Jan Janse, hoofd van de zeehavenpolitie Rotterdam.

Foto Andreas Terlaak

Interview

Hoofd Zeehavenpolitie over corruptie in Rotterdamse haven: 'Het staat gewoon open'

Jan Janse | Hoofd Zeehavenpolitie Drugssmokkelaars hebben in de haven van Rotterdam het hele logistieke proces in handen, zegt het hoofd van de Zeehavenpolitie. „Het staat gewoon open.”

Het uitzicht op de Sint Jobshaven vanuit het hoofdkwartier van de Zeehavenpolitie is niet veranderd sinds Jan Janse in 2014 de verantwoordelijkheid kreeg voor de opsporing van criminaliteit in het Rotterdamse havengebied. Maar door de snelle groei van de cocaïnesmokkel via Nederland is het belang van zijn werk enorm toegenomen, net als de werkdruk voor zijn mensen. „Toen ik hier net zat knipten ze een gat in het hek of kwamen ze via een kofferbak het haventerrein op. Uit een container haalden ze de tassen met cocaïne en dan liepen ze weer het terrein af. Nu hebben drugsbendes het hele logistieke proces in handen.”

Jan Janse heeft als geen ander zicht op de werkwijze van de georganiseerde misdaad en de hiaten in de Nederlandse aanpak van de zware drugscriminaliteit. Toen hij zeven jaar geleden aantrad werd 7.575 kilo cocaïne in beslag genomen door het zogeheten Hit And Run Cargo-team. Dit team is een samenwerkingsverband van de politie, douane, de FIOD en het Openbaar Ministerie. Sindsdien volgen de recordjaren elkaar op met de vangst van 40.900 kilo cocaïne in 2020 als hoogtepunt.

Als distributieland vervult Nederland een spilfunctie in de Europese cocaïnehandel. De Rotterdamse haven speelt daarbij een hoofdrol omdat de meeste cocaïne in containers, per vrachtschip, Nederland bereikt. Volgens Janse zijn criminelen diep in de haven geïnfiltreerd: „Het is veel erger dan de meeste mensen denken.” Zijn eenheid rukt „bijna dagelijks” uit vanwege drugscriminaliteit.

Groeiende corruptie

Een groot punt van zorg voor Janse is de corruptie. Bekend zijn de verhalen over ‘platte’ douaniers die kunnen helpen bepalen of een container door de scanner moet. Janse wijst erop dat criminelen nu „continu” op grote schaal bij havenbedrijven zoals reders infiltreren. Zo kunnen ze bijvoorbeeld de ‘pincode’ bemachtigen. Die lettercombinatie fungeert als het eigendomsbewijs van een container en geeft het recht om een container op het haventerrein in ontvangst te nemen. Met de pincode kan een chauffeur een container op een vrachtwagen laten laden en dan het haventerrein afrijden.

Volgens Janse pakt de Zeehavenpolitie per jaar gemiddeld driehonderd uithalers, mannen die in opdracht van smokkelaars drugs uit containers halen. „Al die gasten zijn geholpen door mensen van binnen”, zegt Janse. „Allemaal.”

Dat geldt ook voor de 220 pincodediefstallen die de Zeehavenpolitie de afgelopen tweeënhalf jaar detecteerde. „Dan heeft dus 220 keer iemand van bijvoorbeeld een rederij die pincode doorgespeeld, 220 keer heeft een vrachtwagenchauffeur van een scharrig transportbedrijf een container opgehaald die eigenlijk door iemand anders opgehaald zou worden. Dit gaat om áántallen, daar hebben de meeste mensen geen weet van.”

Waarvan sloeg u voor het laatst achterover?

