Hoe minder iemand weet, hoe meer jargon hij gebruikt

Japke-d. denkt mee Korte, duidelijke teksten maken je werk beter. Toch blijven de meeste mensen lang en wollig schrijven, ziet Japke-d. Bouma. „Zo zonde.”

Illustratie Tomas Schats

Wat hebben Winston Churchill, Maxim Hartman en Blaise Pascal met elkaar gemeen? Alle drie hebben ze laten zien dat korte, duidelijke teksten beter werken dan lange, ingewikkelde; maar dat het wel moeilijker is om ze te schrijven.

Van Blaise Pascal wist ik dat al – de Franse wis- en natuurkundige uit de 17de eeuw. Van hem is de uitspraak: „Ik schrijf je een lange brief omdat ik geen tijd had voor een korte.” Hij wist dat je met een lange tekst sneller klaar bent dan met een slimme, duidelijke samenvatting.

Van Maxim Hartman wist ik uiteraard ook dat hij van kort en duidelijk houdt. Zijn gesprek met een antiekhandelaar over een mandje – dat uiteindelijk werd ingekort tot MAND! – is wereldberoemd geworden en heeft beide heren meer opgeleverd dan een urenlange documentaire ooit had kunnen bewerkstelligen.

Dat ook Winston Churchill van kort en duidelijk hield op het werk wist ik niet – een lezer attendeerde me er vorige week op. Toen schreef ik over de gekmakende vaagtaal waarmee de onderwijssector het lerarentekort voor zich uitschuift. Ze maakten een „actieplan” met een „raamplan”, „een beroepsbeeld”, „circa zeven educatieve regio’s” en een „regiegroep” „die de partnerschappen Samen Opleiden en Professionaliseren aan een duurzame kennisinfrastructuur gaat koppelen” – als je het leest weet je al: dit gaat niets oplossen.

Een lezer liet me daarop zien dat het ook anders kan. Hij twitterde een memo van de Britse premier Winston Churchill uit 1940 waarin hij zijn kabinet oproept korter te schrijven.

Onder de titel ‘Brevity’ schrijft Churchill, op één A4-tje (!), dat de meeste documenten die hij voor z’n werk moet doorworstelen „veel te lang” zijn. „Tijdverspilling”, schrijft hij. Schrijf korter!

Maar hij wil ook dat ze stoppen met zinsconstructies als „het is ook van belang om de volgende overwegingen in acht te nemen” en „wat zou moeten worden overwogen, is de mogelijkheid om maatregelen te nemen die…” omdat al die termen „slechts vulling zijn, en makkelijk te vervangen zijn door één woord”.

Hij pleit er ook voor meer spreektaal op het werk. „De eerste rapporten die op deze manier zijn opgesteld zullen wellicht wat bruusk (rough) overkomen”, schrijft hij, „zeker in contrast met de gladde jargonpraat (officialese) die we gewend zijn”, maar de tijdwinst zal enorm zijn, en we zullen er helderder door gaan denken.

Wauw. Doe mij zo’n premier. Die vindt dat korte, duidelijke taal betere besluiten oplevert.

Die van mij heet Mark Rutte en tijdens zijn derde kabinet is het aantal ‘communicatieprofessionals’ op de ministeries met ruim een kwart toegenomen, zo bleek deze week uit cijfers die EenVandaag had opgevraagd. Grofweg zou je kunnen zeggen dat hoe meer je van dit soort mensen krijgt, hoe onduidelijker de communicatie wordt. Zo zonde.

Natuurlijk, er zitten ook witte raven onder deze groep. Mensen die werken volgens de campagne ‘Direct Duidelijk’ die het ministerie van Binnenlandse Zaken in 2019 begon, bijvoorbeeld. Zij zien overal in het land al dat heldere taal leidt tot minder telefoontjes van burgers, een snellere inning van boetes en belastingen, minder stress en frustratie bij de burger en dus tot kostenbesparingen. Maar we weten allemaal dat ze in de minderheid zijn.

Ongetwijfeld zal het memo van Churchill ook weinig hebben veranderd. Misschien zal zijn kabinet het een paar dagen hebben volgehouden om korter en duidelijker te schrijven. Daarna zal de vaagtaal vast weer genadeloos hebben toegeslagen. Zo gaat het altijd.

Want de meeste mensen wíllen helemaal niet korter en duidelijk schrijven. Want als je dat doet snapt iedereen het, en kun je er op afgerekend worden.

Mensen wéten ook vaak domweg te weinig om duidelijk te kunnen schrijven. Want om duidelijk te kunnen schrijven moet je precies weten hoe iets in elkaar zit. Grofweg kun je zeggen dat hoe meer vaagtaal mensen gebruiken, hoe minder verstand van zaken ze hebben.

Maar het is ook gewoon heel hard werken, duidelijk en kort schrijven! Het kost tijd en het is een vak. Dat iemand zich ‘communicatieprofessional’ noemt is zelden een garantie dat zij of hij het beheerst.

En dan zijn er nog de mensen die vaagtaal nodig hebben om zich belangrijk te maken. Mensen die „eigenaarschap” zeggen in plaats van „neem je verantwoordelijkheid”, „input ophalen” in plaats van mailen en schrijven dat ze „trots zijn op het brede urgentie gevoel om met elkaar nog strakker te sturen op samenhang/implementatie”, zoals de secretaris generaal van het ministerie van VWS afgelopen week twitterde.

Of Staatsbosbeheer. Die onlangs in een vacature voor een terreinopzichter schreef dat deze „verantwoordelijk zou worden voor een robuuste en slagvaardige terreinbeheercyclus die bijdraagt aan het verbeteren van de beheercondities waarbij de focus ligt op de integraliteit en interactie tussen proces en inhoud”.

Ik bedoel: je kunt nog zulke slimme, krachtige en beroemde voorvechters voor korte, duidelijke taal op het werk hebben, maar uiteindelijk moet je het toch doen met de ijdelheid, incompetentie, intelligentie en het doorzettingsvermogen van de gehele mensheid.

En dat is best een grote groep.

Hoe was jouw week? Tips voor Japke-d. Bouma via @Japked op Twitter.

Dit waren de Jeuktweets van de week

Reageren

Reageren op dit artikel kan alleen met een abonnement. Heeft u al een abonnement, log dan hieronder in.