd de ballade met litho’s geïllustreerd door Hendricus Jansen.

Ronald Ophuis maakte in 2005 een schilderij van vier verdachten die in Rwanda op het punt staan te worden berecht voor oorlogsmisdaden

Uitbeelding van min of meer eigentijdse gebeurtenissen, zoals oorlogen en zeeslagen, zijn minder strikt gebonden aan schriftelijke bronnen. In het Japan van het midden van de negentiende eeuw beeldden anonieme prentenmakers actuele gebeurtenissen uit die verband hielden met een zware aardbeving die de stad Edo in 1855 trof. Een van de houtsneden vertelt het moraliserende verhaal van een man die dreigt te bezwijken onder een instortend gebouw omdat hij zijn geld verkiest boven zijn leven.

Mond van Jan Palach

De moderne tijd liet het traditionele genre van historieschilderkunst grotendeels los. Toch staat het schilderij dat Ronald Ophuis in 2005 maakte van vier verdachten die in Rwanda op het punt staan te worden berecht voor oorlogsmisdaden, in de traditie van het verbeelden van indringende gebeurtenissen uit de actuele geschiedenis. De foto die Anoek Steketee in 2012 maakte van een jonge Indonesische vrouw verkleed als ‘Nederlandse mevrouw’ uit de koloniale tijd, toont een hedendaags tafereel dat op een ironische manier verwijst naar het verleden. Daarmee wordt een historische thematiek aan de orde gesteld, maar verwijzingen naar het literair-vertellende zijn verdwenen. Door het verleden te actualiseren stelt de foto onnadrukkelijk een veel omvattender, pijnlijke thematiek aan de orde. Dat doet ook een ander kunstwerk, getiteld Mond van Jan Palach. In 2014 maakte de Tsjechische kunstenaar Otakar Dušek deze nabootsing in zilver van de mond van de student die in 1969 de dood vond door zelfverbranding, uit protest tegen het brute neerslaan van de Praagse Lente. De geïsoleerde, voor altijd zwijgende lippen roepen associaties op met voorstellingen van de Man van smarten zoals er in het vijftiende-eeuwse Florence een tot stand kwam in het atelier van Domenico Ghirlandaio. Strikt genomen is het geen historiestuk. Maar iedere toenmalige beschouwer kon in gedachten het welbekende bijbelverhaal achter de macabere losse handen en hoofden op de achtergrond moeiteloos afmaken.

Illustraties Dirma Janse/Studio NRC