„Wij zijn eind vorig jaar tien weken lang samen met de douane 24/7 aanwezig geweest op het terrein van terminalbedrijf ECT. Van wat we daar meemaakten zijn we erg geschrokken. Dagelijks troffen we vier of vijf foute types aan die we al eens hadden aangehouden wegens uithalen, pincodediefstal of andere mogelijke betrokkenheid bij drugssmokkel. Maar toen wij ze controleerden waren ze bijna allemaal legaal op het terrein als vrachtwagenchauffeur, taxichauffeur of beveiliger. We hebben gigantische maatregelen genomen om ervoor te zorgen dat je niet zomaar het haventerrein opkomt. Maar vervolgens schrijf je jezelf in als vrachtwagenchauffeur en vraag je een toegangspas aan . En dan kan je op het haventerrein je ding doen. Hoe is het mogelijk?”

„Toen werd voor ons pijnlijk geïllustreerd dat de criminelen de juiste mensen bij de rederijen ‘plat hebben”, zegt Janse. De douane controleert een fractie van alle containers. Van sommige containers krijgen reders vanwege internationale regels al op zee te horen dat die gecontroleerd worden. Die informatie wordt gedeeld met drugsbendes. De container moet uiterlijk vijf dagen na binnenkomst naar de douanescanner. „In die periode zorgen criminelen ervoor dat de container wordt leeggehaald.”

Heeft u meer aanwijzingen van criminele infiltratie bij de rederijen?

„De meest recente uithaalmethode is dat de uithalers in een lege container het haventerrein op worden gebracht. Vervolgens wachten ze dagen in een andere container die als hotel dienst doet tot ze het signaal krijgen dat de container met verdovende middelen is gearriveerd. Dan halen ze hem leeg en stoppen de drugs in een container die al door de douane is vrijgegeven voor vertrek.

„Deze constructie kan je alleen maar doen als je iemand bij de rederij hebt zitten die je helpt. MSC, Maersk, Hapag Lloyd en CMA CGM zijn de grote rederijen die veel op Zuid-Amerika varen, dus als je daar iemand binnen hebt kun je veel doen. Een lege container krijg je alleen het terrein op als die is aangemeld, en dat gebeurt vanuit de rederij. Vervolgens moet je weten waar de container met de drugs staat.”

De corruptie binnen rederijen beperkt zich niet tot het haventerrein. Janse bevestigt dat rederij MSC enkele jaren geleden gewaarschuwd is omdat hun schepen vaker voorkwamen in smokkelzaken waarbij de ‘drop off’-methode werd gebruikt. Voor de kust worden dan tassen met cocaïne en voorzien van een baken in het water gegooid die vervolgens door kleinere schepen of kotters uit het water worden gevist en aan land worden gebracht.

Het sterke vermoeden is dat Montenegrijnse bemanningsleden van MSC meewerkten met cocaïnesmokkelaars, aldus Janse. „MSC stond bekend vanwege drop-offs. MSC werkte met Montenegrijnse bemanningen en die werden daarvan verdacht. Er zijn ook verhalen van bemanningsleden die gedwongen werden om mee te werken. Als ze weigerden werd het thuisfront een dreigend bezoek gebracht en hingen vrouw en kinderen angstig aan de telefoon.”

De rederij is volgens Janse toen aangesproken door West-Europese opsporingsautoriteiten. „We hebben duidelijk gemaakt dat ook MSC een verantwoordelijkheid heeft. Zij moesten dit probleem oplossen, anders zouden wij het doen. We hebben ook gezegd: houd er rekening mee dat we een van jullie schepen aan de ketting leggen. Het heeft gewerkt, de drop-offmethode zien we nu veel minder vaak.”

MSC herkent zich niet in het door Janse geschetste beeld en zegt „een zero tolarance-beleid” te voeren tegen drugssmokkel en jaarlijks „tientallen miljoenen te investeren” in de aanpak ervan.

Klopt het dat jullie naar ongeveer een kwart van de aangetroffen drugspartijen uitgebreider onderzoek doen?

