In mijn hoofd vinkte ik bij ‘milieuvriendelijk leven’ het hokje ‘ongeschikt’ aan

Essay Waar zijn haar groene idealen gebleven, vraagt zich vertwijfeld af. Ze heeft besloten zich te richten op wat wél goed gaat: „Beloon jezelf voor de doelen die je haalt.”

Illustratie Merel Corduwener

Vroeger hing er boven mijn bed een poster met ‘Een beter milieu begint bij jezelf’. Hoe dat precies in zijn werk ging, stond er niet, maar dat was ook niet nodig – als tienjarige had ik zelf volop ideeën. Samen met buurkinderen raapte ik bierflesjes op en viste ik colaflessen uit de sloot. Deels voor het milieu, en deels voor het statiegeld waarvan we zure matten konden kopen. We recycleden oude kranten tot knutselmateriaal, richtten een diervriendelijke club op, ‘Eet Geen Eend’. Groen was onze lievelingskleur. Later, als onze ouders het niet langer voor het zeggen hadden, zouden we nooit meer vlees eten, bezwoeren we elkaar. In de schoolvakanties maakte ik ontwerptekeningen voor een milieuvriendelijke fietscamper.

Maar de letters op de poster verbleekten. Ergens tussen toen en nu verloor ik mijn grootse idealen.

Vorige maand nog lag ik wakker van een pakje boterhamworst. Ik had het in een opwelling gekocht, 1 euro in de aanbieding, twintig van die zachtroze voorgesneden plakjes waarin met de beste wil van de wereld geen dier meer te herkennen is. Na twee plakjes was het verlangen gestild en kwam de wrok. Ik had mezelf toch voorgenomen geen vlees meer te kopen, en zeker geen vlees met maar één Beter-Leven-ster? Waar is het misgegaan? Waarom was ik nooit uitgegroeid tot een Greta Thunberg-avant-la-lettre?

Een beter milieu begint bij jezelf, en dat is precies waarmee ik worstelde tijdens het volwassen worden. Ik bleek vatbaar voor verleidingen – kledinguitverkoop, vliegvakanties met vriendinnen, kant-en-klaar-maaltijden – en bovendien: ik was te verlegen om me echt uit te spreken. Ging ik bij iemand eten, dan durfde ik niet te vragen of het wellicht vleesloos kon. Ik opperde wel dat we ook op trein- of fietsvakantie konden, maar wilde vooral niet buiten de boot vallen.

En zo vervaagden mijn principes. Ik belandde in het vagevuur van ‘wel willen maar niet doen’, steeds weer geconfronteerd met mijn eigen onvermogen. De collega die ontdekte dat ik nog altijd vlees eet: „Maar jij bent toch biologieredacteur?” De man met wie ik aan het daten was: „Hoe kun je op een groene partij stemmen en dan tóch de hele wereld overvliegen?”

In mijn hoofd vinkte ik achter ‘milieuvriendelijk leven’ het hokje ‘ongeschikt’ aan. En daar ging ik de fout in. Want door duurzaamheid te beschouwen als een gedroomde maar onhaalbare karaktereigenschap, gooide ik de handdoek in de ring. Ik durfde niet mee te doen aan klimaatmarsen (want stel dat iemand zou zeggen: wat doe jij hier?) en bleef wegwerpbekertjes gebruiken. In plaats van groendoener werd ik een grijze muis.

Tot ik een kennis sprak die wilde stoppen met roken. Hij somde de tips op die hij van verslavingsexperts en zelfhulpboeken had geleerd. Jezelf belonen voor de doelen die je haalt. Niet wanhopen als je per ongeluk tóch een keer de mist ingaat. Afleiding zoeken. En vooral: jezelf visualiseren als niet-roker.

Of in mijn geval: mezelf visualiseren als milieuheldin. Als ik mezelf als ongeschikt zou blijven zien, dan wérd ik dat ook. En dus besloot ik de nadruk te leggen op de dingen die al wel goed gaan.

Illustratie Merel Corduwener

Onkruidjungle

Groen is nog altijd mijn lievelingskleur. Ik heb geen auto, geen houtkachel en vooralsnog ook geen ecologische-voetafdruk-verhogend nageslacht. Ik koop nog altijd voorverpakte sla, maar tijdens wandelingen raap ik vaak genoeg plastic zakjes en snoepwikkels op. Er zijn dagen dat ik, als thuiswerkend eenpersoonshuishouden, niet douch. Mijn cv-ketel staat netjes op 60 graden Celsius. Mijn meeste kleding koop ik tweedehands, en sommige van mijn jurkjes gaan al twintig jaar mee. Ik scheid afval, mijn tuin is door liefdevolle verwaarlozing een onkruidjungle en dus heel aantrekkelijk voor insecten en bodemdieren. In de spoelbak van mijn wc heb ik twee lege petflessen gestopt, zodat er per doorspoelbeurt minder water verloren gaat.

