Onderzoek: kinderen met migratieachtergrond worden minder vaak gevaccineerd

RIVM Uit onderzoek blijkt dat kinderen met een Turkse of Marokkaanse achtergrond minder vaak gevaccineerd zijn tegen HPV en meningokokken dan kinderen zonder migratieachtergrond.
Amsterdamse jongeren werden in 2019 op grote schaal in de RAI ingeënt tegen meningokokken. Ongeveer 16.000 kinderen werden geprikt.
Amsterdamse jongeren werden in 2019 op grote schaal in de RAI ingeënt tegen meningokokken. Ongeveer 16.000 kinderen werden geprikt. Foto Sabine Joosten/Hollandse Hoogte

Kinderen met een migratieachtergrond worden minder vaak gevaccineerd tegen de twaalf besmettelijke ziekten die zijn opgenomen in het Rijksvaccinatieprogramma. Dat heeft de gemeente Den Haag maandag bekendgemaakt op basis van een onderzoek uitgevoerd in Amsterdam, Utrecht, Rotterdam en Den Haag. Volgens de gemeente is dit de eerste analyse van de vaccinatiegraad onder kinderen met verschillende migratieachtergronden. Nieuw onderzoek moet uitwijzen waarom kinderen met een migratieachtergrond minder vaak gevaccineerd zijn.

De verschillen zijn het grootst bij jongeren van 14 jaar die een vaccinatie moeten krijgen tegen baarmoederhalskanker (HPV) en meningokokken. Jongeren met een Turkse en een Marokkaanse achtergrond blijken het minst vaak ingeënt tegen deze ziekten: van hen heeft 14,5 procent een vaccinatie tegen HPV en 57,7 tegen meningokokken. Van de jongeren met Surinaamse, Antilliaanse of Arubaanse afkomst is 41,9 procent gevaccineerd tegen HPV en 74,2 tegen meningokokken. Bij Nederlanders zonder migratieachtergrond liggen deze cijfers op 61,4 procent (HPV) en 88,1 procent (meningokokken).

Het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM) brengt ieder jaar verslag uit over de vaccinatiegraad onder kinderen. Een hoge graad moet uitbraken van infectieziekten voorkomen. Volgens het instituut ligt de vaccinatiegraad onder kinderen en jongeren in de vier grote steden lager dan het gemiddelde. Daarbij werden eerder al zorgen geuit over jongeren met een migratieachtergrond. De steden willen samen met het RIVM en het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport onderzoeken waarom kinderen met een migratieachtergrond minder vaak worden ingeënt. Die informatie willen ze gebruiken om een hogere vaccinatiegraad te bereiken.

In het onderzoek zijn de coronavaccinaties niet meegenomen. Deze zijn geen onderdeel van het Rijksvaccinatieprogramma en worden momenteel ook niet aan kinderen toegediend. Deelname aan het programma, dat sinds 1957 bestaat, is gratis en niet verplicht. Naast een vaccin tegen HPV en meningokokken biedt het programma prikken tegen difterie, kinkhoest, tetanus en poliomyelitis (DKTP), bof, mazelen en rodehond (BMR) en hepatitis B.

Lees ook: In Bergen is de vaccinatiegraad opvallend laag. Hoe komt dat?