„Vorig jaar zijn 130 tot 140 partijen aangetroffen in de haven en daarvan kunnen we er 30 onderzoeken. Nog een kwart is op doortocht naar het buitenland. Het is voor ons niet interessant een partij met een Zuid-Amerikaanse verzender en Russische ontvanger verder te onderzoeken.

„Dan nog zijn er dus tientallen drugsvondsten die je niet kunt onderzoeken. Bij de grote vangsten in de haven gaat het altijd over hét HARC-team. Maar het HARC-team bestaat uit maar achttien mensen. Het waren er achttien in 2014 toen we 7.500 kilo aantroffen en met de 40.900 kilo per jaar nu zijn het er nog steeds achttien. Dat is een beetje absurd. Het is jammer dat de minister het HARC-team al die jaren niet heeft vergroot.”

Lees ook deze reportage: ‘De eerlijke chauffeur moet zijn oneerlijke drugsvervoerende collega melden’

Wat gaat er verloren als je die zestig resterende zaken niet kunt onderzoeken?

„Je mist ongelooflijk veel relevante informatie, ook over mogelijke corruptie. Met het HARC-team gaan we de drugscriminaliteit nooit oplossen, maar door de inzichten die onderzoek oplevert kunnen we wel veel efficiënter en effectiever zijn.

„Te vaak eindigen de drugs nu in de verbrandingsoven zonder dat de zaak is onderzocht. Heel veel tijd hoeft dat allemaal niet te kosten, als je er twee weken voor hebt ben je vaak al een heel eind in je informatiepositie. Soms kan een HARC-team al binnen een paar dagen een rechercheteam elders in Nederland vinden dat onderzoek doet naar het criminele netwerk van wie de partij is.”

Wat kan de politie beter doen?

„Hét probleem van ondermijning is dat criminelen via bedrijven in de bovenwereld infiltreren. De dekmantelfirma’s die ze daarvoor gebruiken zijn onontgonnen gebied. We kennen inspectiebedrijven die alleen maar bestaan om criminele zaken te verrichten, beveiligingsbedrijven, transportondernemingen, beheerders van onroerend goed en ga zo maar door.

„Wij hebben er eigenlijk nooit iets aan gedaan. Wij pakken geen dekmantelfirma’s, maar drugsorganisaties en zijn snel geneigd om naar de Belastingdienst en FIOD te kijken. Maar kun je wel een serieuze politie zijn als je niet in staat bent een bedrijf aan te pakken waarvan je weet dat het alleen voor criminele doelstellingen wordt gebruikt?

„We hebben financieel rechercheurs die best wat kunnen, maar die leiden wij op voor de pluk-ze-wetgeving: dat is achteraf. Zou het niet mooi zijn als we een vergelijkbaar instrumentarium hadden waarmee we vooraf in kunnen grijpen en lastige vragen kunnen stellen aan een bedrijf? We zijn daar nu niet op getraind, maar als we als politie een vuist tegen ondermijning willen maken, moet je jezelf serieus nemen op financieel gebied en daarin investeren. En je moet de minister aankijken en om wetgeving vragen.”

Wat is volgens u de slimste zet qua aanpak van de drugscriminaliteit?

„Samen optrekken met bedrijven. De grote reders en beveiligingsbedrijven zijn ook slachtoffer, die willen dit ook niet. Met die bedrijven moet je de logistieke keten analyseren en de haven dichtzetten. Dat is niet makkelijk. Dat moet je structureel organiseren en mensen benoemen die met de reders en terminals om de tafel gaan. En je moet optrekken met de havens van Antwerpen en Hamburg. Je wil niet dat je hier minder klanten krijgt omdat je strenger bent dan Antwerpen. Criminelen zijn altijd op zoek naar het nieuwste geitenpaadje. Maar we hebben nog zo weinig samengewerkt met die bedrijven en kritisch gekeken naar het logistieke proces dat het geen geitenpaadjes zijn. Het staat gewoon open.”