Leefstijlverandering gaat niet vanzelf. Wie groener wil leven, loopt aan tegen eenzelfde uitdaging als iemand die gezonder wil leven: de motivatie kan nóg zo groot zijn, maar de verleidingen liggen op de loer. En zeker als je dan toch al moe bent, of gestresst, is het makkelijk om in je oude gewoontes terug te vallen. Aanmoediging van buitenaf kan helpen, en in de gezondheidswetenschappen wordt in dat verband vaak gesproken over het begrip ‘nudging’ – een verantwoord duwtje in de goede richting. Als in de supermarkt de gezonde producten op ooghoogte liggen, dan ben je sneller geneigd om ernaar te grijpen dan wanneer je ervoor door de knieën moet. En uit Duits onderzoek uit 2015 bleek dat 69 procent van de mensen koos voor een groen energiecontract als dat de standaard was. Was niet-groene energie de standaard, dan koos maar 7 procent uit eigen beweging voor groene energie. Ook voor jezelf kun je kleine nudges inbouwen: bijvoorbeeld door een wollen trui of zachte deken klaar te leggen op de bank, en door je thermostaat standaard op een lage temperatuur in te stellen. Of door voor je naar de supermarkt gaat een boodschappenlijstje te maken, en je daar ook écht aan te houden.

Nu ik mezelf niet langer als vleesverslaafde zie, maar als vegetariër-in-de-dop, blijkt zelfs boodschappen doen eenvoudiger. Niet langer vind ik bij de supermarktkassa pakjes cervelaat in mijn mandje die ik er zonder nadenken in heb gestopt. Ik stel mezelf doelen, en beloningen in het vooruitzicht: als ik alleen biologische producten koop, dan mag er een reep chocolade bij. Als ik de verwarming een paar graden lager zet, dan mag ik bij mijn favoriete kringloopwinkel gaan shoppen voor een trui. Bij elk stuk zwerfafval dat ik opraap, denk ik aan de buikspieren die ik kweek door al dat bukken. Per wandeling verschillen de spelregels: ik mag pas naar binnen als ik minstens één leeg blikje heb weggegooid. Of: elk snoeppapiertje is 10 punten (en bij 50 punten mag ik vanavond Netflix kijken).

Groen doen wordt een spel, waarbij je jezelf steeds kunt blijven uitdagen. En dat dat goed werkt, blijkt wel uit de vele initiatieven. Zo kwam afvalverwerker ROVA in 2015 met de campagne 100-100-100, waarbij binnen een gemeente 100 gezinnen 100 dagen lang worden uitgedaagd om 100 procent (rest)afvalvrij te leven – door wasbare luiers te gebruiken of zo min mogelijk voorverpakte producten te kopen. Een ander duwtje in de rug biedt de website 52wekenduurzaam.nl, die elke week met een tip voor een ‘kleine verrassende en duurzame stap’ komt. Week 1: ‘Eet je kastjes leeg.’ Week 2: ‘Loop je warm’ (in plaats van de auto te pakken). In week 3 was het de bedoeling om maximaal 5 minuten te douchen – een vriend zingt om die reden nu elke ochtend uit volle borst het liedje Elke Dag Opnieuw van De Dijk mee, omdat dat precies 4 minuten en 57 seconden duurt.

„Geluk dat bestaat ten koste van anderen, kan van alles zijn, maar nooit geluk”

De smaak van spareribs

Natuurlijk is het niet alleen maar spel. Dat blijkt eens te meer voor wie de documentaire I Am Greta bekijkt, of wie het boek De Fundamenten van Ramsey Nasr leest – tegelijkertijd confronterend en inspirerend. Ook Nasr was naar eigen zeggen een fervent vleeseter. „Nooit gedacht dat ik zonder kon, elk gerecht dat ik bereidde vertrok vanuit het basisingrediënt vlees. Enkele jaren geleden stapte ik over op vegetarisme – en ja, ik vind het soms echt jammer. De smaak van een goede steak of spareribs… ik kan ernaar verlangen.” Maar, onderstreept hij, we zijn met te veel mensen op aarde om simpelweg onze huidige vorm van welvaart te blijven nastreven. „Geluk dat bestaat ten koste van anderen, kan van alles zijn, maar nooit geluk.” In die zin begint een beter milieu dus bij jezelf én bij anderen: juist denken aan (klein)kinderen, of aan vrolijk huppelende lammetjes, of aan mensen elders ter wereld die niet eens de kans hebben om 5 minuten per wéék te douchen, kan het makkelijker maken om af te zien van je instantbehoeftebevrediging.

Uiteindelijk, zei de stoppen-met-roken-kennis, was er maar één ding écht voor nodig. Het gewoon doen. Het is niet dat ik door al die boeken en documentaires en goede voornemens en beloningen en visualiseringen nu in één klap ben veranderd in een groene goeroe. Ik koop nog steeds kant-en-klaar-maaltijdsalades, als ik mijn haar was sta ik gerust 20 minuten onder de douche en als ik rondslingerende mondkapjes in de berm zie loop ik er straal voorbij. Maar tegelijkertijd moedig ik mezelf ook aan voor alles waarmee ik het milieu wél een beetje verbeter. Elke dag opnieuw.