Regisseur Pema Tseden heeft er veel plezier in om de beelden te verzinnen die laten zien dat er in Tibet altijd verschillende werkelijkheden door elkaar lopen. Beeld uit ‘Balloon’.

Foto September Film

Interview

Chinese eenkindpolitiek in Tibet: condooms of reïncarnatie

Interview | Pema Tseden In ‘Balloon’ vindt de Tibetaanse regisseur Pema Tseden een droogkomische en visueel verbluffende manier om het over de dilemma’s van gezinspolitiek en reïncarnatie te hebben.

Toen de Tibetaanse regisseur Pema Tseden (1969) in 2002 aan de filmacademie in Beijing ging studeren was hij niet alleen de eerste filmmaker uit zijn land die die eer te beurt viel, maar had hij ook al een hele carrière als leraar en schrijver achter de rug. Twintig jaar en zeven films later is hij de aanjager van een Tibetaanse nieuwe filmgolf, en maakt films die – zoals hij zegt – een eerlijk beeld van Tibet moeten geven. „Toen ik jong was”, vertelde hij in 2019 op het filmfestival van Toronto, waar zijn laatste film Balloon in première ging, „waren alle films over Tibet in mijn ogen buitenlandse films. Ze lieten het leven in mijn land zien door Engelse of Chinese ogen. Allerlei kleine details sloegen de plank mis: de manier waarop mensen spreken, zich kleden, gedragen, het voelde nooit authentiek.”

Wie zijn voorlaatste film Jinpa zag (die in 2019 in de Nederlandse filmtheaters uitkwam) weet dat eerlijk en authentiek in zijn geval niet documentair, naturalistisch of etnografisch betekent. In tegendeel, met de surrealistische roadmovie bewijst Tseden zich als een uitzinnig stilist. Extreme kaders, een cirkelvertelling en een dubbelgangermotief achtervolgen de titelfiguur, een maffe, rocksterachtige vrachtwagenchauffeur op de hoogvlakten van Kekexili die een lifter met een raadselachtige wraakmissie oppikt. En ook Balloon kent weer de nodige visuele vondsten en hoogstandjes.

Voor het verhaal keert Tseden terug naar de jaren negentig, toen ook in Tibet de gevolgen zichtbaar werden van de begin jaren tachtig ingevoerde Chinese eenkindpolitiek. Het resultaat: een even absurdistische als metafysische tragikomedie. Tseden: „Voor mensen in Tibet was de eenkindpolitiek niet alleen een concrete ingreep in hun leven, maar ook een spirituele. Het boeddhisme gelooft in zielsverhuizing, in een kringloop van leven en dood, waarbij de zielen van overledenen zoals in Balloon bovendien vaak binnen de eigen familie kunnen reïncarneren. Een kind dat niet geboren kan worden, betekent dus dat een ziel zijn cyclus van wedergeboortes niet kan voltooien.”

Enter de herdersfamilie van Dargye en Drolkar. Met al drie kinderen in huis – „Als minderheidsgroepering mochten Tibetanen meer dan een of twee kinderen krijgen; het is ingewikkeld” – zijn ze maar wat blij met de gratis condooms die de plaatselijke kliniek verstrekt. Een nieuwe zwangerschap zou een torenhoge boete tot gevolg hebben, dus als de oudste zoontjes de condooms als ballonnen opblazen zijn de poppen aan het dansen.

Balloon kiest het perspectief van de vrouwen, van Drolkar en haar zus Drolma, die na een onbeantwoorde liefde non is geworden, en van een verpleegster in het ziekenhuis. De film gaat daarmee ook over hun emancipatie en hun keuzevrijheid. Of het gebrek daaraan. In Tibet kun je niet zomaar over alles praten. Bescheidenheid is een deugd.” Dus als Drolma haar oude jeugdliefde tegenkomt die inmiddels docent is op de school van haar neefje, is het voor de twee bijna onmogelijk om te bespreken wat er ooit tussen hen is misgelopen. De leraar geeft haar een boek dat hij over hun liefde heeft geschreven (ook Balloon geheten), „maar Drolkar verbrandt het voor ze het lezen kan. Om haar zus niet ongelukkig te maken. Maar ook om ervoor te zorgen dat ze niet weer terugkeert op het pad van liefde, lust, seks en dood. Terwijl ze zelf omslachtig om nieuwe voorbehoedsmiddelen vraagt. Heel veel dingen zijn niet bespreekbaar, en kunnen slechts zeer indirect aan de orde komen. Nog steeds, terwijl er zoals je in de film ziet ook veel aan het veranderen is.”

Lees hier de recensie van ‘Balloon’: De kringloop van leven en dood zindert en zinneprikkelt

Financiën en censuur

Tseden moet lachen als hij vertelt dat hij tegenwoordig meer van de visuele filmtaal dan van woorden houdt. „En dat terwijl filmmaken zoveel externe afleidende zaken met zich meebrengt als financiën en censuur.” Maar hij heeft zoveel plezier om de beelden te verzinnen die laten zien dat er in Tibet altijd verschillende werkelijkheden door elkaar lopen. Hij geeft een voorbeeld: „Op het moment dat de grootvader van het gezin overlijdt zie je hoe een wolk in de lucht overvloeit in een wolk weerspiegeld in een raam. Voor mij is dat een beeld voor de manier waarop de transcendente en de wereldlijke werkelijkheid elkaar raken.”

Voor hem is dat uiteindelijk niets hoogdravends of heiligs. Het banale is even verheven als het hooggestemde alledaags is. „Dargye is geobsedeerd bezig om zijn schapen te laten bevruchten voor het schoolgeld van zijn zoon, terwijl hij zelf geen seks kan hebben met zijn vrouw, uit angst voor nog een kind. Condooms zijn voorbehoedmiddelen en ballonnen. Maar de ballon die aan het einde wegvliegt kun je ook zien als een symbool voor de ziel. Of niet. Het kan een beeld zijn voor een nieuw leven of een oud leven. Of ook gewoon een ballon.”